Zeker, er is kritiek in Duitsland. Maar de Duitse gastvrijheid is niet weg

In Duitsland is onbehagen over de toestroom van vluchtelingen. Maar er zijn ook 300.000 vrijwilligers.

Demonstratie in Hamburg om vluchtelingen welkom te heten, afgelopen november. Foto Fabian Bimmer/Reuters

Het is nat en koud, maar Dirk en Andrea Janssen zijn er toch maar even uit gegaan. Ze hadden ’s ochtends in de krant gelezen wat er allemaal nodig was bij de opvang van vluchtelingen en toen wat gerommeld tussen de oude kinderkleren. Winterschoenen in maat 32 of 33 had het Hamburgse echtpaar niet meer. Maar nog wel wat winterjacks, en bij de vraag naar lange broeken maatje 74 tot 164 konden ze ook helpen. „Alles gewassen, zoals gevraagd”, zegt Andrea.

„Zo kunnen we een beetje helpen. En voor ons ruimt het lekker op.”

Dus lopen ze nu met twee propvolle plastic vuilniszakken het monumentale Bieberhaus in Hamburg binnen, vlakbij het centraal station. Dit zandkeurige gebouw is een van de typisch Hamburgse Kontorhäuser: een soort groothandelsgebouwen voor verschillende kantoren en bedrijven, gebouwd tussen eind negentiende eeuw en de Tweede Wereldoorlog.

De eerste verdieping is sinds november beschikbaar voor de opvang van vluchtelingen. Het kleine tentenkamp naast het station kon worden afgebroken. ‘Welcome refugees’, staat op een doek dat naast de ingang hangt. Op de hogere etages houdt de belastingdienst kantoor.

Binnen werken, afwisselend, rond de vijfhonderd vrijwilligers uit Duitsland, maar ook uit Syrië, Afghanistan en andere landen. Mensen kunnen hier overdag blijven, er is een speelkamer voor kleuters, een spreekkamer voor artsen. Er hoeft geen huur te worden betaald. De Paritätische, een koepelorganisatie voor sociaal werk, neemt de kosten voor beveiliging, medicijnen en schoonmaak voor haar rekening.

De opzet van het Bieberhaus illustreert hoe belangrijk vrijwilligers zijn bij de opvang van asielzoekers. Bild kwam vorige week uit op een totaal van 300.000 mensen die op de een of andere manier meehelpen. Met taalles, bij contact met de overheid, schoonmaken, klaarmaken en uitdelen van eten. Met het brengen van eten, kleren, matrassen. „Zonder vrijwilligers was Duitsland helemaal niet in staat een miljoen vluchtelingen op te nemen en onderdak te bieden”, zegt de voorzitter van het Duitse Rode Kruis, Rudolf Seiters.

Dit is, bij alle kritiek die te horen is op migranten en vluchtelingen, ook Duitsland. „In het politieke midden is nog steeds een grote groep mensen die relatief ontspannen naar de situatie kijkt, legt historicus Paul Nolte uit.

„Vorig najaar zagen we hen op het station in München, om vluchtelingen welkom te heten. Nu zijn ze wat uit beeld verdwenen. Maar die mensen zijn er nog wel, ze spelen nog steeds een rol. Al hoor je daar ook: ‘Ik kan nog wel vijftien matrassen brengen, maar hoe lang gaat dat zo door?’”

Bondskanselier Merkel verwees naar deze groep toen ze vorig week zei dat ze het „fantastisch” vond dat bij een peiling 94 procent van de mensen vond dat Duitsland een asielplicht heeft – ook al zei 81 procent dat de regering de controle over de situatie kwijt is.

„Die vluchtelingen zijn er nu eenmaal’’, zegt Dirk Janssen. „We moeten hen helpen een plaats te vinden en snel te integreren.”

Hij woont met zijn vrouw in Neugraben, een voorstad van Hamburg waar al twee opvangcentra zijn voor asielzoekers die in Duitsland willen blijven – in het Bieberhaus komen vooral mensen die hopen te kunnen doorreizen naar Scandinavië. Hij heeft er geen problemen mee: „De mensen die we tegenkomen, zijn allemaal netjes en vriendelijk.”

Maar nog een derde opvangcentrum in Neugraben, voor drieduizend mensen, dat vinden de Janssens geen goed idee. „Dat wordt wel wat veel”, zegt Andrea. „Zo veel tegelijk, dat gaat ook op de scholen problemen geven.”

Maar Hamburg bereidt zich voor op de komst van 40.000 vluchtelingen dit jaar. „Ik weet het, de stad zit vol”, zegt Dirk. „Ze moeten iets verzinnen.” Is hij van plan te gaan demonstreren tegen het plan voor een nieuw centrum?

„Ach, ik heb daar mijn twijfels over, maar we moeten de vluchtelingen toch op de een of andere manier helpen.”