Opinie

Buikspierkwartier

Anders dan ik had verwacht waren er naar het buikspierkwartier op de sportschool alleen maar mensen zonder buikspieren gekomen. We lagen daar als walrussen in een halve cirkel rondom onze trainer, een vroeg-kale jongen die vond dat ik verkeerde sportschoenen aan had.

Ik had bij de intake, waarbij een medewerker van de sportschool mijn ‘doelen’ in kaart had gebracht, misschien iets te nadrukkelijk gezegd dat ik niets had met sportschooltypes. Nou ik had mijn zin gekregen. Daar lag ik dan, tussen mensen die er nog krakkemikkiger aan toe waren dan ik, geplaagd door gedachten over de zinloosheid van dit alles.

Onze trainer telde mee terwijl ik mijn lijf dubbelboog, toen ik opkeek stak hij een duim omhoog. Dit was mijn eerste en tevens mijn laatste buikspierkwartier, een kwartier dat de fietstocht van en naar de sportschool en het aan- en uitkleden meegerekend minimaal een uur zou duren.

Na afloop verzamelden we in de coffeecorner, waar een mevrouw in een roze joggingbroek ons een espresso van het huis aanbood. Om beurten werden we naar de balie geroepen waar ze een scan maakten van onze wijsvingers zodat ook wij in de toekomst geen pasje meer nodig zouden hebben om binnen te komen.

Rudolf zei dat het niet vaak voorkwam dat iemand door zijn enkel ging tijdens buikspieroefeningen, maar het was toch echt gebeurd. Verder was hij heel tevreden over ons. We hadden een begin gemaakt aan een nieuw, gezond leven.

In de andere deelnemers van het in-negentig-dagen-fit-plan zag ik de marketingtruc waarin ik was getrapt. Wij zouden nooit een fitte groep worden, de enige die hier beter van gingen worden waren de uitbaters van deze hal.

Onze buikspiertrainer bladerde intussen door De Telegraaf en bleef haken bij een foto van Camiel Eurlings en zijn toenmalige vriendin Tessa Rolink, die hem had aangeklaagd voor ernstige mishandeling. Op de foto stond ze nog zonder uitgescheurde oorlellen in een oranje jurkje naast hem op de tribune bij een beachvolleybalwedstrijd.

„Kijk”, wees onze trainer naar de voormalige minister en KLM-topman in wiens hand een flesje water stak, „die drinkt water.”

Veel water drinken was goed.

Ik werd geroepen en drukte mijn wijsvinger op een blauw licht. Gedurende drie maanden mocht ik hier altijd naar binnen, ook op onmogelijke uren zodat ik thuis kon zeggen dat ik de hele zaal voor me zelf had gehad.

Bij het weggaan zwaaide ik naar de groep, ik wist toen al bijna zeker dat ik ze nooit meer zou zien.