Eindelijk, na vijf jaar boekt Peugeot-Citroën weer eens winst

De Franse werknemers van PSA Peugeot-Citroën krijgen ieder een bonus van 2.000 omdat ze het bedrijf back in the race hebben gebracht.

Foto ANP / Rick Nederstigt

In de zaal waar een groot bedrijf jaarcijfers presenteert, zie je doorgaans alleen de eigen logo’s. Niet bij PSA Peugeot-Citroën. Meteen nadat bestuursvoorzitter Carlos Tavares woensdag opgetogen heeft meegedeeld dat de Franse autobouwer er in jaren niet zo goed heeft voorgestaan, verschijnt achter hem op een groot scherm een powerpoint-dia met de logo’s van drie grote Franse vakbonden.

„Het is belangrijk om ook de vakbonden te bedanken”, zegt hij nadat hij eerder het personeel al heeft geprezen dat het bedrijf weer op het „goede spoor” heeft geholpen. De bonden, zegt hij, hebben bij de ingrijpende reorganisatie van het bedrijf „grote volwassenheid getoond”.

Dit zijn de best verkochte modellen van Peugeot en Citroën:

Met reden: als zij in 2012 niet hadden ingestemd met het verdwijnen van tenminste 8.000 arbeidsplaatsen in Frankrijk en de bevriezing van salarissen, dan is het de vraag of de (in aantal auto’s) grootste autobouwer van Frankrijk nog wel had bestaan.

Na een recordverlies in 2012 van 4,7 miljard euro, wist PSA in 2015 voor het eerst in vijf jaar weer winst te behalen: netto 1,2 miljard zelfs (tegenover 555 miljoen verlies in 2014). Dat was meer dan analisten hadden verwacht. Dankzij bonden en medewerkers, maar vooral ook door de aangetrokken Europese markt en gunstiger grondstoffenprijzen, zijn de doelstellingen uit herstructureringsplannen twee jaar eerder dan gepland bereikt.

„Het economisch herstel is voltooid”, zegt de bestuursvoorzitter. „Nous sommes back in the race”, ronkt een autoverkoper op een filmpje.

Economisch patriottisme

Dat is niet louter de verdienste van Tavares zelf, die twee jaar terug van Renault overkwam. Zijn voorganger Philippe Varin (die nu probeert kerngigant Areva weer winstgevend te maken) stelde orde op zaken en haalde het Chinese Dongfeng en de Franse staat als investeerders aan boord. Beide aandeelhouders hebben tegenwoordig 14 procent in handen, evenveel als de familie Peugeot, die daarmee de facto buitenspel staat.

Een van de tegenprestaties voor de Franse reddingsoperatie was het garanderen van 1 miljoen op Franse bodem geproduceerde auto’s, grofweg eenderde van zijn totaalproductie. Dat aantal werd in 2015 al bijna gehaald: 995.000 auto’s waren made in France, meldt het bedrijf trots. Vorige week was er voor het kabinetsbeleid van ‘economisch patriottisme’ ook al ander goed nieuws uit de sector: Renault (voor 15 procent van de staat) kondigde aan tenminste 1.000 nieuwe banen te hebben gecreëerd.

Tavares bracht het totaal aantal modellen van PSA terug van 45 in 2014 tot 39 nu en maakte van DS, de luxe-lijn van Citroën, een apart merk, vooral bedoeld voor de Chinese markt. Die ontwikkeling levert vooralsnog niets op: uitgesplitst naar merk zit vooral Peugeot in de lift, terwijl Citroën (-2 procent) en DS (-13,6 procent) achterblijven. Het gaat ons om rentabiliteit, niet om volume”, reageert Linda Jackson, de Britse baas van Citroën: de marges op de DS zijn hoog. In april komt het bedrijf met een nieuw strategisch plan dat na back in the race moet laten zien hoe duurzaam het herstel is.

Want de toekomst is nog allesbehalve zeker. De afgelopen jaren kreeg PSA de kritiek dat het, anders dan Renault, nog te veel van Europa afhankelijk was. Maar de grotere aanwezigheid op de Chinese markt via Dongfeng is door de tragere groei daar nu juist een risico, erkent Tavares.

Gratificatie

Daarnaast hangt ook het schandaal met de sjoemeldiesels nog boven de markt. De helft van de auto’s die PSA in Frankrijk verkoopt zijn uitgerust met dieselmotor.

Terwijl de milieu-inspectie binnenviel bij Renault en dat bedrijf erkende dat bij sommige modellen de uitstoot te groot is, herhaalt Tavares dat hij niets te vrezen heeft. In november al maakte hij bekend dat PSA de NGO Transport & Environment heeft gevraagd onafhankelijke metingen te doen. Het mede door PSA ontwikkelde filtersysteem selective catalytic reduction (SCR) zou de uitstoot van schadelijke NOx-emissies minimaliseren.

„En ook dat is te danken aan onze medewerkers”, zegt Tavares maar weer eens in zijn goednieuwsshow.

Terwijl aandeelhouders nog geen dividend krijgen, incasseert het personeel een deel van de winst, gemiddeld 2.000 euro per Franse medewerker, „om te laten zien dat ze niet alleen voor het bedrijf maar ook voorzichzelf werken”. Een sigaar uit eigen doos, vindt de radicale vakbond CGT, want de winst is behaald „over de ruggen van arbeiders” die jaren geen salarisverhoging kregen. Het logo van de CGT stond niet op de dia.

    • Peter Vermaas