Opinie

    • Bianca Stigter

Kimono’s op schilderijen en als kunstwerken

Op de tentoonstelling van Breitners schilderijen van meisjes in kimono in het Rijksmuseum hangen ook twee kimono’s, een rode en een witte. De kimono’s zijn ook kunstwerken, ze werden in de negentiende eeuw verkocht door dezelfde kunsthandel als Breitners schilderijen. De kimono’s in de vitrines zijn niet de kimono’s die Breitner zelf bezat; die zijn helaas verloren gegaan. Het Rijksmuseum leende twee kimono’s van dezelfde soort als Breitner had van andere musea, het Wereldmuseum in Rotterdam en het Aziatisch Museum in Berlijn. De kimono’s vragen erom aangeraakt te worden, hoe zou die zijde voelen, hoe zou het zijn om door zo’n schitterend kunstwerk omwolkt te worden?

Bij schilderijen is die neiging tot aanraken minder groot, ook al zou ik de verf op een Pollock of op de Waterlelies van Monet wel eens willen voelen. Maar kunst in een museum mag meestal niet aangeraakt worden om bekende redenen: het gaat er stuk van. Op de tentoonstelling Catwalk, ook in het Rijksmuseum, staat kleding uit vroeger tijden onbeschermd door glas. De loper waarover je de tentoonstelling betreedt, is niet alleen bedoeld als rode loper maar ook om het vuil van je schoenen in achter te laten.

Het museum van Boston bedacht iets anders. Zij lieten vorig jaar een replica maken van de kimono die Camille Monet draagt op het schilderij La Japonaise (1876) – Breitner was niet de enige schilder die gegrepen werd door het japonisme. Op ‘kimono wednesdays’ konden bezoekers de kimono aantrekken en voor het schilderij poseren. Zoiets gebeurt meestal alleen op de kinderafdeling. Het museum in Boston kreeg te maken met een actie van Aziatisch Amerikanen die de verkleedpartij ‘cultural appropriation’ vonden. Gelukkig heeft het Rijksmuseum zoiets niet geprobeerd. Oriëntalisme uit het verleden tentoonstellen is iets anders dan het nu ludiek propageren, zoals het museum in Boston deed.

Maar het verlangen een kimono te dragen blijft. Het liefst Fragant Garden, een in 1968 door Moriguchi Kako ontworpen exemplaar dat in zwart-wit de bloei van één chrysant verbeeldt. Het kunstwerk, louter vol kleine zwarte streepjes die allerlei draaiingen veroorzaken, als in het hart van een bloem, werd aangekocht door het Los Angeles Museum of Art en is ongetwijfeld te kostbaar om ooit nog gedragen te worden. Maar naar verluidt komt de schoonheid van het minimalistische ontwerp vooral in beweging tot zijn recht. Wie het draagt zou zich bloem kunnen voelen.

    • Bianca Stigter