Kleine Jongen terug in Nederland

PSV treft woensdag Atlético Madrid thuis in de Champions League. Met Marco van Ginkel, die na kwakkeljaren bij Chelsea uit is op zekerheid.

Marco van Ginkel over zijn Chelsea-periode: „Sommige spelers waren zo gefocust dat je ze bijna niet kon aanspreken.” Foto Merlin Daleman

Daar stond hij dan. Op een stoel tussen de spelers en trainers van Chelsea. Zij: vedetten. Hij: een twintigjarig talent uit het Gelderse Scherpenzeel. Maar Marco van Ginkel stapte onbeschroomd naar voren. Als eerste van alle nieuwkomers zong hij een liedje ten overstaan van mannen als José Mourinho, John Terry en Frank Lampard. Het werd André Hazes, Kleine Jongen. Best toepasselijk voor een jonge middenvelder die net is overgekomen van Vitesse.

De wijze waarop Van Ginkel (23) tweeënhalfjaar jaar later vertelt over die kleedkamertraditie, duidt in eerste instantie op een zekere neiging tot relativeren. Ach ja, zegt hij dan. Chelsea, AC Milan, Stoke City, het waren één voor één mooie clubs. Maar zijn aandacht gaat nu toch vooral uit naar het heden waarin hij uitkomt voor PSV. Woensdagavond: Atlético Madrid thuis in de achtste finale van de Champions League. „Ik heb er met Chelsea tegen gespeeld. Een heel pittige ploeg die voetbalt als een eenheid. Er loopt geen Messi rond.”

Maar wie doorvraagt bij Van Ginkel brengt gaandeweg een jongensachtige bravoure aan de oppervlakte. Dan praat hij met een mengeling van zelfverzekerdheid en trots over de voorbije jaren. Hij kwakkelde met blessures en wisselbeurten, maar beleefde ook veel moois.

Zo wordt ook duidelijk wat Ted van Leeuwen in 2010 bedoelde toen hij Van Ginkel na diens debuutwedstrijd omschreef als een geslepen voetballer. De toenmalige technisch directeur van Vitesse had gezien hoe de zeventienjarige jeugdexponent binnen tien seconden na zijn invalbeurt de beste speler van RKC een blessure had bezorgd. Hij mocht dan jong zijn, maar was voor de duvel niet bang. Mondig bovendien. Van Ginkel: „Ik ging maar meteen als eerste zingen bij Chelsea, dan was ik er vanaf. De beste spelers zaten vooraan, de trainers in de hoek. Zo moeilijk is het ook niet. Zij hebben even lol, maar de volgende keer bij een ander doe je zelf net zo hard mee. Bij Stoke had ik er ook geen problemen mee.”

Weg der geleidelijkheid

In de zomer van 2013 baarde de toen twintigjarige Van Ginkel opzien met zijn transfer naar Chelsea. Nog voordat hij van Vitesse was overgestapt naar een club uit de klassieke Nederlandse top drie, tekende hij een vijfjarig contract bij een van de beste clubs van Europa. Te vroeg? Die vraag zal hem altijd achtervolgen. Maar na gesprekken met onder anderen José Mourinho, destijds nog trainer, kwam Van Ginkel tot de conclusie dat dit een unieke kans was. Chelsea stelde voor hem een stappenplan op. Een weg der geleidelijkheid richting een vaste plek in het eerste elftal. Hij speelde enkele duels in de voorbereiding, mocht invallen in de competitie en had een basisplek tegen FC Basel in de Champions League.

Met gepaste bewondering kijkt hij in die tijd om zich heen. Vooral naar de wijze waarop ploeggenoten met hun vak bezig zijn. „Dat zo iemand als John Terry zoveel prijzen heeft gewonnen is echt niet alleen omdat hij zo goed kan voetballen. Het zit in veel meer dingen.”

Mentale weerbaarheid bijvoorbeeld. „Sommige spelers waren zo gefocust op de wedstrijd dat je ze bijna niet kon aanspreken. Anderen trommelen elkaar op totdat je vanzelf agressief wordt. Ik kan me nog een wedstrijd tegen Arsenal herinneren waarbij spelers van tevoren gingen speechen. Mooie woorden waren dat. Die dag wonnen we met 6-0. Van die opgefokte gasten heb je soms ook nodig.”

Aandacht van de trainer

In die fase verloopt alles voorspoedig, tot hij in september 2013 zijn kruisband afscheurt. Einde seizoen. En dat niet alleen: zijn blessure belemmert zijn gewenning aan voetbal op een veel hoger niveau. Nooit eerder ervoer hij tegenslag, maar vanaf dat moment verandert dat. Niet alleen een knieblessure zat hem de voorbije jaren dwars, ook twee enkelblessures hielden hem lang aan de kant.

In die moeilijke tijd had hij steun aan familieleden en vrienden die vaak langskwamen. Zij compenseerden het gebrek aan warmte en de gemoedelijkheid die hij weleens miste. Wat de definitie van warmte in het voetbal is? Moeilijk uit te leggen, zegt Van Ginkel. „Als jij nooit aandacht van de trainer krijgt, dan voel je dat wel. Dat had ik bij AC Milan. Het is net als met je vriendin. Als zij je aandacht geeft, is het leuker dan dat ze dat niet doet.”

In Milaan duurde het lang voordat toenmalig trainer en voormalig goaltjesdief Filippo Inzaghi hem het vertrouwen schonk nadat Van Ginkel was gehuurd van Chelsea. „Ik voelde dat ik moest spelen. Ik zag alle trainingen en ben ook niet dom. Maar ook daar had ik pech met blessures. Gelukkig zag Inzaghi het uiteindelijk wel in me zitten en kreeg ik alsnog veel speeltijd. Ik neem het hem niet kwalijk. Het was zijn eerste jaar als hoofdtrainer en de druk was hoog. Milan is zo’n gigantische club, met zoveel media eromheen. Dat is niet zomaar iets. Ik heb het daar zelf moeten doen. Het kwam niet van hun kant.”

Bij AC Milan kwam hij in één seizoen tot achttien duels; veertien meer dan bij Chelsea, waar hij in zijn eerste seizoen slechts 97 minuten speelde. In zijn derde jaar verhuurde de Londense club hem aan Stoke City, dat eveneens uitkomt in de Premier League. Daar kwam hij achttien keer in actie, voordat hij in januari 2016 werd verhuurd aan PSV. „Ik heb aardig wat wedstrijden gespeeld bij Stoke, maar de laatste tijd vaak als wissel. Ik voelde niet die warmte en had niet het vertrouwen dat ik veel minuten ging maken..”

Voor PSV gold hij als een buitenkansje. Weer een sterke speler op een middenveld dat al zo sterk is bezet met Andrés Guardado, Davy Pröpper en Jorrit Hendrix. Hoewel: na zijn eerste wedstrijd tegen FC Utrecht, thuis voor de KNVB-beker (verloren met 3-1), bespeurde hij enige twijfel om zich heen. „Zo van: wat komt hij doen? Maar dan scoor je de volgende wedstrijd en dan is dat alweer vergeten. Ik heb twee jaar amper gespeeld, maar het zat er altijd in. Soms kwam het er alleen niet uit.”

    • Fabian van der Poll