Pabo moet nu hard werken aan gemengd onderwijzerscorps

Sinds 2007 leggen studenten van de pabo (de hbo-opleiding tot leraar in het basisonderwijs) in hun eerste jaar een taaltoets en een rekentoets af. Faalt een student, dan mag deze de opleiding niet vervolgen, ook als overduidelijk is dat er aan hem of haar een gedreven onderwijzer verloren zou gaan. De maatregel werd niet voor niets getroffen. Hij volgde op de alarmerende vaststelling dat er al te veel leerkrachten voor de klas stonden met een zo geringe taal- en rekenvaardigheid dat het onderwijs eronder leed.

Het heeft gewerkt. Het niveau is substantieel toegenomen. Maar er is ook een ander effect, in de vorm van een onbedoelde schifting. Er melden zich minder studenten aan, de opleidingen krimpen. En daarbij is het aantal pabo-studenten van allochtone afkomst gedaald met maar liefst 66 procent.

Dat is alarmerend. Basisschoolkinderen moeten verzekerd zijn van gedegen onderwijs in lezen, schrijven en rekenen. Maar net zo evident is het belang van een onderwijzerscorps dat in zijn samenstelling de samenleving weerspiegelt, voor een reëel wereldbeeld voor álle kinderen.

Er moet dus iets gebeuren, ook omdat, nu de laatste telgen uit de naoorlogse geboortegolf naar hun pensionering toegroeien, er binnen afzienbare tijd een tekort aan leerkrachten dreigt. We kunnen niemand missen die het verlangen koestert om zijn leven aan het onderwijs te besteden.

Het voorstel voor een teach-nasium, waar havo 4- en 5-leerlingen op de pabo worden voorbereid, is – afgezien van de naam – een goed idee. Maar ook de pabo zelf kan zich, nu het niveau op orde is, warm lopen voor een volgende uitdaging: het binnenhalen en vasthouden van studenten. Niet via de makkelijke weg van het versoepelen van de normen, maar vanuit principe dat de aankomende pabo-generaties cruciaal zijn. In het ideale geval maakt hun onderwijs het toetsen van de generaties na hen overbodig.

Het Nederlands is de basis van alle onderwijs. Wie de taal slecht beheerst, snapt ook de rekenles niet, laat staan dat geschiedenis of aardrijkskunde aanslaat. Taalverwerving moet dan ook nadrukkelijk vanaf de peuterspeelzaal worden aangepakt. Het Nederlands moet overal als voertaal worden gehandhaafd. Dat is ingewikkeld in een klas waar een meerderheid bijvoorbeeld het Berbers als eerste taal heeft. Toch zal elke leerkracht, van welke herkomst ook, er werk van moeten maken – liefst ondersteund door een aparte training op de pabo. Niet alleen ten behoeve van de leerlingen die wellicht ooit zelf juf of meester willen worden. Het bevordert de toekomstkansen van ieder kind.