Opinie

    • Ellen Deckwitz

Het brilsmurfisme

Op vrijdag ontdekte ik het brilsmurfisme. De avond begon goed: ik was iets eerder dan afgesproken naar de kroeg gegaan om nog even te kunnen lezen. Ik bestelde een bak thee, deed mijn oordoppen in en knipte de e-reader aan. Helaas was net op dat moment heel Nederland verkouden. Alle gehoorgangen zaten verstopt, waardoor de kroeggangers tegen elkaar moesten schreeuwen om verstaanbaar te zijn.

Moedeloos deed ik mijn oordopjes maar weer uit en besloot, bij wijze van noodzakelijk vermaak, de mensen naast me af te luisteren. Je komt zo de mooiste uitspraken tegen. Laatst hoorde ik iemand zeggen: „Ik weet niet of ze kanker had, daarvoor kende ik haar niet goed genoeg.” Nu hadden mijn tafelburen het over katten. Een jongen zei dat hij graag een manx wilde, zo’n kat zonder staart. Een van zijn vrienden zei dat dat zielig was, een geamputeerde kat.

„Nee joh”, lachte de jongen. „Die staart wordt er helemaal niet afgehakt, het is genetisch overgeleverd. Het gen dat voor de korte staart zorgt, betreft een dominant allel en wordt autosomaal vererfd waardoor...” Opeens hield hij op met praten. Na een korte pauze vervolgde hij met: „Ja nou, veel van dat soort mannetjeskatten neuken dus met vrouwtjeskatten die dat dan ook hebben en zo komen er meer katten met dat soort staarten, doordat ze neuken. Met elkaar.”

Ik voelde me een beetje verdrietig worden. De jongen was een enthousiast betoog vol biologisch jargon begonnen, maar halverwege overgeschakeld op jip-en-janneketaal. Het maakte me moedeloos. Het leven wordt echt niet simpeler als je alleen maar simpele woorden gebruikt (integendeel). De jongen had zichzelf horen praten, en zijn taalgebruik meteen gecorrigeerd. Je kon slechts gissen waar die autocorrectie vandaan kwam.

Tegenwoordig mag je alleen nog tijdens een quiz laten zien nog dat je iets weet. Het gebeurt vaak genoeg dat degenen die tijdens praatprogramma’s hebben laten doorschemeren dat ze ergens verstand van hebben, online (en door Geert Wilders) als betweters worden afgedaan. Menig intellectueel verdwijnt zo achter de tralies van de Twitterhashtag.

Ik moest denken aan het meest tragische van alle blauwe organismen: Brilsmurf. Hij weet het natuurlijk nooit beter, maar denkt de hele tijd van wél. Tegenwoordig wordt juist mensen die ergens verstand van hebben brilsmurfisme verweten. In het publieke debat varen we daarom op snelle grappen en oneliners. We willen intelligent worden gevonden, maar we zijn liever geen wijsneus. Die trend heeft zich tot in de kroeg doorgezet, waar een aanvankelijk interessant gesprek uiteindelijk toch weer neerkomt op neuken. Met elkaar.

    • Ellen Deckwitz