Britse pers weet wel raad met kromme eurobanaan

Brexit Ook als journalist was de Londense burgemeester Johnson al eurokritisch. Net als veel van zijn collega’s.

Het verbaasde de vader van Boris Johnson niets dat zijn zoon zondag bekendmaakte voor een Brexit te zullen strijden, een vertrek van de Britten uit de EU. Was zijn zoon als Brusselse correspondent voor The Daily Telegraph met diens artikelen over „kromme bananen” niet „de uitvinder van euroscepsis”?

Johnsons carrière is gebouwd op het bekritiseren en bespotten van de Europese kaasstolp, al lang voor hij zich als Londense burgemeester in het debat mengde. „Hij gaf euroscepsis ruggengraat”, herinnerde zich onlangs John Lloyd, oud-correspondent van de Financial Times. En hoewel Johnson „vaak fout zat, hadden zijn verhalen wel effect”. Premier Thatcher was fan.

Voordat Johnson en diens generatie correspondenten eind jaren tachtig in Brussel aankwamen, waren Britse journalisten overwegend fan van Europese eenwording. Maar naarmate de liefde van premier Thatcher voor nauwere samenwerking bekoelde – met name na haar beroemde toespraak in Brugge in 1988 – werden de kranten kritischer. De motieven van Europese collega’s werden gewantrouwd, zeker die van de „naamloze Europese bureaucraten”. „Eurolunacies”, luidde begin jaren negentig een commentaar van The Sunday Times.

De huidige generatie Brusselse correspondenten zijn bijna allemaal overtuigde eurosceptici. Ze kwamen aan na het Verdrag van Maastricht toen de discussie over verlies van soevereiniteit oplaaide en anti-Europese bewegingen als de UK Independence Party ontstonden.

Eikelzaden en andere mythes

Mark English, hoofd communicatie van de Europese Commissie in Londen, houdt sinds 1992 een lijst bij van euromythes in Britse kranten. Onder A bijvoorbeeld acorns, eikeltjes. De EU zou de verkoop van eikenboomzaden willen verbieden. Of zelfgemaakte jam, te veel blote borst bij barmeisjes.

En ook dus kromme bananen. Nee, is het antwoord in de lijst: „De Commissie classificeert bananen naar kwaliteit en grootte zodat de internationale handel vergemakkelijkt wordt. Individuele lidstaten hebben de neiging ook hun eigen standaarden in te voeren, net als de industrie.”

English wil vooropstellen dat „sommige verslaggeving fantastisch is, vijandig of niet”. „Britse correspondenten gaan niet anders om met Europa dan met andere kwesties. Het is nu eenmaal een feit dat de Britse pers partijdig, robuust en onderzoekend is.” Maar, merkt hij ook op: „Regelgeving uit Brussel is niet per se hetzelfde als red tape. De woorden ‘naamloze bureaucraten’ is het onvermogen uit te leggen hoe Europese wetgeving tot stand komt. En canards worden veelvuldig herhaald.”

Britse pers richt zich op conflict

In vergelijking met correspondenten uit andere landen richten de Britten zich meer op conflict. Zo werkt Westminster: twee partijen tegenover elkaar, in voortdurende strijd. „Als die er niet is, wordt het gezien als saai.”

„Alles wordt bezien door één prisma: wat staat er op het spel?”, zegt ook politicoloog Oliver Daddow van Nottingham Trent University. „Premiers worden, vaak met verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog, beoordeeld op hoe ze hun Europese collega’s hebben verslagen of niet.” „Over de Bloomberg-toespraak van Cameron [waarin hij in 2013 aankondigde hoe hij de EU wilde hervormen, red.] lazen we weinig van wát hij zei, maar vooral waarom hij verkeerd zat.”

Hij berekende dat een op de acht artikelen over de EU is in Britse kranten positief is. Dat heeft zeker één effect, meent Daddow: „Het heeft politici beïnvloed.” Dat er nu steeds over het akkoord en de campagne wordt bericht zou vooral sceptici kunnen mobiliseren. Zelfs wanneer er goedkeurend over zou worden geschreven.