Iets onbestemds heeft dit toneelstuk over Bomans wel

Hij is onmetelijk alleen, de schrijver Godfried Bomans die ten behoeve van een radioprogramma een week lang is achtergelaten op een onbewoond Waddeneiland. De natuur zegt hem niets, die almaar schreeuwende meeuwen jagen hem de stuipen op het lijf. En tijdens zijn doorwaakte nachten staat hem niets anders te doen dan piekeren over hoe het hem tot dusver is vergaan.

Zo ging het in 1971 in werkelijkheid, en zo gaat het ook in het toneelstuk Bomans, geschreven door Ruud van Megen. Met dit verschil dat diverse al of niet fictieve personages hier ook lijfelijk aan hem verschijnen. Ze voeren hem terug naar zijn liefdeloze vader, zijn brave roomse moeder, de roem die hij als radio- en tv-persoonlijkheid vergaarde, de tijdgeest die hem in de steek liet toen hij een conservatieve column tegen de rebelse actiegroep Rode Jeugd schreef, en de geheime vriendinnetjes die zich lieten vertederen door zijn al of niet gespeelde onhandigheid.

Het grootste pluspunt van Bomans is het uiterst genuanceerde spel dat Reinier Bulder in de titelrol laat zien. Hij speelde de schrijver al eens in een eerder stuk (Godfried, een opgewekt mens, 2001) en excelleert ook nu in ’s mans slepende stemgeluid met hoge uitschieters en zijn uitstraling van een verstrooide professor.

Iets onbestemds heeft dit stuk, in de regie van Aat Ceelen, echter wel. Waarom zingt een vriendinnetje nu juist het cabaretliedje ‘Callgir’l van Jasperina de Jong om Bomans aan het lachen te maken? Waarom moet de toenmalige radioreporter Willem Ruis zo kluchtig worden geparodieerd?

En het belangrijkste van alles: waarom krijgt deze Bomans nauwelijks enig weerwoord als hem felle verwijten worden gemaakt over zijn gebrek aan ruggengraat? Zijn hier vertoonde apathie past natuurlijk wel bij wat hem voor de voeten wordt geworpen, maar veel drama levert dat niet op. Zodat het middelpunt van de voorstelling met de mond vol tanden blijft staan. Een apotheose blijft uit.

    • Henk van Gelder