Tobberige films in een tobberige tijd

De 66ste Berlinale was er één van verbeten ernst. Winnaar: een documentaire over vluchtelingen. En die stak met kop en schouders boven de verder nogal matige films uit.

Gianfranco Rosi, die de Gouden Beer won metFuocoammare. Foto AP

Met Fuocoammare, Fire at Sea, vond filmfestival Berlinale zaterdag zijn gedroomde winnaar. Een vluchtelingendocumentaire die Afrikaans leed afzet tegen het dagelijks leven op Lampedusa, een eiland tussen Italië en Tunesië. ,,Vissers accepteren alles dat uit zee komt. Laten wij daar in Europa een voorbeeld aan nemen’’, riep regisseur Gianfranco Rosi met de Gouden Beer in zijn hand. Zo was het festivalthema – het recht op geluk voor asielzoekers – mooi rondgebreid.

Geen speelfilm maar een documentaire: een primeur die goed past in de opvallend boodschapperige toon van deze 66ste Berlinale. ‘Verbeten ernst’, schreef Der Spiegel, want er werden gewichtige zaken aangesneden: crisis, vuurwapengeweld, patriarchale structuren, abortus van baby’s met Down, cyberoorlog.

Dat schuurde soms met rode loperglamour, zeker bij het los van het Berlinale georganiseerde Cinema for Peace-Gala, een liefdadigheidsdiner waar Duitse rijkaards zich onder leiding van tafeldame Charlize Theron uit solidariteit in het knisperend isolatiefolie hulden waarmee ze op Lesbos en Lampedusa onderkoelde vluchtelingen warm houden. Heel smaakvol.

Benedendeks filmen

Het is niet voor het eerst dat een documentaire een speelfilmfestival wint: Rosi kreeg al in 2013 de Gouden Leeuw van Venetië met Sacro GRA. Dat was toen een enorme verrassing, die Rosi naar verluidt dankte aan het gedram van juryvoorzitter Bertolucci. Met Fuocoammara lag het simpeler voor de jury: die stak echt met kop en schouders boven het matige veld uit.

Rosi, die een jaar op Lampedusa filmde, ondersteunt zijn opgewonden boodschap – hij noemde eerder het massale verdrinken op de Middellandse Zee ’s werelds ergste ramp sinds de Holocaust – met grootse cinematografie. Emotioneel dieptepunt is de redding van een dodenschip, ,,een piepklein krantenbericht indertijd’’, aldus Rosi.

Benedendeks vindt zijn camera vijftig doden door uitdroging en verstikking. Voor we daar belanden, filmt hij met afgemeten poëzie de routine van de opvang en het dagelijks leven op Lampedusa, met huilerige Siciliaanse volksmuziek als cement. Ster van de film is een hypochondrisch jochie met een lui oog, dat met zijn katapult op imaginaire vijanden jaagt. Rosi ziet hem als een metafoor voor Europa, en dat wekt wat wantrouwen: hoeveel ensceneerde hij? Maar dat doet weinig af aan deze meesterlijke, evocatieve film.

Na het prijzengala keken de genodigden in het Berlinale Palast naar de winnaar, dus was het maar goed dat Lav Diaz slechts de Alfred Bauerprijs (of derde prijs) won met zijn A Lullaby to the Sorrrowful Mystery. Die film duurde namelijk 482 minuten, en volgens aanwezigen – niet iedereen was onthaast genoeg om de volle acht uur uit te zitten – betrof het vrij ingewikkelde Filippijnse metaforen in een hard belichte zwart-witjungle. Slow cinema was nooit langzamer.

Omstreden was de winnaar van de Zilveren Beer, of tweede prijs, Death in Sarajevo van Danis Tanovic, die het Holliday Inn-hotel als microkosmos voor Bosnië gebruikt. Een film als marxistische analyse. Op het dakterras, de bovenbouw, debatteren intellectuelen over cultuur en geschiedenis, maar in de ingewanden van deze verloederde Oostblokmoloch, de onderbouw dus, woedt de echte strijd. Het uitgebuite personeel wil staken en vindt management en gangsters van de stripclub tegenover zich in deze effectieve maar platte parabel.

In een naaktlopers-commune

En dan de peno- en menopauzefilms, want zo kon je zeker vier films omschrijven. Beste regie ging naar Mia Hansen-Love voor L’Avenir, waarin Isabelle Huppert als filosofiedocente Nathalie stoïcijns probeert te blijven als haar man haar verlaat voor een studente. De Deense Trine Dyrholm – prijs voor beste actrice – gebeurt dat ook in het Deense Kollektivitet (The Commune) , maar zij nodigt met suïcidaal jaren-zeventig-optimisme haar liefdesrivale uit om in haar commune te komen wonen. Een ongemakkelijke film waarin Thomas Vinterberg (Festen, Jagten) zowel zijn jeugd in een naaktlopers-commune verwerkt als het verlaten van zijn eigen vrouw, bekende hij.

Beste acteur was Majd Mastoura in het Tunesische Hedi, die ook de prijs voor beste debuutfilm won. Mastoura speelt een lusteloze autoverkoper die vlak voor zijn gearrangeerde huwelijk valt voor een danseres in een all inclusive-hotel: een integer sociaal-realistisch werkstuk uit de school van de broers Dardenne.

Al met al een tobberige editie voor tobberige tijden, en zonder iets van het kaliber Boyhood in 2014 of 45 Years: films om je over op te winden.

Al kwam op de valreep gelukkig nog de reactionaire geweldenaar Gérard Depardieu binnendenderen met twee films buiten competitie. In The End verdwaalt hij in het bos of in zijn eigen dromen, in de droogkomische roadmovie Saint Amour gaat hij als tedere koeienboer Jean met zijn depressieve kluns van een zoon Bruno op wijnreis: denk slobbertjes en boer zoekt vrouw.

Na zijn levertransplantatie van 2004 is Depardieu naar eigen zeggen zodanig opgeknapt dat hij weer 14 flessen wijn per dag achterover slaat. In Berlijn ontpopte hij zich als joviaal warhoofd die na twee zinnen zelden nog wist waar hij het over had, maar niet minder vrolijk om zich heen sloeg.

Oscarfavoriet The Revenant was een ‘geparfumeerde drol’, het filmfestival Cannes stelde niks meer voor en wat wil je ook met zo’n directeur, zo’n Franse president en zoveel Franse kutfilms. Een lichtpuntje? Vladimir Poetin, met wie Depardieu geen romance had. ,,Welnee, het is ware liefde.’’ Het Franse zwaargewicht is sinds 2013 om fiscale redenen Russisch staatsburger. Depardieu onthulde ook dat hij nooit meer scripts leest of tekst leert: te veel werk en niet spontaan. De regisseur fluistert de tekst in een oortje of hij verzint ter plekke iets.

Zo was er toch nog wat reuring op deze Berlinale. En die kwam van rechts.