De rol van de vrouw bleek overbodig

Toneelregisseur Erik Whien maakte van het stuk ‘De wereldverbeteraar’, over een man die de wereld wil afschaffen, een monoloog.

Regisseur Erik Whien: „Ik denk dat Bernhard deze radicale oplossing geweldig had gevonden” Foto Bart Koetsier/HH

Dit is Erik Whien (37) nooit eerder overkomen: tijdens de eerste repetities van het toneelstuk De wereldverbeteraar van Thomas Bernhard kwam de toneelregisseur erachter dat van de twee rollen er één overbodig is. Die van de vrouw naast de titelrol. Suzan Boogaerdt zou haar vertolken, niet de minste theatermaakster, van het duo Boogaerdt/VanderSchoot. „Zoals al het theaterwerk van de Oostenrijker Bernhard bestaat De wereldverbeteraar uit een bezeten monoloog”, aldus Whien. „De man is onophoudelijk aan het woord, bijna twee uur lang. In de oorspronkelijke tekst scharrelt zijn vrouw wat rond, wast zijn voeten, kleedt hem aan. Ze heeft nauwelijks tekst en luisteren naar haar doet de wereldverbeteraar al helemaal niet.”

Het was „geen eenvoudige beslissing”. Bij een repetitie in de Haarlemse Toneelschuur blijkt wat Whien en hoofdrolspeler Sanne den Hartogh voor ogen staat: een voorstelling die de toeschouwer meeneemt in de wanen en gedachtenstromen van dit personage. Whien vervolgt: „Thomas Bernhard is niet een schrijver van een briljant plot. Er gebeurt feitelijk niets. De wereldverbeteraar heeft een traktaat geschreven met als strekking: we kunnen de wereld alleen maar beter maken door haar af te schaffen. Vertaald in 38 talen, zelfs het Chinees! Op deze dag ontvangt hij een eredoctoraat van de universiteit. Dat is alles.”

Bernhard (1931-1989) schreef het stuk in 1978. De wereldpremière vond plaats in Bochum met de fameuze acteur Bernard Minetti in de hoofdrol, geregisseerd door Claus Peymann. Het besluit om Sanne den Hartogh alleen neer te zetten is genomen met begrip van de betrokkenen.

In eerdere uitvoeringen in Nederland en Vlaanderen, onder meer door Julien Schoenaerts, Han Römer en Peter de Graef, viel de ondergeschikte rol van de naamloze vrouw op. Voor Whien draait het stuk uitsluitend om de „helse kermis in het hoofd van de titelheld. Het gaat ons minder om de relatie tussen de man en de vrouw.” Het stuk is als een filosofische hellevaart.

Whien: „Ik wil graag dat de toeschouwer meegaat in zijn gedachtenkronkels, zelfs zover dat je je eigen slapeloze nachten of malende gedachten herkent. Ik denk dat Bernhard deze radicale oplossing geweldig had gevonden. We plaatsen Sanne den Hartogh in het halfduister, zodat je alleen zijn stem hoort en slechts licht schemerend zijn gezicht ziet.”

Whien regisseerde eerder met Sanne den Hartogh onder meer De misantroop van Molière. Hij ziet het stuk van Bernhard als een vervolg op Molières mensenhater: „De misantroop trekt zich aan het eind van zijn leven terug uit de wereld, net als de wereldverbeteraar. Wij zien hem niet als iemand die vervuld is van woede, maar eerder als een man die antwoord probeert te vinden op de vraag waarom de mens slecht is, waarom het leven soms zo onzinnig en onbegrijpelijk is. Als je goed luistert, is die haat ook een teken van liefde voor de mens. Sterker, hij heeft het goed met de mens voor. Dat is volgens ons de verborgen schoonheid van zijn monoloog, vol eenzaamheid én hunkering naar troost en aandacht.”

    • Kester Freriks