‘Meer journalisten vast in Turkije dan in China en Iran bij elkaar’

Dat stond vorige week in een opiniestuk in NRC.

Foto AP

De aanleiding

In een opiniestuk in NRC op 16 februari betogen Julius Terpstra en Janno Meijer van het Christen Democratisch Jongeren Appèl (CDJA) dat Turkije nooit lid van de Europese Unie mag worden en mogelijk zelfs uit de NAVO moet worden gezet. Om dat te onderbouwen schrijven ze onder meer: „ook wat democratie betreft laat Turkije zich van zijn slechtste kant zien door meer journalisten in de gevangenis te hebben dan China en Iran bij elkaar”. China en Iran hebben beide een zeer slechte reputatie waar het gaat om persvrijheid. Klopt de vergelijking?

Waar is het op gebaseerd?

„We hebben ons gebaseerd op het rapport uit 2014 van het Committee to Protect Journalists”, zegt Julius Terpstra desgevraagd. Hij voegt er gelijk aan toe: „En we hebben het verkeerd verwoord. Die zin klopt niet. Slordig van ons.” Een CDA-lid had hem er al op gewezen.

En, klopt het?

Nee dus. Het Committee to Protect Journalists (CPJ) houdt scorekaarten bij van gedode, vervolgde en gevangen journalisten. De score voor Turkije ziet er zo uit: sinds 1992 zijn 23 journalisten omgekomen en 21 journalisten vermoord. In 17 gevallen is daarvoor niemand veroordeeld. Eind 2015 zaten 14 journalisten vast. Sindsdien zijn ten minste zeven journalisten opgepakt. De organisatie schrijft dat „Turkije een van de ergste journalistenopsluiters ter wereld blijft”.

Op datzelfde moment, december 2015, zaten in China 49 journalisten vast. En in Iran 19. Dat zijn er samen 68. Veel meer dus dan in Turkije. Dat was ook in 2014 zo. In 2013 gold Turkije nog als „ergste opsluiter ter wereld” volgens het CPJ. Toen zaten daar 40 journalisten vast. In Iran waren dat er 35 en in China 32. Samen 67.

In 2014 verbeterde de Turkse score. Een aantal journalisten kwam op vrije voeten na een juridische hervorming die de termijn bekortte waarmee ze zonder veroordeling in voorarrest mochten worden gehouden. De aanklachten tegen hen bleven echter staan.

Het CPJ telt alleen mensen mee die ze echt journalist vinden en die zichzelf ook zo noemen. Ze rekenen bijvoorbeeld geen mensen mee die wel bij een mediaorganisatie werken, maar niet als journalist. De European Federation of Journalists (EFJ) doet dat wel. Volgens de EFJ zaten eind 2015 in Turkije dertig journalisten vast. De EFJ heeft geen cijfers over Iran en China.

Het punt dat Terpstra en Meijer willen maken, namelijk dat er een groot probleem is met persvrijheid in Turkije, klopt wel. Freedom House, een Amerikaanse organisatie die jaarlijks de persvrijheid in landen probeert te meten en vergelijken, geeft Turkije sinds drie jaar het label ‘niet vrij’. Daarvoor werd het nog ‘deels vrij’ genoemd.

De verslechtering komt onder meer doordat de regering zijn positie misbruikt om berichtgeving te beïnvloeden. Journalisten worden bedreigd. Hoewel in de grondwet is opgenomen dat er persvrijheid moet zijn, wegen in de praktijk allerlei wetten die met veiligheid en terrorismebestrijding te maken hebben zwaarder. Een wetswijziging in februari 2014 heeft het bovendien heel gemakkelijk gemaakt voor autoriteiten om websites te blokkeren. Dat wordt pas achteraf door een rechter getoetst. Ook Iran scoort ‘niet vrij’ bij Freedom House, met slechtere rapportcijfers dan Turkije. Hetzelfde geldt voor China.

Conclusie

Het klopt dat er grote problemen zijn met persvrijheid in Turkije. Maar het klopt niet dat er in Turkije meer journalisten in de gevangenis zitten dan in China en Iran bij elkaar. We beoordelen de stelling daarom als onwaar.