Voetafdrukken

De schrijver Jan Siebelink woont in Ede, als hij zijn geboorteplaats Velp bezoekt is dat meestal met een cameraploeg achter zich aan. Ik heb zijn boek Knielen op een bed violen niet gelezen. Mijn vader kreeg het cadeau op zijn laatste verjaardag, hij bleef ergens halverwege steken. Na zijn dood visten we het onder het bed vandaan, waar het lag tussen al het andere wat hij niet meer lustte of wilde hebben.

Mijn moeder heeft het boek „weggedaan”. Ze heeft een hardop beleden afkeer van de schrijver die ze vanwege zijn voorkeur voor gekleurde schoenen en zijn ‘raceauto’ een aandachtstrekker noemt. Ze staat daarin vrijwel alleen, de rest van het dorp is trots op de schrijver die Velp op de kaart zette. Walter, eigenaar en uithangbord van de plaatselijke boekhandel, zei me na het verschijnen van diens laatste roman Margje dat hij het gevoel had dat Jan Siebelink als schrijver een tweede huid aan het afkrabben is.

Dat soort mededelingen zijn aan mijn moeder niet besteed. Mijn vader ligt begraven op de begraafplaats aan de Bergweg, vlakbij het beroemde gat in de heg dat een prominente rol heeft in Knielen op een bed violen. Ze heeft het graf inmiddels afgeschermd met een dubbele laag bloempotten, maar blijft naar eigen zeggen last houden van ‘Jan Siebelink-fans’ – lees: leesclubvrouwen – die de begraafplaats bezoeken om er op zoek te gaan naar dat gat. Zelf zag ik die vrouwen bijna nooit, laat staan hun voetafdrukken.

Natuurlijk niet, vond mijn moeder, hoe vaak kwam ik daar nou?

Toen mijn vader nog niet zo lang dood was en we nog steeds wachtten op de marmeren afdekplaat uit China zei mijn moeder op een dag dat ze iets vreselijks had gezien toen ze bij het graf zat.

„Jan Siebelink?”, vroeg ik naar de bekende weg.

„Met Dieuwertje Blok!”, zei mijn moeder. „Die had schijnbaar ook niets beters te doen.”

Het laatste jaar werd het rustiger, ik hoorde haar minder vaak over leesclubvrouwen die de gesprekken tussen haar en mijn vader verstoorden.

Vorige week zaten de acteurs Barry Atsma en Noortje Herlaar aan tafel bij de DWDD, het boek was verfilmd. Een dag later belde ik mijn moeder. Ze had het niet over de uitzending of de film, maar uit het verslag van haar belevenissen kon ik afleiden dat het nieuws haar had bereikt. Ze had bij Blokker op de Hoofdstraat een extra stoffer en blik voor in de fietstas aangeschaft.