Uitrekenen wie de allerbeste is

Videoblogger Kevin B. Lee bepaalt met de stopwatch wie de Oscars moeten winnen. Hoe objectief is dat?

Videoblogger Kevin B. Lee

Uit onvrede met de jaarlijkse Oscardans rondom roddels en koffiedik, of cynischer nog: het feit dat de studio met het hoogste marketingbudget de winnaars koopt, begon de Amerikaanse videoblogger Kevin B. Lee vijf jaar geleden met een serie video-essays die de winnaar op andere gronden zouden moeten bepalen. Namelijk door weer te kijken naar waar het eigenlijk om gaat: de films zelf.

Wat is er in de genomineerde films eigenlijk voor waardevols te zien? Waar kijken we naar als we zeggen dat het camerawerk prachtig is? En is het alleen maar mooi, of heeft het ook nog een samenhang met de rest van de film? Wat maakt de ene acteerprestatie beter dan de andere? Komt een genomineerd acteur wel voldoende in beeld om van een hoofdrol te spreken?

Een filmpje dat Lee in de aanloop naar de Oscars in januari online zette, ging viral. Lee stelde daarin dat niet een van de actrices in de categorie vrouwelijke bijrol eigenlijk een nominatie verdient, en dat ze louter ondergeschikte vrouwen spelen. Als uitsmijter suggereerde hij dat de Oscar beter naar de onderschatte Kristen Stewart had kunnen gaan voor haar rol in Clouds of Sils Maria. Gevolgd door een Kristen Stewart-compilatie die inderdaad heel wat interessanter acteerwerk liet zien. Als iemand die de media creatief en kritisch bekijkt, weet Lee als geen ander ook hoe ze te bespelen.

Stopwatch

Om te bepalen wat de beste filmprestaties zijn, maakt hij gebruik van een methode die ‘cinemetrics’ heet, vertelde hij op het afgelopen Filmfestival Rotterdam. In het kort komt het erop neer dat hij op zoek gaat naar objectieve criteria om te begrijpen wat er in films gebeurt. Hoeveel scènes zitten er in een film, tussen welke personages, hoeveel shots worden er gebruikt, en hoe lang duren ze? Waar staat de camera en waar kijkt die naar?

In het geval van de acteurscategorieën betekent dat bijvoorbeeld dat hij met een stopwatch in de hand kijkt hoe vaak de genomineerde acteurs in beeld zijn. „Dat zegt natuurlijk niets over hoe goed ze zijn, daarvoor kun je letten op gezichtsuitdrukking, samenspel, subtekst, de samenhang tussen tekst en performance. Maar het meten en rekenen is wel een manier om onze vaak nogal subjectieve ideeën over wat een goede rol is wat verder uit te kunnen diepen. De meeste mensen vinden een film al snel goed omdat ze zich met het personage kunnen identificeren.”

Het levert verrassende conclusies op. Zo is dweilkoningin Jennifer Lawrence in Joy maar liefst 79 procent van de tijd in beeld, waarvan 34 in close-up. Dat zijn een hoop close-ups voor een film. En dat terwijl Bradley Cooper, die haar aanneemt voor zijn telsell-programma, haar nog wel toevertrouwt dat het „helemaal niet om het gezicht gaat, maar om de handen”.

De handen van een andere genomineerde voor beste actrice, Cate Blanchett voor de lesbische romance Carol, zijn dan wel weer veelvuldig gefilmd. Van de 54 procent screentime die ze heeft kijken we voornamelijk naar haar handen en haren. Volgens Lee zodat we Blanchett zien zoals bewonderaarster Rooney Mara haar ziet: als een fetisj. Maar hij vraagt zich af of een actrice wier gezicht buiten beeld blijft, eigenlijk wel op haar acteren kan worden beoordeeld. Gaat het eigenlijk niet over andere dingen, zoals camera en montage?

De opkomst van het video-essay zou niet mogelijk zijn geweest zonder de digitalisering van de filmwereld. „Vroeger had je zo’n film dan op een montagetafel moeten bekijken, en constant heen en weer spoelen.” Nu heeft hij meerdere schermen openstaan op zijn laptop en is alles netjes in een montageprogramma geladen. „Niks ingewikkelds, gewone consumentensoftware.”

De Oscar voor Beste Film mag volgens Lee maar naar één film gaan: The Big Short, een film die eigenlijk een Hollywoodvariant op een video-essay is. In zijn laatste filmpje uit de reeks neemt Lee een wel heel persoonlijk standpunt in. De genomineerden voor beste film zijn dit jaar te verdelen in drie categorieën, zegt hij: „Survivalfilms over eenzame mannen, films over vrouwen die hun plek in de wereld moeten zien te vinden en politieke films die entertainment hebben proberen te maken van complexe sociale en historische gebeurtenissen.”

Zijn gedoodverfde winnaar komt uit die laatste categorie. The Big Short is een eclectische film over een ingewikkeld onderwerp: de kredietcrisis van 2007. Volgens Lee doet The Big Short iets wat Hollywoodfilms normaliter niet doen: bespiegelend en met behulp van experimentele middelen een verhaal vertellen. Een typische essayfilm, zoals hij ze in zekere zin zelf maakt. Essayfilms en video-essays dienen uiteindelijk maar één doel, zegt Lee: „Ze laten ons beter kijken, en in mijn geval naar datgene waar we het meeste van houden, namelijk de film zelf.” Moge het beste video-essay dan maar winnen.

    • Dana Linssen