Slechts één straat scheidt ons nog van het hipsterdom

Nu ziet correspondent Derk Walters soms nog een heroïnejunk, maar de hipsters rukken op in zijn buurt in Tel Aviv. 

Ik woon in een buurt waar de huizen met het oog op toekomstige ontwikkeling al onbetaalbaar zijn, maar waar je nu nog de kans loopt dat je om acht uur ’s ochtends, als je de hond uitlaat, een heroïnejunk in een autospiegel ziet loeren om de juiste ader in zijn nek te pakken te krijgen.

Zo’n buurt waar voorzichtig wat alternatieve koffietentjes opkomen, nog afgewisseld door clandestiene supermarktjes, telefoonwinkels en de daklozenopvang. Eén buurt verderop bevindt zich het mekka voor verhipsterd Tel Aviv, de wijk Florentin, waar barretjes moeilijke biertjes schenken en iedere sabbat de technofeestjes je om de oren suizen. Eén straat, HaAliya, scheidt ons nog van het gegentrificeerde hipsterdom. Nog wel. De hipsters trekken de straat over.

Het duidelijkst merk je dat aan de vernieuwing van het vastgoed. Zo nu en dan verdwijnt er ineens een huis, ogenschijnlijk met een toverstafje – poef! – opgegaan in het niets, maar in werkelijkheid waarschijnlijk efficiënt gesloopt terwijl u sliep.

Eerst komt er een diepe kuil

De huizen hier in de buurt zijn appartementencomplexen van gemiddeld vier verdiepingen hoog. Elk adres herbergt zo’n twintig tot dertig zielen. Op het perceel van een gesloopt pand wordt eerst een diepe kuil gegraven. Dan worden er wat funderingen aangelegd en binnen een paar maanden is het uitzicht vanaf ons dakterras – waar je nu nog in hun volle glorie de reusachtige flatgebouwen van de prestigieuze Rothschild Boulevard ziet, en er nog net een kerktorentje boven Jaffa uitpiept – weer wat verder afgenomen.

Tel Aviv is aan het bouwen, en flink ook. Aan de oostzijde van de stad worden er liefst tien flatgebouwen naast elkaar opgeleverd. In opiniestukken klagen bewoners dat de prijsontwikkeling hen in rap tempo de stad uit jaagt. En niet alleen de creatieve klasse zonder vermogen wordt hierdoor geraakt. Zelfs de kinderen van de Asjkenazische elite van Noord-Tel Aviv, de traditionele achterban van de Arbeiderspartij, schijnen het op de huizenmarkt af te leggen tegen investeerders, veelal Joden uit de diaspora, die met miljoenen smijten om een woning op hun naam te mogen zetten. Gefluisterd wordt dat het mooiste en hoogste penthouse van de stad is gekocht door niemand minder dan Madonna.

Berooide olijfboomkweker

Tot op heden bevonden de gesloopte huizen zich net ver genoeg bij ons uit de buurt, maar nu hebben de projectontwikkelaars het gemunt op een vrijwel aanpalend pand. Het aanplakbiljet belooft een stralend wit gebouw van zes verdiepingen met een bankje en boompjes ervoor.

Het appartement waarin wij wonen, bevindt zich daarentegen in een afbladderend gebouw, vermoedelijk uit de jaren dertig, toen Joodse ontwikkelaars de grond overnamen van een berooide Arabische olijfboomkweker uit Jaffa en voegden bij het zich uitdijende Tel Aviv.

Ook ons slaat zo langzamerhand de schrik om het hart: hoelang mogen we hier nog blijven? Onze huisbaas deed onlangs het ergste vrezen, toen hij liet vallen dat ze dit appartementencomplex wat hem betreft liever vandaag dan morgen met de grond gelijkmaken.

Gelijk heeft hij, daar niet van: ongetwijfeld kan hij bij verkoop een godsvermogen verdienen. Maar in dit appartement, dat ’s winters te koud is vanwege een volstrekt gebrek aan isolatie en ’s zomers te warm wegens disfunctionerende airconditioners, en dat gehuisvest is in een vergeeld gebouw dat kraakt in zijn voegen, zijn wij volstrekt gelukkig.

Voor zolang het duurt.

    • Derk Walters