‘Alle tieners zeggen nee tegen drugs met een C’

Alle elf tracks van het nieuwe album van Lil’ Kleine staan hoog in de hitparade. Het klinkt alsof het snel in elkaar is gedraaid om te kunnen meeliften op de staart van het succes van ‘Drank & drugs’.

Foto Merlijn Doomernik

De ritmes klappen en pulseren verleidelijk. Een vloeiende laag synthesizerklanken borrelt op, de bassen veren als van elastiek. De omlijsting doet verwachten dat een smachtende zangstem zich zo direct in de arrangementen vlijt.

Maar wat volgt is de plat-Amsterdamse snauwtoon van rapper/zanger Lil’ Kleine, die als een pitbull zijn territorium afbakent. Hij blaft niet, hij scheldt. Ook in een nummer dat waarschijnlijk als liefdesliedje bedoeld is, wordt het openingscouplet gevuld met ‘kutwijf’ en ‘klootzak’. De rest van de tijd bezigt hij een nauw vocabulaire, waarin de woorden pillen, capsules, cocaïne en stripclub het meest voorkomen.

Dit is de wereld van Jorik Scholten, alias Lil’ Kleine, de 21-jarige zanger die afgelopen jaar een verpletterende indruk maakte met de single ‘Drank & drugs’, samen met handlanger Ronnie Flex.

Maar Lil’ Kleine’s vorige week verschenen, eerste solo-cd Wop, klinkt alsof hij snel in elkaar gedraaid is, om te kunnen meeliften op de staart van dat singlesucces.

Dat blijkt uit de talloze verwijzingen naar de hit. Er is een ‘skit’ (kort intermezzo), bestaand uit een commentaar van een SGP-lid in de Tweede kamer, over de invloed van ‘Drank & drugs’ op de jeugd. Hij herhaalt de kernwoorden van de single om de haverklap, soms in nieuwe combinaties (‘Ik heb drank en drugs en seks voor je/ echt ik ben perfect voor je’), vaker met dezelfde rijmwoorden, zoals in ‘Ik heb seks, stacks, Flex’, (verwijzend naar geld – ‘stacks’ – en Ronnie).

De formule voor de liedjes staat vast: zang in couplet en refrein, en een rap als intermezzo. Lil’ Kleine kan vloeiend rappen en zingen, maar de woorden zijn hier te schonkig om een ‘flow’ te laten ontstaan. Dat blijkt bijvoorbeeld in ‘Stripclub’: ‘Lieve schat ja je bent als drugs/ kijk hoe ik door m’n space dwaal/ ik ben in de stripclub/ ik wil niet dat je mij uit m’n space haalt’.

De eindeloze herhaling van dezelfde woorden maakt van Wop een stroperig album. Chillen, stacks, fock, euro’s en bitches zijn de belangrijkste thema’s, in ieder nummer op curieuze manier vergoelijkt met het aanroepen van een ‘lieve schat’ (‘Lieve schat ik ga door, lieve schat ik heb schijt/ We drinken Moët, zelfs bij het ontbijt’).

Dankzij ‘Drank & drugs’ groeiden Lil’ Kleine en Ronnie Flex vorig jaar uit tot Nederlandse supersterren. Van de nieuwe levensstijl wordt op het album uitgebreid verslag gedaan: Lil’ Kleine ontbijt in Parijs, eet kreeft en heeft nog maar weinig tijd (‘Alle bitches willen nu seks met me hebben/ maar ze mogen m’n manager bellen’).

Door Wop zal hij nog minder tijd hebben. Want Lil Kleine’s debuut is nu al een megasucces bij de aanhang: alle elf tracks (inclusief de SGP-skit) staan in de bovenste regionen van de hitparade, en Wop kwam binnen op nummer één van de albumlijst.

Maar de echte ster van Kleines muziek is producer Jack Chiraq. Dat blijkt na ‘Drank & drugs’ opnieuw op Wop. Zijn muziek is aantrekkelijk, met een knipoog naar de omfloerste housesound met gedempte beats en panfluitachtige synths uit de jaren negentig. Bijna alle nummers kregen een puntig deuntje en opruiend dansritme. Hoogtepunt in dat opzicht is het klepperende ‘1,2,3’. Dit had een kek album kunnen zijn. Als er een andere zanger voor gevonden was.