Nieuwe twijfel over icoon Walesa

Aanvoerder van Solidariteit zou als ‘Bolek’ hebben gecollaboreerd met communistische Pools regime.

Is Lech Walesa (72) een communistisch informant, leugenaar en symptoom van het corrupte Poolse bestel sinds 1989? Of is de legendarische anticommunistische oppositieleider, Nobelprijs-winnaar en eerste vrij verkozen president van het moderne Polen toch nog steeds een historisch icoon, zij het met enige menselijke zwaktes?

Dat is de inzet van het bittere debat dat oplaaide in Polen sinds het het Instituut voor Nationale Herinnering (IPN) vorige week nieuwe aanwijzingen publiceerde dat Walesa in de jaren zeventig optrad als informant voor de communistische geheime dienst (SB). Die kwamen uit het archief van de vorig jaar overleden voormalige communistische minister Czeslaw Kiszczak.

Sinds het IPN de stapel bezwarende documenten maandag vrij beschikbaar maakte voor journalisten, kunnen alle Polen meediscussiëren met bewijsmateriaal in de hand. Woensdag verleent het IPN, dat de papieren authentiek acht, ook toegang aan het bredere publiek, maar nu al zijn de scans beschikbaar op het internet.

Die bevatten onder meer een briefje uit 1970, ondertekend door Walesa met zijn echte naam en zijn vermeende codenaam Bolek. „Ik verbind me ertoe samen te werken met de geheime politie bij het ontmaskeren van en vechten tegen de vijanden van de Poolse Volksrepubliek”, luidt de verklaring op het briefje. Daarnaast vonden de onderzoekers een lijst betalingen terug die de SB aan Walesa zou hebben overgemaakt, net als betalingsbevestigingen ondertekend met ‘Bolek’ en verslagen van de informatie die Bolek verschafte over anderen. Op 9 juni 1976 werd de samenwerking verbroken volgens een rapport uit het dossier. Een dag eerder besluit een politie-agent dat contact houden met de activistische elektricien nutteloos was „gezien zijn arrogantie”.

Ook indien de documenten niet gefabriceerd zouden zijn door de SB, wat weleens gebeurde, blijven ze omstreden. Het materiaal zelf is nieuw, maar de aantijgingen niet: historici schreven al eerder over samenwerking van Walesa met de geheime politie tussen 1970 en 1976. Dat is vier jaar voor Walesa en zijn medestanders in 1980 op de scheepswerven van Gdansk de anticommunistische vakbond Solidariteit oprichtten, die hij vervolgens zou leiden. In 2000 werd hij door een bijzondere rechtbank vrijgesproken van beschuldigingen van samenwerking met de diensten.

Zelf legde Walesa in het verleden tegenstrijdige verklaringen af over zijn vermeende collaboratie. Eerder gaf hij al aan „een papier” ondertekend te hebben, wat hij bij andere gelegenheden ontkende. In de reactie op de verklaringen van het IPN bekende hij inmiddels „een fout” begaan te hebben. Maar hij houdt tegelijk vol dat hij niet heeft gecollaboreerd met de SB, noch geld heeft aangenomen en noemde de documenten „compleet vals”.

Het nationaal-conservatieve kamp rond regeringspartij PiS zal hij niet overtuigen. „Het is voorbij met de legende Walesa,” verklaarde minister van Defensie Antoni Macierewicz, zelf een voormalig anti-communistisch militant. Macierewicz en de zijnen zien Walesa als belichaming van een verdorven elite, geworteld in het oude regime. „Deze zaak is symbolisch voor de hele transformatie”, vertelde staatssecretaris voor Energie-infrastructuur en voormalig dissident Piotr Naimski aan de conservatieve website wPolityce.pl. Hij gaf aan dat wellicht vele „andere politici, belangrijke personen, mensen die een carrière in zaken uitbouwden na 1989”, chantabel waren dankzij hun SB-dossiers.

Veel andere Polen betreuren vooral de bezoedeling van het imago van het mythische Solidariteit. Zij zien in de jonge Walesa een man die voor moeilijke keuzes stond. „Het grootste probleem is dat Walesa zelf probeert het allemaal uit te leggen op een vreemde en onsamenhangende manier”, zegt Eugeniusz Smolar, hoofd van het Centrum voor Internationale Betrekkingen in Warschau en eveneens een voormalig dissident. „Walesa was een arbeider uit een eenvoudig gezin. Zijn deelname aan protesten leverde hem een arrestatie op, terwijl hij thuis een eerste kind en een armlastig gezin had. Arbeiders aarzelden toen geen moment om hun handtekening te zetten onder wat de politie hen aanreikte.”