Opinie

    • Floor Rusman

Ze komen ons land inpikken

Ze zijn seksueel agressief en een bedreiging voor onze vrijheid, ze pakken onze banen af en kosten geld, hun eetgewoonten passen niet bij de onze en ze nemen met hun dogmatische religie het land over. Allemaal bekende teksten voor wie het nieuws volgt, maar deze aantijgingen dateren uit het Engeland van 1753 en ze gingen over Joden. De aanleiding was de Jew Bill, een Britse wet die in het buitenland geboren Joden het recht moest geven op naturalisatie. Het leek een onbeduidend wetje: er woonden 8.000 Joden in Engeland. Maar in de publieke opinie ontstond er enorme woede over. Men hield petities tegen de wet, Joden werden aangevallen op straat en er verschenen spotprenten waarin ze figureerden met grote neuzen en zakken goud.

Ik begin hierover omdat ik vorige week de term ‘joods-christelijk’ weer zag opduiken, dit keer in een interview met Halbe Zijlstra. Hij vond dat we Tweede Pinksterdag niet moeten prijsgeven voor het Suikerfeest, we hebben hier immers een joods-christelijke geschiedenis.

De term ‘joods-christelijke traditie’ is de afgelopen vijftien jaar zo vaak gebruikt dat hij voor ons heel normaal klinkt. We zouden bijna vergeten dat hij werd uitgevonden na de Tweede Wereldoorlog, om het een beetje goed te maken met de kleine groep Joden die de oorlog had overleefd. Vóór 1945 werd nog gesproken over de christelijke traditie.

We zouden ook bijna vergeten dat de christenen het grootste deel van de geschiedenis weinig tot geen sympathie hadden voor de Joden. De eeuwenoude westerse cultuur met zijn harmonieuze samenspel van joodse, christelijke en humanistische waarden is een twintigste-eeuws verzinsel.

Ook veel Verlichtingsfilosofen, de bedenkers van ideeën die wij nog steeds modern en beschaafd vinden, zagen het Joodse volk als fundamenteel anders. Ze noemden de Joden onder andere irrationeel, gierig en seksueel pervers. Het meest vijandig was Voltaire, die schreef dat de Joden werden geboren met ‘een woedend fanatisme’: ‘Ik zou niet verrast zijn als dit volk op een dag dodelijk wordt voor het menselijke ras.’

Natuurlijk zijn er in theologische en filosofische zin overeenkomsten tussen joden- en christendom, maar daar hadden de tegenstanders van de Jew Bill geen boodschap aan. Zij waren bang dat de Joden midden op straat Britse mannen zouden besnijden en ze waarschuwden dat door de toestroom van nieuwe Joden de consumptie van ham, spek en bloedworst zou dalen.

Misschien hingen ze ook wel eens een varkenskop op.

    • Floor Rusman