‘Wij werken voor het volk’

(38), ontwerper en ondernemer, is met zijn overdadig versierde mode en zijn stuntshows een opmerkelijk fenomeen tijdens de modeweken in Milaan. 875 euro voor een paar sneakers? ‘Een volstrekt redelijke prijs.’

Eind januari, twee dagen na de show van zijn mannencollectie voor najaar 2016. Philipp Plein schuift aan aan een van de tafels in zijn showroom in Milaan, waarop, net als op alle andere tafels, een doodskop van wit aardewerk staat. „Wil je ook wat eten?” vraagt hij, terwijl hij een motorjack van krokodillenleer over zijn sweatshirt aantrekt. „We hebben hier een heel goede kok.”

Net voor de Duitse ondernemer en ontwerper binnenkwam, heeft zijn hoofd marketing op haar telefoon foto’s laten zien van Pleins gloednieuwe, riante townhouse in New York. Plein heeft ook twee huizen in Lugano in Zwitserland, waar het hoofdkantoor zit, een villa in Los Angeles, een villa in Cannes en een huis in München. Op zijn Instagram-account (@philipplein78) zijn naast selfies, al dan niet met een sexy brunette naast hem, geregeld foto’s te zien van zijn weelderig ingerichte #pleinproperties – zelfs de slaapkamers zijn niet privé.

Ja, het gaat voorspoedig met Philipp Plein. Meer dan tachtig Philipp Plein-winkels werden de afgelopen paar jaar geopend. Drie daarvan zitten in Nederland: twee in de P.C. Hooftstraat in Amsterdam en een aan de Lijnbaan in Rotterdam. Die laatste is met een oppervlakte van 330 vierkante meter de grootste van Europa. Daarnaast wordt het merk in Nederland in 35 andere winkels verkocht.

De mode van Plein is niet van het subtiele of avant-gardistische soort: leren jacks, T-shirts, jeans, tassen en schoenen die zijn bedolven onder de studs, zilverkleurige doodskoppen en andere versieringen. De merknaam lijkt er zo groot mogelijk op aangebracht. „Luxury streetstyle”, omschrijft Plein het zelf.

Net zo luid zijn Pleins modeshows, waarvoor hij keer op keer enorme stunts uit de kast laat trekken: een monstertruck die over een rij auto’s rijdt, jetski’s in een zwembad, een kooigevecht, een achtbaan, explosies, en dat opgeluisterd met optredens van artiesten als Courtney Love, Grace Jones en Snoop Dogg. Het valt niet mee de aandacht te houden bij de kleding die wordt geshowd.

De laatste show begon met een optreden van rapper Lil Wayne, die werd begeleid door een veertigkoppig, verticaal opgesteld klassiek orkest, gevolgd door een BMX-spektakel. Kleine kink in de kabel: Lil Wayne, die duidelijk te veel van een of ander had ingenomen, stootte een paar woorden uit, en rende toen snel weer backstage, terwijl het orkest bleef doorspelen.

„Het is duidelijk dat we een probleempje hadden”, zegt Plein, een afgetrainde man die snel praat en zijn zinnen vaak begint (en die van zijn gesprekspartner onderbreekt) met een dwingend „Listen”. „Maar listen! Het is een mens; daar heb je nou eenmaal nauwelijks controle over. Dat maakt een liveoptreden spannend. En wij van onze kant zijn heel professioneel geweest; de show ging door en uiteindelijk was het een succes.”

En dan stuurt u vaak ook nog dingen als horloges en gepersonaliseerde rugzakken en petjes met de uitnodigingen mee, De kosten voor uw shows moeten in de miljoenen lopen.

„Ja.”

Waarom zoveel? U bereikt er een relatief klein publiek mee.

„Omdat ik rijk ben en het me kan veroorloven. Nee, dat is natuurlijk een grap. Ik denk niet dat we meer geld uitgeven dan andere merken voor een show uitgeven. We doen het wel anders. Onze concurrenten zijn meestal al meer dan vijftig jaar in de markt. Philipp Plein is een nieuwkomer. Dus wij willen niet hetzelfde doen als zij. Wij zijn de nieuwe generatie.”

Ik krijg altijd het gevoel dat u met uw shows wil bewijzen dat u macht heeft en meetelt.

„Ik heb macht. Als je niks verkoopt, heb je in deze industrie niks te zoeken.”

Uw kleding valt in het hoogste prijssegment.

