De strijd van kampclub WKE

Leeft de roemruchte voetbalclub Woonwagenkamp Emmen (WKE) boven haar stand? De Belastingdienst denkt van wel, maar de club en fans bestrijden dat. „Dit is gewoon woonwagenkamp pesten.”

Na de wedstrijd van afgelopen zondag tegen TEC (2-2) was er een benefietconcert bij het failliete WKE. Er werd 20.000 euro opgehaald. Foto's Kees van de Veen
Na de wedstrijd van afgelopen zondag tegen TEC (2-2) was er een benefietconcert bij het failliete WKE. Er werd 20.000 euro opgehaald. Foto's Kees van de Veen

‘Jongsma, hierrrrrrr!” Grote Brul zit op de tribune. Hij is weer beter en dat komt goed uit. De topklasse amateurs van Woonwagenkamp Emmen (WKE) voetballen op hun tandvlees. Gelukkig hebben we Grote Brul, zegt Jan Leegwater. „Als het nodig is, brult Michiel WKE naar de overwinning toe.”

Jan Leegwater is ver in de zeventig. De oud-burgemeester komt al vijfentwintig jaar op Sportpark Grote Geert in Emmen. Eerst als KNVB-bestuurder, toen de agressie er uit de hand liep en scheidsrechters werden bedreigd. In 2009, toen de club landskampioen werd van de amateurs. Nu als „fan en adviseur” in de strijd tegen financiële nood en belastingschuld.

Elke thuiswedstrijd zitten de oud-burgemeester en zijn vrouw Ria op de oranje WKE-banken. Hij met paraplu, zij in bontjas. Vooraf en in de rust doen ze een drankje in de businessclub. Tussen de woonwagenfamilies en „de suikerooms” van de club. Kijk, daar staat Willem Brink. IJzerhandelaar in bomberjack, twee kleerkasten naast zich. Samen met ‘Rooie Jan’ Oosting die ook in het oud ijzer begon, is hij hoofdsponsor van WKE. „Prima gozers”, zegt de oud-burgemeester: „Ik zal vragen of ze met je willen praten.”

Waarom schuift de Belastingdienst niet om tafel met het clubbestuur, vragen de Leegwaters zich af.

Hij: „Dit is gewoon woonwagenkamp pesten.”

Zij: „De jongens op het veld, ze vechten als leeuwen.”

Hij: „De Belastingdienst moet zich schamen. De mensen hier zijn trots. Ze hebben een fantastische gemeenschap opgebouwd.”

Zij: „Zesentwintig artiesten geven een gratis benefietconcert”

Hij: „WKE komt altijd weer bovendrijven.”

Zou het?

Dinsdag 16 februari verklaarde de rechtbank in Assen de iconische amateurvoetbalclub failliet. De Belastingdienst en andere schuldeisers hadden daar om gevraagd. Maar WKE heeft beroep aangetekend. Volgens advocaat Ronald Klarus gaat het om een „betwiste vordering”. Van de 290.000 euro die de fiscus claimt „zou 260.000 euro niet gevorderd worden. Daar zijn harde afspraken over gemaakt.”

De raadsman verwacht over „vier tot zes weken” duidelijkheid, als het gerechtshof uitspraak doet. WKE wacht dat hoger beroep „op de spaarbrander af” zodat de 16 teams en 295 leden kunnen blijven voetballen. En hoe zit het met een aanvullende belastingclaim van naar verluidt 1,2 miljoen euro? Advocaat Klarus: „Dat bedrag hoor ik rondzingen. Maar daarvan zag ik niks op papier.”

Vechtsportinstructeur

Een verrassing was het niet. De vorige voorzitter wilde al op 20 januari faillissement van WKE aanvragen. Er dreigt een belastingclaim, vertelde hij de ledenvergadering, en de clubkas is leeg. „Terwijl we elke maand 28.430 euro aan vaste lasten moeten ophoesten.” Maar dat pikten de leden niet: „We zijn koploper!” Het bestuur trad af en sponsor Willem Brink schoof Tjeerd Boonstra naar voren als voorzitter. Die werkt bij Brink als beveiliger en beloofde met een nieuw bestuur orde op zaken te stellen.

