Chillen, stacks, fock en bitches

Ook op zijn album ‘Wop’ is Rapper Lil’ Kleine een rebel met flair. Hij pocht en snauwt – zelfs in liefdesliedjes.

De ritmes klappen en pulseren verleidelijk. Een vloeiende laag synthesizerklanken borrelt op, de bassen veren als van elastiek. De omlijsting doet verwachten dat een smachtende zangstem zich zo direct in de arrangementen vlijt.

Maar wat volgt is de plat-Amsterdamse snauwtoon van rapper/zanger Lil’ Kleine, die als een pitbull zijn territorium afbakent. Hij blaft niet, hij scheldt. Ook in een nummer dat waarschijnlijk als liefdesliedje bedoeld is, wordt het openingscouplet gevuld met ‘kutwijf’ en ‘klootzak’ (Bericht). De rest van de tijd bezigt hij een nauw vocabulaire, waarin pillen, capsules, cocaïne en stripclub het meest voorkomen.

Dit is de wereld van Jorik Scholten, alias Lil’ Kleine, de 21-jarige zanger die afgelopen jaar verpletterend indruk maakte met de single Drank & Drugs, samen met handlanger Ronnie Flex. Lil’ Kleines vorige week verschenen eerste solo-cd, Wop, klinkt alsof hij snel in elkaar gedraaid is om te kunnen meeliften op de staart van dat singlesucces.

Dat blijkt uit de talloze verwijzingen naar de hit. Er is een kort intermezzo, een ‘skit’, bestaand uit een commentaar van een SGP-lid in de Tweede Kamer over de invloed van Drank & Drugs op de jeugd. Lil’ Kleine herhaalt de kernwoorden van het nummer om de haverklap, soms in nieuwe combinaties („Ik heb drank en drugs en seks voor je/ echt ik ben perfect voor je”), vaker met dezelfde rijmwoorden, zoals in „Ik heb seks, stacks, Flex”, (verwijzend naar geld – ‘stacks’ – en Ronnie).

De formule voor de liedjes staat vast: zang in couplet en refrein, en een rap als intermezzo. Lil’ Kleine kan vloeiend rappen en zingen, maar de woorden zijn hier te schonkig om een ‘flow’ te laten ontstaan, blijkt bijvoorbeeld in Stripclub: „Lieve schat ja je bent als drugs/ kijk hoe ik door m’n space dwaal/ ik ben in de stripclub/ ik wil niet dat je mij uit m’n space haalt”.

De eindeloze herhaling van dezelfde woorden maakt Wop een stroperig album. Chillen, stacks, fock, euro’s en bitches zijn de belangrijkste thema’s, in ieder nummer op curieuze manier vergoelijkt met het aanroepen van een ‘lieve schat’ („Lieve schat ik ga door, lieve schat ik heb schijt/ We drinken Moët, zelfs bij het ontbijt”).

Dankzij Drank & Drugs groeiden Lil’ Kleine en Ronnie Flex vorig jaar uit tot Nederlandse supersterren. Van de nieuwe levensstijl wordt op Wop uitgebreid verslag gedaan: Lil’ Kleine ontbijt in Parijs, eet kreeft en heeft het druk („Alle bitches willen nu seks met me hebben/ maar ze mogen m’n manager bellen”).

Na Wop zal hij nog minder tijd hebben. Want Lil’ Kleines debuut is nu al een megasucces bij de aanhang: alle elf tracks – inclusief de SGP-skit – staan in de bovenste regionen van de Singles Top 100 (waar tegenwoordig ook losse albumtracks in staan, als ze meer dan een bepaald aantal keer verkocht zijn). En Wop kwam binnen op nummer één van de albumlijst. Dat Kleine ook met de verwaterde versies van Drank & Drugs succesvol is, zal deels te maken hebben met andere kwaliteiten. Hij heeft flair en schopt graag tegen de schenen van de burgerlijke moraal – zowel in zijn teksten als tijdens optredens. Bij concerten provoceert hij het publiek en scheldt op politie of andere aanwezigen – Lil’ Kleine is rebels, een eigenschap die door generatiegenoten wordt gewaardeerd.

Toch is iemand anders de echte ster van Kleines album, en dat is producer Jack Chiraq. Dat blijkt na Drank & Drugs opnieuw op Wop. Chiraqs producties zijn aantrekkelijk, met een knipoog naar de omfloerste housesound met gedempte beats en panfluitachtige synths uit de jaren negentig. Bijna alle nummers kregen een puntig deuntje en opruiend dansritme. Hoogtepunt in dat opzicht is het klepperende 1,2,3. Dit had een kek album kunnen zijn. Als er een andere zanger voor gevonden was.

    • Hester Carvalho