Een geheime oorlog is veiliger

Nederland wil de terreurbeweging IS vanuit de lucht vernietigen. Daarbij vallen ook burgerdoden. Hoeveel, blijft geheim.

Commandant der Strijdkrachten Tom Middendorp gaf dinsdagmiddag een toelichting op de Nederlandse inzet in Irak en Syrië. Foto ANP / Martijn Beekman

De Nederlandse militairen die vanuit Jordanië luchtaanvallen op Islamitische Staat (IS) uitvoeren mogen eindelijk ook bombarderen in Syrië. Sinds twee weken is de anti-IS-missie niet langer beperkt tot Irak. Tot grote opluchting van de luchtmachtmilitairen die met een knellend mandaat kampten? Niet echt, zegt kolonel Geert Ariëns. Hij leidde de vorig jaar als commandant de ‘luchtmachters’ ter plaatse en vertelde dinsdag in Den Haag over de missie.  

Het is in Ariëns periode niet voorgekomen dat een konvooi vol zwaarbewapende IS-strijders aan Nederlandse bommen wist te ontsnappen door even snel de grens met Syrië over te steken, waarna een F-16 die ze achtervolgde rechtsomkeert moest maken. Het was dus geen frustrerende ervaring voor de militairen dat ze met hun gevechtsvliegtuigen de grens niet over mochten. Maar dat de missie – na lang politiek gebakkelei tussen coalitiepartners VVD en PvdA – nu is uitgebreid, maakt het wel mogelijk IS meer bij de bron aan te pakken, zegt Ariëns.

Totale vernietiging

„We zien dat het gevecht in Irak vanuit Syrië gevoed wordt”, zegt hij. Daar worden strijders opgeleid en opgelapt, bermbommen in elkaar geknutseld en wapens en inkomsten doorheen gesluisd. „Als we ze daar aanpakken, houden ze de strijd in Irak minder lang vol.” 

De uitbreiding van het mandaat is dan ook exclusief gericht op de aanvoerlijnen die vanuit Oost-Syrië de strijd in Irak beïnvloeden. Nederland wil zich niet mengen in de Syrische burgeroorlog. De coalitie van 29 landen waartoe Nederland militair behoort is gericht op de totale vernietiging van IS en het zogenaamde kalifaat, maar wil ook niet dat dictator Assad weer terrein wint.

Generaal Tom Middendorp, de commandant der strijdkrachten, zei dinsdag: „Wij bombarderen niet in Syrië om terrein op IS te veroveren, maar om hun vermogen te beperken.” Door IS al in Syrië aan te pakken, kan de oorlog volgens de militairen ook iets ‘schoner’ gevoerd worden. „We zien dat IS in Oost-Syrië geconcentreerd op elkaar zit, in speciale kampen. Daar zijn minder burgers in de buurt dan bij acties in Irak en is dus kleiner gevaar op nevenschade en onschuldige slachtoffers”, zegt Ariëns. „Al zijn zij ook niet achterlijk en zien we dat ze zich ook in Syrië meer mengen met de burgerbevolking. Ze zoeken opportunistisch naar locaties die wij minder gemakkelijk kunnen vinden en waarbij wij heel erg uit moeten kijken voor collateral damage.”

Over die nevenschade en mogelijke burgerslachtoffers is nogal wat te doen. Vooral over het gebrek aan helderheid dat Defensie erover geeft. Twee gevallen van Nederlandse bombardementen waarbij mogelijk onschuldige doden vielen worden onderzocht.

Afspraken gemaakt

Defensie wil niet zeggen waar en wanneer die plaatsvonden. Zoals het ministerie dat over geen enkele aanval wil zeggen. We weten dat er sinds het begin van de missie, najaar 2014, ruim 1.300 keer gebombardeerd is. Meer details zijn er niet. Zelfs het aantal bombardementen dat de afgelopen twee weken doelen in Syrië heeft getroffen mogen we niet weten.

Nederland is nog voorzichtiger in details prijsgeven dan bondgenoten. Minister Jeanine Hennis (VVD) wil alleen meer zeggen als daar binnen de coalitie afspraken over gemaakt zijn. Begin deze week spraken alle bevelhebbers, onder wie Middendorp, er in Koeweit over, maar voorlopig zonder resultaat.

Het gebrek aan transparantie en de onoverzichtelijke situatie in Irak en vooral Syrië, maken dat er veel onduidelijk is over de effecten van de bombardementen. Zowel op het conflict als op de slachtoffers. Zo rapporteerde de door de VS geleide operatie tot nu toe een twintigtal doden, terwijl dit volgens het onderzoeksplatform Airwars rond de duizend kunnen zijn.

Geheimhouding

Kolonel Ariëns benadrukt dat zijn mensen uiterst voorzichtig te werk gaan en goed gecontroleerd worden. „Als we twijfels hebben over potentiële slachtoffers, bombarderen we niet. En al onze inzet wordt bekeken door het Openbaar Ministerie.”

De geheimzinnigheid gaat „niet alleen om de veiligheid van de militairen, maar die van heel Nederland”, zegt Ariëns. „Als IS een grote slag wordt toegebracht, en dat gebeurt regelmatig, dan willen we niet dat die aanval gelinkt wordt aan Nederland. Dat maakt de kans groter dat er wraak wordt genomen op de Nederlandse bevolking.”

    • Emilie van Outeren