Aanraken kan ook een vorm van zorg zijn

Lichamelijk contact tussen verzorger en patiënt ligt gevoelig. Wat de een te intiem vindt, is voor de ander prettig.

Sjaan van Engelen, bewoner van verpleeghuis Bernardus in Sassenheim, krijgt tijdens onderzoek door arts Annemieke van Baarle (rechts) steun van verzorgende Debbie Kluivers. Foto’s David van Dam

Sjaan van Engelen (79) ademt zwaar. Ze buigt met moeite voorover in haar rolstoel. Zo kan de arts van verpleeghuis Bernardus naar haar longen luisteren. Verzorgende Debbie Kluivers biedt steun. Ze pakt de hand van mevrouw Van Engelen en aait over haar schouder, zolang als het onderzoek van de arts duurt.

Welke aanraking mag wel in de zorg, en welke niet? Daarover is discussie ontstaan nadat een inspecteur van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een tuchtzaak heeft gezegd dat fysiek contact tussen zorgverlener en patiënt zich moet beperken tot een handdruk. De inspectie benadrukte later dat van een ‘knuffelverbod’ geen sprake is.

Want het gaat hier niet om de onontkoombare aanraking bij medische handelingen, wassen of het op bed leggen van een patiënt. De vraag is hoe ver een zorgverlener mag gaan met een arm om de schouder, of een aai over de bol.

De laatste handelingen zijn normaal in verpleeghuis Bernardus, in Sassenheim. „Voor mensen die dementeren of op sterven liggen, is het niet eens haalbaar om alleen verbaal te communiceren”, zegt arts Annemieke van Baarle. „Ik vind aanraking bij pijn, verdriet of onrust net zo onontkoombaar als medisch contact. De grens ligt altijd bij de bewoner.”

Van Baarle is zelf terughoudend met aanraking, ook omdat ze in haar rol als arts een zekere afstand wil bewaren. Verzorgende Kluiver heeft meer fysiek contact met de bewoners. „Verzorgen is al zo intiem. Aanraken gaat als vanzelf, dat hoort erbij. Ik vind het zelf ook prettig.”

Niet na eerste bezoek

Wel vergt het tijd en ervaring om in te schatten of een nieuwe bewoner lichamelijk contact prettig vindt, zegt Kluivers. „Zoiets groeit, je doet het niet na het eerste bezoek. En je voelt gauw genoeg wanneer iemand er prijs op stelt. We hebben ook meegemaakt dat een dame afwerend haar schouders optrok.” Van Baarle: „Dat bespreken we dan voor haar zorg-leefplan.”

Voor mevrouw Van Engelen horen de subtiele aanrakingen bij de zorg voor haar. Zij houdt ervan als een van de verzorgenden de pijn in haar handen en schouders verlicht met balsem. Al wil ze dat niet van iedereen. „Ze moeten wel een beetje pittig zijn. Het duurt nog wel een tijdje totdat de nieuwe zusters dat bij me doen. Die zijn vaak ook jonger.”

De IGZ kreeg in 2014 410 meldingen van mogelijk seksueel grensoverschrijdend gedrag door hulpverleners of patiënten, waarvan 290 uit de gehandicaptenzorg en 70 uit geestelijke gezondheidszorg. De Tuchtcolleges voor de Gezondheidszorg handelden in dat jaar 35 klachten af over grensoverschrijdend gedrag – 2 procent van het totaal.

Wanneer gaat aanraking te ver? Volgens de richtlijnen van beroepsgroepen in de zorg mag het gedrag van de zorgverlener niet grensoverschrijdend zijn, intimiderend of ongewenst. „Verbale of lijfelijke intimiteiten zijn niet toegestaan”, staat in de gedragsregels van artsenorganisatie KNMG. En in de beroepscode voor verpleegkundigen en verzorgenden staat dat zij „geen intieme en/of seksuele relatie” mogen aangaan.

