Echte luxaflex voor een nepuitzicht

De asperges in de expo van Auke Koks zijn niet eetbaar, hoe echt ze er ook uitzien. En de moestuinroman van Anton Valens gaat over meer dan tuinieren. Soms is de waarheid anders dan je denkt, ontdekt ook de overmoedige faun in dansvoorstelling Seele/Herz.

Wat heeft schilderkunst nog voor waarde? Zijn schilderijen sierobjecten of meer dan dat? Het zijn vragen die opduiken rond bijvoorbeeld de uitreiking van de jaarlijkse Koninklijke Prijs voor de Schilderkunst, in 2005 gewonnen door Aukje Koks. Haar solotentoonstelling nu in het GEM lijkt doorspekt te zijn van dit soort vragen rond waarde en waarheidsgehalte – of fopgehalte. Zo vulde Koks haar tentoonstelling met schilderijen die geen schilderijen zijn, en objecten die geen objecten zijn. De expositie opent met een ‘schilderij’ dat bestaat uit een rechthoek die met een zilveren kettinkje op de muur gespannen is. Een zonnebril, wél geschilderd op canvas en vervolgens uitgeknipt, is als bedeltje aan het kettinkje gehangen. Op de muur ernaast gebeurt bijna het tegenovergestelde: een reeks plastic zakjes – ook op doek geschilderd en uitgeknipt – hangt aan een waslijn die juist weer een trompe l’oeil is: verf op de muur.

Hiermee begint Koks’ overzicht, bestaand uit werken vanaf 2009. Ze gaan terug naar het waarom van de schilderkunst door veel te pronken, letterlijk, met veren en zilver, de spreekwoordelijke spiegeltjes uit de koloniale geschiedenis. Daarmee toont Koks de schilderkunst als spel van illusie, niet onterecht. Door een paar oudere installaties begrijp je waarom ze de Koninklijke Prijs won: theatraal geschilderde uitstallingen gekoppeld aan driedimensionale objecten, waarbij er iets magisch lijkt te materialiseren. Maar dat zijn maar enkele lichtpuntjes in deze expositie, waarin ze iets te gemakkelijk in andermans voetsporen treedt zonder veel toe te voegen. ‘Ceci n’est pas une pipe’ is het eerste wat je denkt en dat ‘n’est pas’-gevoel loopt de hele expositie door: portemonnees die geen echte zijn, maar van steen, echte luxaflex voor een geschilderd uitzicht. Fijnzinniger is haar duo van asperges, in hout nagemaakt en nageschilderd.

Schilderkunst als verleiding, Koks laat het doorklinken in goudglanzende titels als Pure Positive Energy. Maar die kracht wordt niet waargemaakt door haar schilderijen en objecten, die vooral luxe onderwerpen herhalen en herhalen. De zaaltekst benadrukt dat onbedoeld met een anekdote: in de hoop meer te verkopen had Koks zich als een soort mantra voorgehouden veel portemonnees en de woorden ‘money’ te schilderen. Het werkte. Een Duitse bank kocht het aan. Dat is inderdaad grappig, maar kunst hoeft niet plat als geld te zijn.

    • Sandra Smets