‘Alsof het Laatste Oordeel hier woedde’

Het decor uit de film Knielen op een bed violen staat in een verlaten Vlaams dorp. Op pad met schrijver Jan Siebelink.

Vader Hans Sievez (Barry Atsma) in Knielen op een bed violen, opgenomen in Vlaanderen.

‘Kijk, hier stond tijdens de filmopnamen een hek met in trotse letters erop ‘Kweekerij Sievez’”, zegt schrijver Jan Siebelink (78). We bevinden ons op de locatie van de verfilming van zijn roman Knielen op een bed violen. „Het leek een luchtspiegeling. De kwekerij lag er net zo bij als ik me herinner van vroeger: de bedden met violen, cyclamen en hortensia’s, de waterbak en gieters, de rietmatten en broeikassen waarin mijn vader met toewijding bloemen kweekte. Het was griezelig, echt en toch niet echt tegelijk. De bloemenpracht van de kwekerij in volle glorie. De kas staat symbool voor de schoonheid van bloemen en tegelijk de neergang, want we wisten dat deze filmplek óók zou verdwijnen. Net als de werkelijke kwekerij.”

Dreigende kernreactor van Doel

We brengen een bezoek aan de filmset waar regisseur Ben Sombogaart en zijn crew, onder wie hoofdrolspelers Barry Atsma als vader Hans Sievez en zijn vrouw Margje (Noortje Herlaar), twintig dagen verbleven. In de zomer, juli; het is nu februari. Het in de ogen van Siebelink „aangrijpende” van deze filmplek is de ligging: in de roman bevindt de kwekerij zich aan de Bergweg in Velp. Daar staat ook het ouderlijk huis waar het gezin Siebelink met Jan als oudste zoon woonde. Die kwekerij is door een projectontwikkelaar vernietigd, dus moesten regisseur en locatiescout uitwijken naar een nieuwe plek. Deze vonden zij net over de grens met België, in Oost-Vlaanderen op de rand van de Prosperpolder, niet ver van de Hedwigepolder en de dorpen Doel en Ouden Doel. De straatnaam is Oude Sluisstraat; verderop liggen Zoetenberm, Polderdijk en Muggenhoek. Dreigend in de verte: de kernreactor van Doel. We beklimmen het talud van de Scheldedijk: metershoge containerschepen varen voorbij.

Zeg Hedwigepolder, Doel en Ouden Doel en denk: dichtgetimmerde huizen, kapotte boerenerven en deels afgebroken schuren. Ten gunste van natuurcompensatie, omdat de Schelde uitgebaggerd moet worden, zijn de dorpen ontruimd. Ontroerend detail is dat de kerk en het kerkhof onaangetast zijn, niet beklad met graffiti zoals de huizen.

Het verbaast Siebelink dat hij hoorde dat instanties als Vogelbescherming Nederland deze ontpoldering steunen. Jan Siebelink: „Mensen mogen nooit voor natuur verjaagd worden, deze wereld zit al vol vluchtelingen. Ik kan me niet voorstellen dat een regering en natuurinstellingen in staat zijn mensen uit hun huizen en boerderijen te verdrijven. Ik zie ruïnes waar eens trotse huizen stonden, verlaten boerenhoeven met kapotgemaakte stallen. Ik heb het boek van Chris De Stoop hierover gelezen, Dit is mijn hof. Wat hij beschrijft is vergelijkbaar met Knielen op een bed violen. Een gezin dat dankzij een kwekerij, zoals van mijn vader, of door het boerenbedrijf, zoals van Chris, verbonden is met de natuur wordt het leven ontnomen. Mijn vader raakte in de ban van christelijk-protestantse geloofsfanatici die hem te gronde richtten, en ook ons gezin. Doel en de omgeving bieden een apocalyptisch aanzicht, alsof het Laatste Oordeel hier woedde.”

Een overgebleven glasscherf

We lopen rond op de voormalige filmset. De deur van het huis staat open. Regisseur Sombogaart zegt desgevraagd dat hij een plek zocht „waar de kwekerij en het huis zo realistisch mogelijk nagebootst konden worden, dankzij de precisie van Siebelinks beschrijvingen”. Sombogaart: „We hoorden van een scout dat hier huizen en tuinen op de rand van de afgrond staan. We konden die betrekken, inclusief een schuur als technisch zenuwcentrum en een haag ernaast waarachter zich de begraafplaats bevindt.”

Op het erf herinnert niets aan de filmset, behalve een glasscherf die is overgebleven van de scène waarin natuurgeweld de tuinderij vernietigt. Siebelink raapt het glinsterende stukje op. We gaan het huis binnen, de trap op naar de slaapkamer. Hier speelt zich de liefdesscène af tussen Hans en Margje. We doen een kastdeur open, waarachter kindertekeningen en afgedankte kledij liggen. Alsof de voormalige bewoners haastig gevlucht zijn.

Siebelink kijkt ernaar met een mengeling van verwondering en tristesse: „Ik kan me niet voorstellen dat dit huis straks is verdwenen, van de wereld geveegd. De vrouw die hier woonde, en nu ergens naar een buitenwijk is gestuurd, schonk koffie tijdens de opnamen. Ze was blij dat haar huis nog een keer een betekenis krijgt.”

Voordat de filmopnamen begonnen, memoreert Jan Siebelink, „namen we enkele minuten stilte in acht. De regisseur zei dat we ons moesten realiseren dat zich hier op de filmset ook de echte tragedie afspeelt van verjaagde mensen. Vanuit dat besef is het idee ontstaan om van Knielen op een bed violen geen meedogenloze verfilming te maken. Hans en Margje verdienen onze aandacht, maar ook voor de oefenaren moeten we begrip kunnen opbrengen. Dat maakt het drama des te menselijker.”