Maar wat voor de een intiem is, ervaart de ander niet zo. „De basis is je eigen richtlijn”, zegt inspecteur-generaal Ronnie van Diemen van de IGZ. „Want die heeft de beroepsgroep zelf opgesteld vanuit haar eigen professionele waarden. Het draait om betekenisgeving van je gedrag. We mogen professionele distantie verwachten, maar juist op dit onderwerp gaat het ook over waarde. Niets is zwart-wit.”

Elkaar aanspreken

Van Diemen, voormalig kinderarts, pleit voor een cultuur waarin zorgverleners elkaar aanspreken. „Een arm om de schouder van iemand die een kind zal verliezen, kan het goede effect hebben. Spreek dat uit als collega, maar zeg het ook vooral als iets niet goed voelt. Soms gaan mensen te ver zonder dat ze het zelf doorhebben. Je kunt vastlopen in de relatie met een patiënt, en in emotie over de grens gaan.”

Hoe moeilijk het is elkaar daarop aan te spreken, heeft arts Van Baarle ervaren. Zij werkte als vrijwilliger in een hospice. „Een andere vrijwilliger zei als ze naar huis ging over een dame: ‘Ik ga die nog even een zoen geven.’ In mijn ogen deed zij dat meer voor zichzelf dan voor de ander. Maar dat is zo persoonlijk, dat je daar niet snel iets van zegt.”

Van Diemen noemt de psychiatrie een van de sectoren in de zorg waar aanraking heel gevoelig ligt. Zorgverleners hebben soms te maken met jongere patiënten, die handelingen anders kunnen duiden. Van Diemen: „Een jeugdige met een hechtingsprobleem daagt op een bepaalde manier de zorgverlener uit. Dat moet je als zorgverlener kunnen herkennen, erkennen, en je moet ermee kunnen omgaan.”

Diffuse grenzen

Ook in de gehandicaptenzorg is aanraking complexer, zegt Marien Nijenhuis, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Artsen voor verstandelijk Gehandicapten. „Verstandelijk gehandicapten herkennen de ander niet altijd in de doktersrol. Ik ben schat genoemd, maar ook uitgescholden. De grenzen zijn diffuser.”

Stel altijd de cliënt centraal, zegt ook Nijenhuis. „Voor sommigen kan ik me als normale huisarts opstellen, bij anderen is dat moeilijker. Zorg is ook het aangaan van een emotionele verbinding. Daar kan aanraken bij nodig zijn. Zo krijgen veel gehandicapte bewoners in zorginstellingen een nachtzoen. Zonder zouden ze misschien niet eens kunnen slapen.”

Aanraking komt vaak in de zorgplannen van verstandelijk gehandicapten voor, omdat dat bij velen een belangrijke rol speelt in hun communicatie. Ook krijgen cliënten soms seksuele gevoelens tegenover begeleiders. Nijenhuis: „Het gebeurt dat iemand een begeleider onder het wassen bij de borsten grijpt. Met dergelijke situaties omgaan is onderdeel van de opleiding.”

De ouderenzorg kent vergelijkbare situaties. Arts Van Baarle: „Sommige mensen zijn wat ontremd, en willen wat meer lijfelijk contact. Dan blijf je bewust op afstand. Maar soms is het ongepast te weigeren, ook al past het zelf minder bij je. Zoals een mevrouw die op sterven lag en mij bij het gedag zeggen in het bijzijn van de familie nog drie zoenen wilde geven.”

De IGZ heeft de laatste jaren veel aandacht besteed aan de veiligheid van patiënten. Intussen wordt steeds meer gekeken naar de liefdevolle kant van zorg, zegt inspecteur-generaal Van Diemen. „De betekenis van goede zorg verandert. Zo heeft de IGZ zich ingezet voor het terugdringen van vrijheidsbeperkende maatregelen en draagt ze zo bij aan kwaliteit van zorg voor kwetsbare mensen.”

    • Michiel Dekker