Fatwa Rushdie is politiek wapen

Iraanse haviken hebben de prijs op het hoofd van de schrijver Salman Rushdie verhoogd. Dat is een politieke boodschap: Iran zoekt geen toenadering!

Salman Rushdie Foto Ringel Goslinga

Veertig Iraanse staatsmedia hebben de fatwa tegen de Brits-Indiase schrijver Salman Rushdie nieuw leven in geblazen door de prijs op zijn hoofd te verhogen met 600.000 dollar. Dit meldt het staatspersbureau Fars News. Het doodvonnis lijkt onderdeel van de machtsstrijd die in Iran is uitgebroken tussen conservatieve haviken en hervormers in aanloop naar de verkiezingen van vrijdag.

Iran heeft de fatwa, die ayatollah Khomeiny in 1989 op zijn doodsbed uitsprak, formeel nooit ingetrokken. Enkele jaren geleden meldde het Iraanse persbureau IRNA nog dat de fatwa nog steeds geldig is en „altijd van kracht zal blijven”.

Aanleiding voor de fatwa (een religieus decreet) was de publicatie van Rushdies roman De duivelsverzen, die in de islamitische wereld veel stof had doen opwaaien. Khomeiny beschuldigde Rushdie van godslastering en geloofsafval (Rushdie komt uit een moslimfamilie).

Ook iedereen die aan de publicatie van het boek had meegewerkt, werd door Khomeiny tot doelwit verklaard. Er gingen bommen af bij Britse boekwinkels. De Japanse vertaler van De duivelsverzen werd doodgestoken bij de universiteit van Tsukuba. De Italiaanse vertaler overleefde een steekpartij in Milaan. En de Noorse uitgever van de roman werd drie keer in zijn rug geschoten bij zijn huis in Oslo. Hij overleefde ternauwernood.

De gevolgen voor het leven van de schrijver zelf waren enorm. Hij moest onderduiken en kreeg bescherming van de Britse geheime dienst, die hem tien jaar lang in een kogelvrije Jaguar van schuilplaats naar schuilplaats bracht. Over deze periode schreef hij het boek Joseph Anton, een verwijzing naar de schuilnaam die hij op aanraden van zijn bewakers aannam. „Wanneer ik de dagboeken uit die tijd teruglees, (...) zie ik dat ik op het punt stond gek te worden”, zei hij enkele jaren geleden in NRC.

Het doodsvonnis gold de afgelopen decennia als een betrouwbare barometer van het Iraanse politieke klimaat. Diverse hervormingsgezinde leiders verklaarden dat ze de fatwa nooit zouden uitvoeren. Zo zei de minister van Buitenlandse Zaken in 1998 dat Iran „geen maatregelen zal nemen die het leven bedreigen van de auteur van De duivelsverzen”.

Tegelijkertijd werd de fatwa herhaaldelijk bevestigd door conservatieve leiders, onder wie de opvolger van Khomeiny als Opperste Leider, ayatollah Khamenei in 2005. Op deze manier probeerden ze een eventuele toenadering tot het Westen te dwarsbomen.

Dit lijkt de reden dat het doodvonnis nu wordt afgestoft. Fars News is een van de grootste bijdragers aan de verhoging van de premie op het hoofd van Rushdie. Dat is niet verwonderlijk: het persbureau heeft nauwe banden met de Revolutionaire Garde, die zichzelf ziet als de waakhond van de Islamitische Revolutie.

Het elitecorps speelt een grote rol in de machtsstrijd die is uitgebroken na het nucleaire akkoord dat Iran vorig jaar sloot. Opperste leider Khamenei en de haviken binnen de garde willen laten zien dat het akkoord niet de aanzet vormt tot hervormingen en betere relaties met het Westen, zoals president Rohani graag wil. Hij hoopt zijn populariteit om te zetten in een verkiezingsoverwinning. Maar de kans lijkt nihil: de meeste hervormingsgezinde kandidaten zijn afgekeurd voor deelname. Die fatwa is een veeg teken.

    • Toon Beemsterboer