Vuurwerk is in China een mensenrecht. Tot nu toe dan

Het vuurwerkverbod in Shanghai werd nageleefd. „Ik hoorde geen kanonslag, zelfs geen muggenscheetje.”

Inwoners van Shanghai doen inkopen voor het bijna drie weken durende Chinese Lentefeest. Foto Qilai Shen/Bloomberg

‘Wat? Geen vuurwerk in Shanghai?”, roepen de twee Britse toeristen hogelijk verbaasd en teleurgesteld. Inderdaad: er mocht bij het begin en eind van het bijna drie weken durende Chinese Nieuwjaarsfeest of Lentefeest in de grootste metropool van het land nog geen vuurpijl worden afgeschoten. Het enige wat vloog waren de politiehelikopters die toezagen op naleving van het eerste grote experiment met een vuurwerkverbod in China.

Maandagavond, toen het Lentefeest werd afgesloten met het Lantaarnfeest, heb ik geen kanonslag gehoord, zelfs geen muggenscheetje. Het bleef onwerkelijk stil in Shanghai, met dik 24 miljoen inwoners.

Lichtte in andere jaren de nachtelijke hemel op door miljoenen gekleurde fonteinen van buskruit, dit jaar bleef het voor het eerst in vele generaties donker. Donker, maar ook – en dat was uiteraard de bedoeling – opmerkelijk schoon.

Een YouTube-gebruiker filmde met een drone de rustige Nieuwjaarsnacht in Shanghai:

Toegegeven, toen de Shanghaise stads- en partijbestuurders vorig jaar besloten het afsteken van vuurwerk simpelweg te verbieden om de luchtvervuiling te bestrijden, dacht ik dat ze bluften. Op zijn best zou de maatregel beperkt blijven tot de Bund, de iconische boulevard langs de rivier de Huangpu. Of tot een paar hoofdstraten.

Vuurwerk is een mensenrecht

Het veiligheidsargument dat ook werd genoemd leek mij gezocht, want je hoort en leest nooit iets over brandwonden, verblinde ogen of afgerukte handen. Er ontploft weleens een vuurwerkfabriek, maar ook daar talen weinigen naar in het land waar het buskruit is uitgevonden.

Uitvoering van een dergelijke impopulaire maatregel leek vooral om culturele redenen ondoenlijk. Vuurwerk afsteken is hier een eeuwenoude traditie: een mensenrecht, net zo gewoon als eten met stokjes.

Maar wat Nederlandse burgemeesters en politiecommissarissen nooit zal lukken, is voor hun Shanghaise collega’s vrij eenvoudig: ze mobiliseren gewoon tienduizenden politieagenten om toe te zien op naleving van de verordening. En via partijkanalen worden vele duizenden vrijwilligers in stelling gebracht, 300.000 om precies te zijn.

Wie eerder deze maand in de nacht van oud op nieuw naar huis liep, kwam meer slaperige agenten en luierende straatvegers tegen dan feestvierders. En maandagavond, bij het Lantaarnfeest, waren in het centrum van de stad meer vrijwilligers in oranje hesjes op straat dan burgers. Twee aan twee en gezellig kletsend patrouilleerden de ‘drakenvrouwen’ in mijn buurt om eventuele overtreders de oren te wassen. Maar zelfs in de longs (stegen) durfde niemand een rotje af te steken.

Bij grote toeristische attracties, zoals de Yu-tuinen, waren zelfs antiterreureenheden van de paramilitaire politie in stelling gebracht. Het leek alsof werd gevreesd voor een revolte.

Bestuurlijke dadendrang

Shanghai was niet de enige stad die om milieu- en veiligheidsredenen brak met een eeuwenoude traditie, ook in het centrum van Hangzhou en Nanjing was vuurwerk verboden. Draconisch of niet, voor het eerst in jaren bleef de luchtvervuiling – ook omdat iedereen gewoon thuisbleef – binnen de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie, een unicum in een Chinese miljoenenstad.

De vraag is of het Shanghaise vuurwerkverbod volgend jaar wordt uitgebreid. Zevenhonderd andere steden, waaronder Beijing hadden al plannen klaarliggen, maar durfden de grote stap naar een vuurwerkvrij Lentefeest dit jaar nog niet te zetten. Sommige „oude Shanghaiers” hopen intussen op meer bestuurlijke dadendrang en dromen van frisse lucht het hele jaar door. Gewoon een kwestie van een paar duizend fabrieken en kolencentrales in de provincie sluiten. En als de bestuurders toch bezig zijn, zou wat hen betreft ook spugen op straat en het voordringen met ellebogen in de metro verboden moeten worden.

    • Oscar
    • Garschagen