Boonstra, in zijn vrije tijd vechtsportinstructeur, ging „met de pet rond om een buffertje te bouwen”. We kunnen aan al onze betalingsverplichtingen voldoen, vertelde hij half februari. Het geld voor de reclameborden komt binnen. Scholieren zamelen lege flessen in. Zanger Chris de Roo organiseert een benefietconcert dat afgelopen weekend 20.000 euro heeft opgebracht. „En uit het hele land sturen ze geld. Carnavalsverenigingen en particulieren. Maar ook motorclubs Trailer Trash Travellers en No Surrender.”

Naast sportpark Grote Geert, op een bult „net zo hoog als de Martinitoren in Groningen”, rijdt Theo (59) zijn bakstenen paleis uit. „Dit is mijn woonwagen”, zegt hij. „De rolleman. Achter dit luik zitten de wielen, maar die rollen niet meer.” Theo woont 45 jaar op De Ark, het woonwagenkamp van Emmen. Hij komt van „over de weg” en is „ingetrouwd”. Als het voetbal weggaat, zegt Theo, „breekt op het kamp de hel uit. Dan stort de gemeenschap in. WKE is een stuk van ons leven. Je hebt familie, traditie en voetbal.”

WKE is het kloppend hart van het woonwagenkamp, beamen zijn buren. Een bel hangt er niet. Iedereen mag ongevraagd op kousenvoeten binnenkomen. De koffie staat klaar. „Maar als je onze naam noemt gooien we je met kop en kont het kamp uit.” Zij: „WKE brengt saamhorigheid. Ik ben ermee groot geworden.” Hij: „WKE is veel meer dan voetbal. Het is alles erom toe.” Ze kaarten, biljarten en darten in het clubhuis. Ze drinken er ’s morgens koffie en ’s avonds een potje bier. Er zijn begrafenissen en communies. Er is vrouwenbingo. „En de jeugd, ook van buiten het kamp, sport hier elke avond.”

Een halve eeuw clubgeschiedenis vlak je niet zomaar uit. Kijk naar bekers in de prijzenkast, wijst Appie Oosting (71) in het clubhuis. Kampioen van de hoofdklasse in 2007 en algemeen landskampioen amateurvoetbal in 2009. Hij glundert ervan: „Dat was het wonder van Emmen. Binnen twee minuten bogen we een 0-2 achterstand om in een 3-2 voorsprong. Alle fans op platte kar en in auto’s toeterend Emmen door. En Jannes, kind van het kamp, kwam twee dagen zingen.”

Kapotte klompen

Het begon in de jaren vijftig met bedrijfsvoetbal. De families uit het woonwagenkamp – ze heten Oosting, Wolters en Hindriks – tegen de arbeiders van Danlon, Akzo en de Enka. „We aten een broodje speklap en oefenden op een weiland de klompen kapot.” In 1966 was WKE een feit. Appie Oosting stond rechtsback, Hinke Wolters in de spits. Hun voorouders reden nog met galanterie en naaigerei, als stoelenmatter en scharensliep. Hoogtepunt voor Oosting: „Onze wedstrijd tegen het Ajax van Cruijff, Keizer en Knol: we verloren met 10-1.” Wolters, zoon van oprichter Grote Geert: „En ik scoorde! Tegen Heinz ‘Kroket’ Stuy. Dat had ik nooit willen missen.”

Halverwege jaren zeventig kwamen er voetballers van buiten naar WKE. In de jaren tachtig volgden de oud-profs. Met succes. De club promoveerde naar de hoofdklasse en speelt sinds 2011 in de topklasse. En nu is de vraag: leeft WKE daar boven haar stand? Amateurvoetbal in de topklasse is duur. Clubs die daar willen uitkomen, moeten spelers wel betalen willen zij zich staande houden op dat niveau. Ex-profs verdienen soms net zoveel als in de eerste divisie, terwijl ze er maar drie keer in de week hoeven trainen en ernaast kunnen werken.

