Waarom maken pruimen poep dun?

Op het schap in de supermarkt, tussen de doppinda’s en de tuttifrutti, ligt een prima medicijn tegen verstopping: gedroogde pruimen. De gedroogde pruim staat in een lange geneeskundige traditie. De beroemde elfde-eeuwse arts Avicenna uit Iran schreef er al over in zijn Al-Qanun fi al-Tibb (‘Canon van de geneeskunde’). De meest gelezen Nederlandse dokter van de zeventiende eeuw, Johan van Beverwijck, was er ook van overtuigd. In Schat der gesontheyt rijmt hij: „Wilje buyck en mage ruymen / Eet by wijlen drooge Pruymen.” Van Beverwijck schrijft dat hij die regels van de Romeinse dichter Martialis heeft. Als dat klopt, zijn gedroogde pruimen al bijna twee millennia een bekend laxeermiddel.

Maar hoezo dan? Er zitten veel vezels in, zeggen de vage gezondheidssites die altijd bovenaan eindigen bij het googelen. En dat is ook zo: gedroogde pruimen bevatten misschien wel 16 procent vezels.

De verrassing was dus groot toen het chemieblog Compound Interest vorig jaar beweerde dat gedroogde pruimen hun laxerende werking niet alleen aan vezels te danken hebben, maar ook aan de grote hoeveelheid sorbitol die erin zit. Ja, de zoetstof uit kauwgom.

Gedroogde pruimen zitten er tjokvol mee: ruim 14 procent van het gewicht, veel meer dan in gedroogde abrikozen (3,5 tot 5 procent). Het wordt niet goed verteerd en werkt daardoor in grote hoeveelheden laxerend. Toen sorbitol halverwege de twintigste eeuw populair werd als zoetstof, mochten proefpersonen het uitproberen. Vijftig gram sorbitol per dag geeft erg dunne poep.

Dun is helaas ook de stapel medische artikelen over gedroogde pruimen. Is sorbitol het belangrijkst of vezels, of zit er toch nog iets anders in pruimen? Zover is de wetenschap nog niet. Tien eeuwen na Avicenna liggen zelfs de meest basale praktische vragen nog op tafel. Hoe goed laxeren pruimen? Hoeveel moet je nemen?

Méér poep is goed, voor mensen met verstopping

Een Brits team van voedingskundigen ging er in 2014 mee aan de slag. Na uitputtend zoeken vonden ze vier bruikbare studies naar het effect van gedroogde pruimen op poepen. Allemaal rapporteerden die een positief effect van pruimen.

De volwassen proefpersonen aten in de meeste studies 100 gram gedroogde pruimen per dag. Dat is geen kleinigheid: dat zijn dertien pruimen uit de Nederlandse supermarkt. Wat is de beste dosering? Niemand die het weet. In ieder geval konden de verstopte deelnemers die dertien pruimen eten zonder buikpijn te krijgen. Ze poepten iets vaker en ze poepten ook meer.

Méér poep is goed, voor mensen met verstopping, want dat is een teken dat het zachte poep is, met water erin. Zachte, vochtige poep krijg je van voedingsvezels die ook de darmbacteriën niet kunnen verteren (zoals die in tarwezemelen en andere plantenzaden) en andere onverteerbare stoffen – zoals sorbitol. In de dikke darm houden ze water vast. Voor vezels én sorbitol is dus wel iets te zeggen. Een medicinale portie van dertien pruimen bevat gemiddeld 14 gram sorbitol – minder dan de diarreedosis van 50 gram, maar niet niks.

De 16 gram pruimenvezels die in zo’n portie zitten, zijn ook puik voor een doorsnee Nederlander die op een doorsneedag maar 20 tot 25 gram vezels binnenkrijgt. Maar er is twijfel over de pruimenvezels, want een vrij groot deel (vooral het pectine) is oplosbaar en verteerbaar door bacteriën. Mag je dat nou meetellen voor het laxeren of niet?

In 2013 oordeelde de Canadese voedingswetenschapper Pierre Gélinas in een uitgebreide review dat het sorbitol „een groot deel van de laxerende werking kan verklaren”. Het staat 2 - 1 voor de zoetstof.