Mijnopruiming op losse schroeven

Het door oorlogen geteisterde Afghanistan ligt vol oude mijnen. De VN-operatie die ze opruimt loopt nu gevaar. Gesprek met een betrokkene.

Het ruimen van oude mijnen in Afghanistan dreigt spraak te lopen. Op dit moment wordt de operatie nog gerund onder de vlag van de Verenigde Naties. Maar de kans is groot dat op korte termijn de Afghaanse overheid zelf verantwoordelijk wordt voor het onschadelijk maken en verwijderen van mijnen. Mohammad Sediq Rashid, de directeur van het Mine Action Coordination Centre of Afghanistan (MACCA) waarschuwt dat de ‘ontmijningsoperatie’, waarvoor hij verantwoordelijk is, hierdoor „op het punt staat in te storten”. „Het zou een ongekende verkwisting betekenen van internationaal belastinggeld. 26 jaar lang hebben meer dan twintig regeringen ons via de VN financieel gesteund. We zijn nog lang niet klaar, en nu de gevechten zijn toegenomen, komen er steeds meer blindgangers en achtergelaten munitie bij.”

Nederland is een van de landen die bijdragen aan het verwijderen van landmijnen uit Afghanistan. Vorig jaar ging het om bijna 5 miljoen euro. In totaal besteedde Nederland vorig jaar ruim 9 miljoen euro aan ontmijning en voorlichting, ter ondersteuning van het internationale doel de wereld in 2025 mijnvrij te krijgen.

Afschuiven

De verwachting is dat veel internationale donoren hun steun zullen stopzetten wegens de problemen met corruptie binnen de Afghaanse overheid. Bovendien zouden de salarissen met zo’n 80 procent dalen. „We hebben heel veel expertise opgebouwd. Maar als de VN ons afschuiven naar de Afghaanse overheid, zullen we onze beste mensen onherroepelijk verliezen”, aldus Mohamad Sediq Rashid.

Sinds de terugtrekking van het overgrote deel van de internationale troepenmacht uit Afghanistan eind 2014, nam het aantal slachtoffers van ingegraven of achtergebleven explosieven toe van één per dag tot vier per dag. Dat was het gevolg van de intensivering van de oorlog, en van de toename van het aantal bermbommen van de Taliban. „Maar ook van achtergebleven NAVO-munitie”, aldus Rashid.

Hij kreeg van de verdragsorganisatie te horen dat de verlaten schietbanen rond NAVO-bases geen probleem vormden. „Maar inmiddels zijn er sinds eind 2014 al meer dan 130 slachtoffers op die plekken gevallen. Voor het overgrote deel kinderen.” Inmiddels wordt een deel van de schietbanen ontmijnd door een commercieel bedrijf. „Maar ik heb gehoord dat sommige militairen ook zelf aan het opruimen zijn. We weten niets over de methoden die ze gebruiken, en waar ze precies aan het werk zijn.”

Ondanks toezeggingen levert de NAVO slechts spaarzaam informatie aan, met name over de plekken waar gevochten is, en waar dus blindgangers kunnen liggen. De ervaring van MACCA is dat zo’n 15 procent van de geavanceerde vliegtuigbommen niet tot ontploffing kwamen. „Ze zijn al een jaar weg. We wachten nog steeds op informatie. Nee, ik ben niet tevreden.”

Hij vreest voor de consequenties van het dreigende instorten van de operatie. „Veel ontwikkelingsprojecten zullen in moeilijkheden komen. Anderen zullen worden stopgezet.” Volgens Rashid kan het al fataal zijn voor een project „als er maar één of twee explosieven worden gevonden”, omdat hulpverleners en de bevolking dan niet meer veilig met elkaar kunnen samenwerken.

Directeur Rashid vertrekt eind deze week bij de organisatie. Zijn staf stelde een een rapport op waarin alternatieven werden aangedragen voor het onderbrengen van de ontmijningsoperatie. Tot nu toe zonder resultaat.