Column

De jaren ’50 waren zo lekker wild #geensarcasme

Het leven in Nederland is ongebruikelijk vredig. Nederlanders zijn hierdoor zo teergevoelig geworden dat ze alle beroering willen uitbannen opdat niemand gekwetst raakt. Deze angst voor tragiek maakt onze tijd, in vergelijking met de jaren vijftig van de twintigste eeuw bijvoorbeeld, vormelijk en benauwend.

Luister maar eens naar violiste Maria Milstein die vorige week op de radio herhaaldelijk de lof zong van de vrije jaren vijftig, toen violisten nog zelf bepaalden hoe snel ze speelden. Binnen de perken van het stuk veroorloofden ze zichzelf volop de vrijheid van een rubato – ‘mini-rubato’ – dat nu niet langer bestaat. Daarvoor is de muziekpraktijk tegenwoordig te… Te wat? Te verantwoord geworden.

De wildheid van de jaren vijftig dook ook op in een gesprek dat ik had over Bijbelvertalingen. Een classicus vertelde me dat ze de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap uit 1951 veel vrijer en gelukkiger vond dan de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004. De oude was enorm eenzijdig protestants; de nieuwe is netjes interkerkelijk en vlaamsvriendelijk. Dus is ditmaal de halve wereld aan het proces te pas gekomen en staat de uitkomst bol van de concessies, consensies, conventies.

Mocht u nu nog steeds niet inzien dat deze eeuw veel krampachtiger is dan de vorige, dan vertel ik ten slotte graag het verhaal van kapitein Walter G. R. Hinchliffe, bijgenaamd Hinch. Die stortte op 29 augustus 1919 met zijn vliegtuigje neer bij een vliegdemonstratie in Winschoten. Twee toeschouwers kwamen om het leven, vele anderen bleven alleen maar gespaard doordat mijn overgrootvader ze eigenhandig in de sloot gooide.

Toch steeg Hinch een dag later in Amsterdam opnieuw op – en viel opnieuw. De Rijnbode schreef: „Een vliegtuig bestuurd door den één oogigen Engelschman Hinchliffe kreeg bij het landen een klein ongeval. Een windvlaag pakte een der vleugels op en deed het toestel voorovervallen, dat daardoor nogal beschadigd werd.”

Geen melding van de doden van een dag eerder, geen zorg om Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik, die onder de toeschouwers waren. Het Koninklijk Paar, schreef de krant opgewekt, verliet de show om vier uur. „Op den steiger namen zij van de bestuursleden hartelijk afscheid en betuigden zij hun groote ingenomenheid met het geen hun getoond was.”

Een eeuw later zijn we zo ontspannen niet meer. Misschien omdat we niet tevoorschijn komen uit een wereldoorlog die Europa in een bloedbad heeft veranderd en die zoveel beelden van ellende heeft verspreid dat je eraan gewend bent geraakt.

Sinds de twee wereldoorlogen en de wildheid van de jaren daarna is het leven pietluttiger geworden. Hoe langer de vrede in de omgeving duurt, hoe strenger we optreden tegen fouten en hoe harder we proberen leed te voorkomen. Met concessies aan iedereen. Voorschriften voor alles. Toestemming voor niets. Met transparantie voor de controle en controle voor de aansprakelijkheid.

Natuurlijk moet de stoom toch ergens van de ketel. Daar zijn de sociale media dus voor, zou je denken. Maar zelfs op Twitter, alom beschouwd als pleisterplaats van de barbaren, nemen de gebruikers het zekere voor het onzekere en proberen ze chaos en misverstand te voorkomen. Bij het doorbladeren van literatuur over ‘sentiment analysis’, het onderzoek naar de stemming onder de massa, stuitte ik op artikelen over ironie en sarcasme. De stijlmiddelen worden op Twitter alleen met grote behoedzaamheid ingezet.

Sentimentonderzoekers interesseren zich voor ironie omdat machines het verschijnsel niet snappen. Het is ‘a hindrance to machine comprehension’. Gelukkig dus maar dat twitteraars de machinale analyse van ’s lands stemming versimpelen. Zijn ze sarcastisch dan doen ze het gevaar meteen keurig teniet door labels als ‘sarcasme’ of ‘not’ aan de tweet toe te voegen. Ze schrijven niet: ‘Leuk feestje met Geert’, maar ‘Leuk feestje met Geert #sarcasme’. Zo weten machines waar ze aan toe zijn en de rest van de maatschappij ook. In het televisieprogramma Boer zoekt vrouw was vorig jaar zelfs een boerin te zien die haar mondelinge sarcasme van zo’n disclaimer voorzag. ‘Ik ben een gezellige prater. Not.’

Maar terwijl machine en maatschappij dus steeds grotere inpasbaarheid eisen, gaat intussen het mini-rubato jammerlijk teloor. Hoe sarcastisch is een sarcastische tweet nog met het label ‘sarcasme’?

Beheersing kan ook te ver doorslaan, denk ik daarom vaak in deze strenge en oppassende tijden. Ontspan.