„Dat krijg je als je in Italië produceert.”

Een T-shirt van 298 euro...

„Listen! De prijs reflecteert het werk dat erin zit. Ik besteel onze klanten niet. Ik verkoop geen simpele zwarte T-shirts. Een T-shirt van Philipp Plein heeft borduursels, stenen, applicaties.”

Hij loopt naar een kast en pakt er een zwarte mannensneaker uit en roept de ruimte in: „Wat kost deze schoen?” Iemand roept terug: „875 euro.”

„Een volstrekt redelijke prijs. Ik verdien minder aan mijn schoenen dan aan andere dingen. Alleen al de doos kost 35 euro. Het nappaleer heeft een speciale behandeling gekregen. Het is matzwart: daar houden mensen van. Ze houden van matzwarte Ferrari’s, Lamborghini’s en Rolls-Royces. De zool bestaat uit twee delen: mat en glanzend.”

Hij wijst naar het cijfer 78 (Pleins geboortejaar), dat met gotische metalen cijfers op de zijkant van de sneaker is aangebracht. „Er zijn ook niet veel merken die zoveel accessoires op een schoen doen. En die worden aangepast aan elke maat. Als je in een markt komt die verzadigd is, moet je de consument verrassen. Waarom koopt iemand mijn sneakers? Omdat-ie zoiets nergens anders kan vinden.”

En omdat uw naam er zo groot opstaat?

„Waarom kopen mensen dure spullen? To show off. Als je een iconisch product hebt gecreëerd, hoef je je naam er niet op te zetten. Iedereen herkent een tas van Hermès. Maar wij zijn geen Hermès.”

Hoe werd u ontvangen in de modewereld, toen u vijf jaar geleden uw eerste show in Milaan gaf?

„Weet je nog dat er vroeger af en toe een nieuw iemand in de klas kwam? Het kon het mooiste, slimste of aardigste kind zijn, maar er werd raar naar gekeken.”

Een nieuw kind als de Britse ontwerper J.W. Anderson wordt meteen opgenomen in de modeklas.

„Het is anders als je wordt uitgenodigd, dan wanneer je je ongevraagd aandient.”

Doordat u zo royaal adverteert, krijgt u een hoop redactionele aandacht in de modebladen.

„Als ik ergens wil adverteren, praat ik eerst met de hoofdredacteur. Ik zeg: listen! Ik steun geen bladen die mij niet steunen. Het is geven en nemen. Emmanuelle Alt, de hoofdredacteur van de Franse Vogue, komt naar al mijn shows.”

De winkel die u eind vorig jaar in Rotterdam opende…

„Een van de succesvolste in de regio.” Naar een man aan een andere tafel: „Fontana! Wat zetten we per maand om in Rotterdam?”

„300.000 euro”, zegt Ennio Fontana, hoofd sales, die is gekleed in een groene trui met twee grote P’s erop. „Rotterdam is een heel belangrijke markt voor ons.”

Hoe wisten jullie dat jullie daar moesten zijn?

Fontana (Plein zit intussen te bellen): „Er waren daar al zeven winkels die ons merk verkochten.”

Vonden die winkels het fijn dat jullie een eigen winkel openden?

Fontana: „Die hebben we opgezegd. Alleen [schoenwinkel] Shoebaloo verkoopt ons daar nog. Hetzelfde hebben we gedaan in Amsterdam.”

U bent erg populair bij sporters, met name voetballers. Hoe komt dat volgens u?

Plein: „Het zijn jonge, succesvolle mannen die er goed uitzien en geld hebben. Ze willen zich niet zo kleden als hun advocaten en managers. Het zijn de helden van nu, iedereen wil op ze lijken. Maar ik ben blij met iedereen die ons draagt. Ik zeg altijd tegen onze ontwerpers: wij werken voor het volk. Andere modehuizen zijn alleen maar bezig met hun imago. Wat kun je nu aan dat je op de catwalk van Prada ziet? Van ons kun je alles dragen. Ik wil niemand buitensluiten. Ik laat ook altijd zoveel mogelijk mensen binnen bij mijn shows.”

Heeft u ooit overwogen met een goedkopere lijn te komen?

„Dan moet je naar lagelonenlanden. Dat wil ik niet.”

Maar dat bekent dat u mensen met weinig geld uitsluit.

„Ja. Maar ook niet iedereen kan een Ferrari kopen.”