De Belastingdienst zit WKE op de huid. In 2014 werd twee ton belastingschuld afbetaald. Dat geld kwam er na een gedwongen veiling van de inboedel, een benefietconcert en hulp van sponsoren. En in 2015 kon de club de spelers niet langer salaris betalen. Een groot deel van de selectie vertrok.

De Drentse voetbaltrots vroeg de KNVB afgelopen zomer of de club twee klassen teruggeplaatst kon worden. Alleen als jullie helemaal onderaan beginnen, reageerde de voetbalbond, „in de vijfde klasse”. Dat trokken veel leden niet. Een meerderheid, zegt Hinke Wolters, „wil nog steeds hoog, hoger, hoogst”. Besloten werd de spelers „een klein contract” te bieden. Anders dan voorheen zette het bestuur alle uitgaven, ook reisvergoedingen, in de boeken. Bestuursleden kunnen hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden.

Aanvaller

Voorzitter Tjeerd Boonstra zegt dat de Belastingdienst de spelerssalarissen veel te hoog inschat. „De inspecteurs denken dat we twee ton salaris betalen aan Anton Jongsma.” Jongsma is aanvoerder, aanvaller en spelverdeler en oud-prof van onder meer FC Groningen. Geconfronteerd met het bedrag reageert Jongsma ongelovig: „Wááát zeg je? Twee ton? Waar kan ik tekenen?” Boonstra: „Dat gaat dus helemaal nergens over. We hebben een ijzersterke zaak. ”

Op woonwagenkamp De Ark hopen de bewoners met Boonstra op een goede afloop. Maar ze vertrouwen daar niet op. Daarvoor zijn ze „te vaak gediscrimineerd”, zeggen ze. Op het kamp zijn zij heer en meester, erbuiten laat de overheid ze in de steek. „Ze moeten ons soort mensen niet”, zegt het echtpaar in de woonwagen. „Of snap jij waarom de gemeente wel een lening geeft aan FC Emmen en niet aan WKE?”

Om maar niet te beginnen over „gewone burgermensen”. Laatst een klant van Joseph – „ik doe in- en verkoop van auto’s via internet. Een bank moet ik niet, ik heb mijn vrijheid lief, maar belasting betaal ik wel.” De man kwam vanuit Noord-Brabant naar zijn bedrijf verderop in Emmen. „‘Gelukkig ben je geen kampvolk’, zei de Brabander met een poepvlek in zijn broek. ‘Met kakkerlakken wil ik geen zaken doen.’ Nou, dat doet zeer hoor.”

Sportwethouder Bouke Arends (PvdA) uit Emmen wacht het hoger beroep af. „Ik gun het WKE dat ze ongestoord door kunnen voetballen. De club is een toonbeeld van Hollandse nijverheid.” Mocht het faillissement onherroepelijk worden, dan zal de gemeente meewerken aan een doorstart, zegt hij. „Het kunstgrasveld ligt erbij als een biljartlaken. We gaan er dan heel snel alles aan doen om daar voetbal te houden.”

Zondagavond, op de benefietavond in een klapperende tent bij Sportpark Grote Geert, steelt zanger Jannes de show. „Ook al staan we rood”, galmt hij, „we zijn nog lang niet dood. Wij vieren het leven.” De fans en woonwagenbewoners, elke familie een eigen tafel, zingen mee. Hinke Wolters ook. Weet je wel, wijst hij trots, dat Jannes zijn kleinzoon is? „Ik zeg nu: kap d’r mee jongens. Het is klaar. De topklasse is voorbij. Een paar klassen lager voetballen mag best. Zolang we elkaar maar niet kwijtraken.”