Het Boze oogje

Het Boze haalt uit. Umberto Eco. De Spaanse Meesters; belit sag. Anomalisa.

Beeld Hermitage Amsterdam

Sommige schrijvers zou het verboden moeten worden om te sterven. Zo bij de tijd, zo vol van goed geformuleerd, unverfroren commentaar, zo helemaal niet uitgepraat zijn ze, dat de wereld ze niet kan missen. Umberto Eco was er zo een. Was. Want hij deed het toch. Afgelopen weekend ontsteeg hij de wereld. Ik had gedacht dat hij er wel iets op zou vinden, hij schreef immers Het eiland van de vorige dag, met een hoofdpersoon die op de datumgrens verblijft. Een veilige plek, tussen gisteren en morgen.

Ik herlees De begraafplaats van Praag. Mijn lievelings-Eco, zijn gemeenste roman. Frivool, verfijnd en met kennelijk genoegen sprenkelt hij er de vele complottheorieën in de rondte die het negentiende-eeuwse Europa verzengden. Wij kunnen klagen over de verruwing van tegenwoordig en dan hebben de sociale media het gedaan. Maar Eco trof onwaarschijnlijk felle vuilspuiterij, bedreigingen en cryptopornografische scheldkanonnades. Drukpers of internet, er vallen slachtoffers als iemand het eigen venijn perverteert tot venijn voor velen. Dan heersen boosheid en het Boze – een duivels duo waarover Eco eigenlijk altijd heeft bericht, of hij nu een dikke roman schreef of een column.

Dat Boze zie ik om een hoekje kijken in de Hermitage in Amsterdam op de tentoonstelling Spaanse Meesters. De bekende jongens trekken de aandacht: Velázquez, Goya, Zurbarán. Maar mij hypnotiseert een andere schilder, via een boosaardig oogje. Het hypnotiseert me vanaf het doek Het uitgaan van de kerk, uit 1894, van José Gallegos y Arnosa (ik geef toe: nooit van gehoord). Zoet gekleurd en precieus gedetailleerd toont het figuren die weg willen duiken. Behalve de man met dat kwaaie oog, die duikt juist op. En speurt rond, vanachter een handlanger (de kerk voelt op dit schilderij aan als een crimineel instituut). Hij kan iedereen maken of breken, ik voel het. En hij weet het.

Filmmuseum Eye heeft alweer een mooie expositie: Close-up, met recent werk van Nederlandse videokunstenaars. Terwijl ik ernaartoe fiets denk ik terug aan hoe ik me, lang geleden, verveelde bij het videokunstwerk dat slechts een wiebelend roeibootje te zien gaf. Reuze vernieuwend, zeiden ze toen. Pff. Dat bootje is lang geleden. Videokunst is geen video meer, het is bewegend-beeldkunst van kunstenaars die zich nestelen op een vreemde grens. Daar laat het de tijd stromen, maar het ontkent het moment. Het overweldigt zoals een schilderij dat kan en sproeit met ideeën als een roman. In de video and the image gazes back attaqueert de Turkse belit sag het Boze. Via een onverdraaglijk beeld, een onthoofding door IS die op YouTube onzichtbaar is gemaakt, analyseert ze wat een film of foto kan verbergen en hoe je het toch voelt.

Een stop motion-poppenfilm, daar heb ik het niet zo op. Maar Anomalisa is van Charlie Kaufman, de scenarioschrijver van Being John Malkovich (wie die film niet kent: haal ’m alsjeblieft in). En inderdaad, Anomalisa is bewustzijnsverruimend, juist vanwege de manier waarop die poppen tegelijk wel en niet leven. (En dan heb ik het nog niet eens over de ontroerende bedscène, ja, met poppen, echt waar.) Maar vooral is hij duizelingwekkend omdat het Boze pootje wordt gelicht. Een benarde man bejegent een weerloze vrouw onverantwoord gemeen. Maar ook al zullen ze elkaar nooit meer zien, zij is niet boos op hem. Meer is het niet. En dat is prachtig.