Goede partner? Dubbel succes!

Het aantal hoogopgeleide, welvarende stellen neemt toe. Goed voor je carrière, maar minder voor de samenleving.

Illustratie Tomas Schats

Wat hebben Jay-Z, Bill Clinton en Kim Kardashian gemeen? Ja, ze zijn stinkend rijk, beroemd en berucht, maar vooral: ze vormen de helft van een powerkoppel met een minstens zo succesvolle partner. En zij zijn niet de enigen. Steeds vaker kiezen maatschappelijk succesvolle mensen voor een relatie met elkaar. Het Amerikaanse opinietijdschrift New Republic spreekt zelfs van het „tijdperk van de superkoppels”.

Ook in Nederland bestaat deze trend. Volgens Pieter Tordoir, hoogleraar geografie en planologie aan de Universiteit van Amsterdam, gaat het om een groep die „de afgelopen tien jaar sterk is toegenomen”. Jan Latten, UvA-hoogleraar demografie en hoofddemograaf bij het CBS, definieert een powerkoppel als „een relatie met twee kostwinners, die allebei hoogopgeleid zijn en beiden een toegang tot een groot sociaal netwerk hebben.”

De recentste cijfers van het CBS tonen dat het aantal gelijk opgeleide stellen (met veel schommelingen) toeneemt, evenals het aantal paren waarbij de vrouw hoger is opgeleid.

Het vormen van een powerkoppel – in Nederland gaat het nu om één op de zes stellen, aldus Latten – biedt voordelen. Volgens de demograaf kun je via een relatie je maatschappelijke succes uitbouwen. „Naast een dubbel inkomen verdubbel je ook je individuele succes, door de toegang tot bepaalde netwerken”, aldus Latten.

Volgens Latten heeft de toename van het aantal powerkoppels te maken met de emancipatie van vrouwen sinds de jaren zeventig, waardoor steeds meer vrouwen werken en hoogopgeleid zijn. „In relaties heb je steeds meer genderbalance. Het is niet meer zo dat de man de kostwinner is.” Maar het heeft ook te maken met het feit dat steeds meer Nederlanders – zowel man als vrouw – hoogopgeleid zijn.

Maar wat betekent dit voor de samenleving? Volgens hoogleraar Pieter Tordoir wonen de hoogopgeleide, welvarende stellen geconcentreerd in stedelijke knooppunten als Utrecht, Amsterdam en Rotterdam. „Mensen met lage inkomens vertrekken juist uit deze wijken.” Hierdoor ontstaat volgens Tordoir een groter contrast tussen de binnenstad en de buitenwijken. „In andere steden, zoals New York, Parijs en Londen is dit al aan de gang. Nu wordt Nederland ermee geconfronteerd.”

    • Jonas Kooyman