‘Er bestaan relatief meer domme mannen dan vrouwen, maar ook meer intelligente’

Dat stond in de Volkskrant op 6 februari.

Foto Istock

De aanleiding

In de Volkskrant recenseerde journalist Marcel Hulspas het boek Toch de vrouw van de Amerikaanse auteur Melvin Konner, met de ondertitel: Het einde van de mannelijke overheersing. Hulspas schrijft: „Het is een vaststaand feit dat er relatief meer domme mannen bestaan dan vrouwen, maar ook meer intelligente.”

Waar is het op gebaseerd?

Op een gesprek met een hoogleraar, mailt wetenschapsjournalist Marcel Hulspas desgevraagd, dat hij een aantal jaar geleden voerde in een kroeg. Aanvullende bronnen kon Hulspas niet noemen.

En, klopt het?

De eerste vraag die deze uitspraak oproept is: wat is intelligentie? En hoe wordt die gemeten? Daarover bestaat veel discussie. Voor de overzichtelijkheid gebruiken we de definitie van Van Dale, die intelligentie omschrijft als ‘verstandelijk vermogen’. De meest gangbare methode om dat te meten is het IQ.

Alleen: hoe kom je aan betrouwbare en bovenal representatieve data over de algemene intelligentie van dé man versus dé vrouw? „Dit is een controversieel vraagstuk waar internationaal veel meningen over bestaan, maar waarover degelijke datasets ontbreken”, zegt Jelte Wicherts, die aan de Universiteit Tilburg onder meer onderzoek doet naar hoe intelligentie op een eerlijke manier kan worden gemeten. Want, zegt Wicherts, intelligentieonderzoek onder volwassenen is meestal gebaseerd op mensen die IQ-tests leuk vinden en ze doen. „Dat zijn vaker slimme mensen en vrouwen”, zegt Wicherts telefonisch, „en dat wijst op een voordeel voor mannen. Ook doen er vaak meer oudere vrouwen mee, en vroeger waren vrouwen minder vaak hoogopgeleid. Met die bias komen mannen sneller als intelligenter uit de bus.”

Dat beaamt ook Wendy Johnson, hoogleraar psychologie aan de Universiteit Edinburgh. Ze deed veel onderzoek naar het onderwerp. Maar, voegt ze eraan toe, „in onderzoek naar intelligentie en sekse vinden wij wel degelijk aanwijzingen dat er bij mannen meer variatie bestaat aan zowel de onderkant als aan de bovenkant van de curve.” In niet-wetenschappelijke termen: in de groep met een laag IQ en in de groep met een hoog IQ bevinden zich meer mannen.

„Aan de onderkant van het spectrum kunnen we dat goed verklaren,” vervolgt de hoogleraar aan de telefoon. „Er bestaan zo’n driehonderd genetische variaties die leiden tot een geestelijke achterstand en die intelligentie onderdrukken. We kunnen met vrij grote zekerheid zeggen dat die variaties vaker bij mannen voorkomen dan bij vrouwen. We weten echter niet waarom die variatie bij mannen ook aan bij de hoge IQ-groep groter is.”

Is dit samen een bewijs dat de stelling van Hulspas klopt? „Nee”, zegt Wicherts, „we hebben er simpelweg te weinig kennis over.” „Nee,” zegt ook Johnson. „Het is niet geheel onwaar, maar vaststellen dat er relatief meer domme maar ook meer intelligente mannen bestaan is een totale oversimplificatie van een zeer complex vraagstuk waarover veel onduidelijkheid bestaat.” Meerdere malen benadrukt Johnson dat „niets in beton is gegoten”. Het getuigt van slodderigheid, „sloppiness”, door zoiets te beweren, zegt Johnson.

Conclusie

Hoewel onderzoek wijst op een grotere variatie aan beide uiteinden van het IQ-spectrum bij mannen dan bij vrouwen, bestaat er geen wetenschappelijk onderzoek dat de uitspraak dat er relatief meer domme mannen bestaan dan vrouwen, maar ook meer intelligente, onderbouwt. Laat staan dat er gesproken kan worden van een „vaststaand feit”. We beoordelen de stelling daarom als ongefundeerd.