Belichting door vuur, kaarsen en maanlicht

De briljante cameraman van The Revenant, Emmanuel ‘Chivo’ Lubezki, maakt kans op zijn derde Oscar.

Emmanuel ‘Chivo’ Lubezki tijdens het filmen vanThe Revenant.

Voor de opnames van The Revenant zei regisseur Alejandro González Iñárritu dat hij weer rekende op ‘het Chivo-element’. Chivo (geit) is de bijnaam van zijn favoriete cameraman Emmanuel Lubezki, met wie hij eerder Birdman maakte. Die film won vorig jaar vier Oscars, waaronder die voor beste camerawerk. Het jaar daarvoor ontving Lubezki zijn eerste Oscar voor het knap gefotografeerde sciencefictionspektakel Gravity. Lubezki heeft een aantal regisseurs met wie hij meermalen werkte, onder wie zijn Mexicaanse landgenoten Iñárritu en Alfonso Cuarón maar ook Terrence Malick.

Het Chivo-element bestaat onder meer uit zijn liefde voor het werken met natuurlijk licht en het gebruik van lange takes. Met tweeledig doel: verregaand naturalisme en de mogelijkheid de toeschouwer midden in de handeling of het hoofd van het personage te plaatsen, of dat nu de neuroot Riggan (Michael Keaton ) is in hedendaags New York in Birdman of de voor dood achtergelaten pelsjager Glass (Leonardo DiCaprio) in het Amerika van de vroege negentiende eeuw in The Revenant.

Lubezki (1964) werd geboren in Mexico-Stad, waar hij naar de filmacademie ging met Alfonso Cuarón, de vriend met wie hij zes films maakte. In een daarvan, Y tu mamá también (2001), gebruikte hij voor het eerst vrijwel alleen maar natuurlijk licht. Dat lijkt eenvoudiger en goedkoper dan het speciaal uitlichten van een filmset met allerlei filmlampen, maar is dat vaak niet. De zon schijnt niet altijd, licht is door bijvoorbeeld wolken onderhevig aan verandering en daarnaast kan regen een hele opnamedag verknallen.

Realisme

Het gebruik van bestaand licht versterkt het naturalisme en realisme, dat Iñárritu bij The Revenant naar eigen zeggen obsessief nastreefde: „Ik wilde alle kunstmatigheid uitbannen.” Dus filmde hij met Chivo ook in de chronologische volgorde van het verhaal, van herfst naar winter.

Hoewel de weersomstandigheden lastig waren, is het eindresultaat schitterend, met shots die slechts belicht worden door kaarsen, vuur, en maan- en zonlicht. Lubezki filmde het liefst bij een ondergaande of opkomende zon, het zogenaamde Magic Hour en het Blue Hour. Dat is precies de belichting die Terrence Malicks legendarische cameraman Nestor Almendros gebruikte in Days of Heaven (1978), een van de mooist gefotografeerde films aller tijden. Die film werd grotendeels tijdens het ‘magische uur’ gedraaid, als de zonsondergang kortstondig een zacht, roodgekleurd ‘magisch’ licht voortbrengt. Die bijzondere belichting streefde Lubezki ook na in de films die hij voor Malick fotografeerde, waaronder The New World en The Tree of Life, maar dan extreem opgerekt: shots met veel tegenlicht, een door de zon overstraalde lens die het beeld zachter maakt, en met licht dat nog eens gefilterd wordt door bijvoorbeeld een bladerdek.

Bij Birdman valt een ander aspect van zijn werk op, het gebruik van extreem lange takes. Het lijkt er zelfs op dat Birdman in één lange take werd gedraaid, maar dat is niet zo. Opnames van tussen de tien en vijftien minuten werden naadloos aan elkaar gemonteerd. Die liefde voor virtuoos gechoreografeerde shots blijkt ook uit het twaalf minuten durende, wondermooie openingsshot van Gravity, waarin Sandra Bullock en George Clooney worden geraakt door ruimteafval.

Maar hoezeer hij ook naturalisme en authenticiteit zegt na te streven, toch trekt zijn vaak oogstrelende camerawerk de aandacht. Dit leidt soms tot een onfortuinlijke paradox. Zijn vakmanschap is op sommige momenten niet meer dienstbaar en onzichtbaar, maar komt juist op het eerste plan te staan. De bescheiden Lubezki zal dat wellicht een vervelend en ongewenst bijeffect vinden van zijn manier van werken. Maar als hij straks voor de derde keer een Oscar vasthoudt, wil iedereen dat Chivo-effect.

    • André Waardenburg