Op Rode Zee met vizier op Rio

Dorian van Rijsselberghe surft deze week in Eilat zijn laatste grote wedstrijd voor de Spelen in Rio. Langzaam komt de olympische vorm eraan.

Dorian van Rijsselberghe, vorige maand tijdens de World Cup in Miami. Foto Richard Langdon/Ocean Images/ANP

De golven van de Rode Zee breken loom op het strand voor hem, en Dorian van Rijsselberghe kan een diepe, lange geeuw niet onderdrukken. Als altijd straalt hij een kalmte uit die zeldzaam is onder topsporters. „Ik kan niet ontkennen dat ik lui ben”, zegt hij lachend. „Maar niet op het moment dat het moet gebeuren.”

Het komt snel dichterbij: iets meer dan vijf maanden heeft hij nog voor zijn eerste race in Rio, waar Van Rijsselberghe (27) zijn olympische titel van Londen (2012) verdedigt. Deze week surft hij bij de Israëlische badplaats Eilat het WK in de olympische RS:X-klasse, het laatste grote evenement voor ‘Rio’.

Opmerkelijk genoeg, voor een kampioen van zijn statuur, won Van Rijsselberghe pas één wereldtitel: in Perth, in 2011. Hij was wel al eens tweede (2013), derde (2009) en vierde (2012), dus het goud is nooit ver weg.

Die ene wereldtitel was iets meer dan een half jaar voor zijn olympische zegetocht – en dat is geen toeval. Als geen ander kan Van Rijsselberghe pieken als het nodig is. De één noemt de windsurfer uit Texel lui, de ander, zoals zijn Nieuw-Zeelandse coach Aaron McIntosh, drievoudig wereldkampioen windsurfen, noemt dat „een hogere vorm van efficiency”.

In Weymouth, aan de pittoreske Engelse zuidkust, was Van Rijsselberghe in de zomer van 2012 zo dominant dat hij al ruim voor de afsluitende medal race verzekerd was van olympisch goud. Hij kon zelfs een race vroegtijdig afbreken, om zijn krachten te sparen. Dat is waar het hem om gaat: presteren onder de vijf ringen. „We hechten niet zoveel waarde aan de World Cups. Ik ben vooral bezig met de Spelen, dat gaat me goed af.”

Focus, heet dat. Alles toeleggen op die ene grote week in vier jaar tijd. Anderhalf jaar van tevoren gaat de knop om, in zijn hoofd. „Niet meer buiten spelen”, noemt hij het zelf. Minder randzaken, minder tijd voor familie en vrienden op het Texelse strand bij Paal 17, waar hij opgroeide.

Dat geldt ook voor vrouw en dochter in zijn nieuwe thuis in Laguna Beach, onder Los Angeles. „Ik heb het geluk dat de mensen om mij heen mij begrijpen en niet gefrustreerd raken. Ik voel me nooit verplicht dat ik naar hen moet uitreiken.”

Maanden is hij al onderweg, met in zijn kielzog coach en vriend McIntosh en zijn Nederlandse kompaan en beoogd opvolger Kiran Badloe. Trainen op het – nog altijd sterk vervuilde – wedstrijdwater bij Rio, mountainbiken en windsurfen in de Nieuw-Zeelandse zomer, een World Cup in Miami. Materiaal testen, fitter worden.

De wereldtitelstrijd op de warme wateren bij de Eilat Sailing Club is zijn laatste krachtmeting met de wereldtop, voordat hij terugkeert naar Rio. „Natuurlijk wil ik hier in Israël vooraan varen. Alle grote concurrenten zijn hier.”

De olympische vorm lijkt nabij. Vlak voor Kerstmis won hij de Copa Brasil in Rio. En vorige maand was hij de beste bij de World Cup in Miami. „Het gaat de goede kant op”, zegt hij voorzichtig. „Niet alle toppers waren daar aanwezig.”

Net als destijds in Weymouth sloeg Van Rijsselberghe enkele jaren geleden al zijn kampement op in Rio de Janeiro, vrijwel direct na zijn vorige olympische campagne. „Je moet daar veel zijn, om zoveel mogelijk verschillende dagen mee te maken”, vertelt hij.

Van Rijsselberghe vervolgt: „Als je een keer heel raar weer hebt tijdens de Spelen moet je niet met je mond vol tanden staan. Het blijft een ervaringssport. Ik heb in Rio dagen gehad dat er plotseling een front doorkwam, met heel veel regen en heel harde, vlagerige wind. Dan moet je wel weten wat je moet doen.”

Niks aan het toeval overlaten. Dat is precies waarom hij nog net zo gemotiveerd is als vier jaar geleden. „Ik vind het nog steeds een prachtig leven. En een grote uitdaging: we varen straks op een compleet nieuwe plek, totaal anders dan Weymouth. Daarmee is het bijna een nieuwe sport. Dat is toch een groot verschil met de 100 meter sprint, die niet zo veel anders zal zijn dan bij de vorige Spelen.”

Zwaardere omstandigheden

De weerstand is dit keer wel groter. „De wereldtop is breder. Vier jaar geleden had je drie kanshebbers in Weymouth, nu zijn het er zeker vijf.” Van Rijsselberghe verwacht de meeste concurrentie van de Brit Nick Dempsey, de Griek Byron Kokkalanis en routinier Julien Bontemps uit Frankrijk, maar ook de Chinees Aichen Wang, winnaar van de olympische testwedstrijden in Rio, vorige zomer.

Maar zelf is hij ook gegroeid, sinds de Olympische Spelen van Londen. „We verwachten zwaardere omstandigheden in Rio. Door alle fietstrainingen ben ik fysiek sterker geworden. En ik geloof dat ik een stuk constanter ben gaan varen. De afgelopen wedstrijden ben ik niet buiten de toptien geëindigd. Daar werken we heel hard aan: die ene lastige dag toch terugvechten naar de toptien, geen punten verliezen. Ik werd vorige maand eerste bij de wereldbeker in Miami omdat ik een paar races won, maar ook omdat ik geen enkele race niet buiten de top-zeven eindigde. Dan vallen je tegenstanders vanzelf bij bosjes af.”

    • Rob Schoof