Speuren naar landmijnen

Foto Javeed Tanveer / AFP

In het afgelegen district Panjwai, zo’n 35 kilometer ten westen van de Zuid-Afghaanse stad Kandahar, zijn hulpverleners bezig met het opgraven van achtergebleven mijnen en andere niet-ontplofte munitie. Afghanistan geldt als een van de meest ‘ondermijnde’ landen ter wereld, een erfenis van de Sovjet-bezetting, de daaropvolgende burgeroorlog tussen islamitische strijdgroepen en ten slotte de guerrilla van de Talibaan tegen buitenlandse troepen en het Afghaanse regeringsleger. Het opruimen van de mijnen vergt uiterste concentratie en zorgvuldigheid. De man op de foto, met beschermkap en veiligheidsvest, houdt toezicht op zijn collega’s die een stuk land met linten hebben afgezet, en strook voor strook, centimeter voor centimeter de aarde aftasten met prikstokken en ander materiaal. Op dit terrein werden dit jaar al tientallen mijnen gevonden, naast bijna 1,500 stuks aan niet-geëxplodeerde granaten, mortieren, kogels en dergelijke.