Nu kan het: pijnloos hervormen

De lage rente maakt broodnodige hervormingen ineens makkelijker, volgens Arnoud W. A. Boot en Lans Bovenberg.

Illustratie angel boligan

Na zeven en een half jaar gepraat over economische malaise en crisis, is het woord hervormingen een taboe geworden. We zijn beleidsmoe. En van bezuinigen willen we ook niet meer horen. Dat laatste heeft het kabinet voorlopig opgelost door geld te gaan uitdelen. Of dat verstandig is laten we even in het midden. Maar wat moeten we met hervormingen? Zelfs als economen kunnen we begrijpen dat politieke partijen in de aankomende verkiezingen dat woord zo min mogelijk in de mond willen nemen.

Hervormen betekent immers vaak het afnemen van verworven rechten: langer moeten doorwerken, ‘versoepelen’ van ontslagrecht, versoberen van het pensioenstelsel en zo zijn er nog wel meer voorbeelden. En ook het monetair beleid dat tegenwoordig vanuit Frankfurt op ons afkomt, roept geen warme gevoelens op. Even los van de merites van waar de Europese Centrale Bank mee bezig is, het resultaat is dat de rente zeer laag is. Inderdaad, het monetaire beleid kleedt u ook via uw spaargeld uit. Dus dat is ook al geen leuk onderwerp voor politieke partijen.

Maar nu komt het: de lage rente maakt pijnloze hervormingen mogelijk waarmee het woningdossier en de pensioenproblematiek in één keer toekomstbestendig kunnen worden gemaakt. En daarbij kunnen we in een moeite door ook ons belastingstelsel versimpelen.

Drie vliegen in één klap dus. Hoe werkt dat?

We kunnen nu op een pijnloze manier van de hypotheekrenteaftrek af. Dus geen nieuwe onrust op de woningmarkt door (weer) een beleidswijziging, maar beleid neerzetten dat zowel vriend als vijand als eindplaatje ziet. En ja, bestaande hypotheken kunnen worden ontzien. Weg dus met die rare subsidiëring van het maken van schulden. In plaats daarvan geeft de overheid voortaan een (te verrekenen) extra vrijstelling binnen de – wat heet – de forfaitaire 1,2 procent heffing op vermogen. In het jargon: de hypotheek en eigen woning gaan naar Box 3. Bij de huidige lage hypotheekrentes is dit voordeliger voor de woningbezitter.

Door de vrijstelling ontstaat een vaste tegemoetkoming voor het wonen onafhankelijk van de feitelijke rente. Bij een stijgende rente lopen de hypotheeklasten op, maar juist dan is het belangrijk dat er via de hypotheekrenteaftrek geen rekening bij de overheid wordt gelegd. In een hoogconjunctuur moet juist de neiging om te veel te lenen worden onderdrukt en dat is precies wat die oplopende rente doet. Lenen subsidiëren met een hypotheekrenteaftrek ondermijnt dit.

En dan hebben we nog het pensioendossier. Vriend en vijand begrijpen niets meer van het stelsel. Er is een fictie van garanties terwijl de beleggingsrisico’s allang bij de deelnemers liggen.

Doordat jong en oud in een gemeenschappelijke pot zitten, is er voortdurend geruzie over wie wat toekomt. Er liggen veelbelovende voorstellen op tafel om via een toerekening van het vermogen aan individuele pensioengerechtigden, ieders positie – opgebouwde rechten en ingelegde premies – duidelijk te markeren. Allerlei dingen kunnen nog steeds gemeenschappelijk, maar het hebben van een gezamenlijke financiële pot waar jong en oud continu om ruziën, zou dan tot het verleden behoren. Ook past dat beter bij een flexibele arbeidsmarkt waarin mensen vaker van baan wisselen. Dat vraagt immers om een sterkere band tussen ingelegde premie en opgebouwde pensioenrechten.

Het heikele punt bij deze omvorming is dat de ingelegde gelden in de huidige gemeenschappelijke pot gebaseerd zijn op een gelijke premie en pensioenopbouw voor jong en oud – het doorsneestelsel.

Wat dit betekent is dat jongeren te veel aan het betalen zijn – hun ingelegde gelden kunnen immers nog lang renderen – terwijl de ouderen via de voor hen te lage doorsneepremie hun eerder te veel betaalde premie gecompenseerd zien.

Als je nu plotsklaps met dit systeem zou stoppen dan zitten degenen van middelbare leeftijd met een pensioengat: ze hebben jaren met een te hoge premie achter de rug, maar profiteren niet meer van de voordelige jaren.

Het mooie is dat de lage rente die elders in pensioenland zo’n problemen oplevert (denk aan dekkingsgraden die onder druk staan) hier juist helpt. Door de lage rente zijn de pensioenrechten van jongeren namelijk nauwelijks meer goedkoper dan de rechten van ouderen. De hervorming kan nu zonder veel transitieproblemen plaatsvinden.

Hoe beleidsmoe we ook mogen zijn, we moeten de mogelijkheden die de lage rente biedt om de woningmarkt en de pensioenen toekomstbestendig te maken niet voorbij laten gaan.

De voorgestelde hervormingen geven bovendien een veel grotere stabiliteit en logica aan ons belastingstelsel. Grote aftrekposten voor het maken van schulden die ook nog eens afhangen van rentebewegingen en een fiscale facilitering van pensioenen die jong en oud tegen elkaar opzet, zorgen voor allerlei verstoringen en compliceren het belastingstelsel onnodig. En is dat niet de andere les van de afgelopen jaren: laten we dingen vooral simpel houden.