De financiële chaos in Amsterdam komt door al die koninkrijkjes

Andere grote steden hebben het beter voor elkaar. Deelgemeenten en desinteresse zijn de oorzaak.

Als de Amsterdamse wethouder van financiën Udo Kock (D66) een voorbeeld wil geven van hoe het wél kan, ordelijk boekhouden, dan verwijst hij naar Utrecht. Daar zijn de bedragen in de begroting gekoppeld aan doelstellingen. Als de lezer op de doelstelling klikt, komt hij terecht bij het geldbedrag dat er door het stadsbestuur van Utrecht voor is uitgetrokken.

Zoete dromen voor Kock. In Amsterdam schiet het financieel toezicht door gebrek aan aandacht van bestuur en raad al jarenlang tekort, oordeelde de raadsenquêtecommissie maandag. Tientallen miljoenen euro’s per jaar kost dat de stad. De raad nam door de administratieve chaos zelfs besluiten op basis van onvoldoende informatie.

Dat is in Utrecht wel anders, zegt Bas Meijer, woordvoerder financiën van D66, de grootste fractie in die stad. Volgens hem is dat mede te danken aan het feit dat Utrecht, in tegenstelling tot Rotterdam en Amsterdam, nooit stadsdelen heeft gehad. „Al die verschillende boekhoudpakketten en computerprogramma’s.” Zijn collega uit Den Haag, D66-fractievoorzitter Robert van Asten, spreekt van „stadsdeelellende”. „Van die koninkrijkjes die zelf beleid maken en begrotingen opstellen.”

Kinderlijke begrotingsfout

Den Haag is acht jaar geleden begonnen met het „ontschotten” van de organisatie, zegt Van Asten. „Er is zorgvuldig in kaart gebracht welke potjes en reserves er allemaal zijn. Ik begrijp dat de wethouder van Amsterdam daar nu nog mee bezig is.”

Voor Rotterdam is de situatie in de hoofdstad herkenbaar, al is het in Amsterdam „veel erger dan het bij ons was”, zegt Anton Molenaar, fractievoorzitter voor Leefbaar Rotterdam. „In Rotterdam kwam de bewustwording pas echt op gang in 2011, toen een kinderlijke begrotingsfout op de bijstand van 60 miljoen aan het licht kwam. De wethouder moest opstappen en financiën kwam onder een vergrootglas.” Er bleek geen goed financieel overzicht, de stad werkte met verschillende systemen. „En alle diensten kieperden hun interne administraties aan het eind van het jaar over de heg bij de interne accountant, die daar dan chocola van moest maken.” Inmiddels heeft Rotterdam één jaarrekening en één rekeningensysteem.

Intern verwaarloosd

Net als in Amsterdam trok de accountant in Rotterdam verschillende keren aan de bel, maar vond weinig weerklank. „Naar buiten vindt iedereen controle op financiën belangrijk”, zegt Molenaar. „Maar intern werd het verwaarloosd.” In Utrecht en Den Haag, zeggen Meijer en Van Asten, krijgt de jaarrekening nooit op- of aanmerkingen van de accountant.

In Utrecht vergaderen raadsleden structureel met financiële ambtenaren, zegt Meijer, in een subcommissie waar de wethouder niet eens altijd bij zit en waar openbaar informatie wordt gedeeld. In Amsterdam bestaat dat niet. Daar worden op voorstel van de wethouder of op verzoek van raadsleden wel eens (besloten) ‘technische sessies’ georganiseerd, over één specifiek onderwerp, met de wethouder erbij.

Dat Amsterdam een rijke stad is, stimuleert niet om de financiën van de stad scherp te controleren, denken de raadsleden uit de andere drie grote steden. Robert van Asten: „Den Haag heeft in de jaren 80 en 90 diep in de financiële problemen gezeten. In 1995 werd de gemeente onder curatele gesteld. Dat duurde drie jaar en die ervaring is louterend geweest. Ook raadsleden die dat helemaal niet hebben meegemaakt, zijn er nog diep van doordrongen: dat nooit meer.”