Meditatieve koorextase in wereldpremière Manneke

‘Even heb ik haar mateloos lichaam gevoeld.’ Naar die climax leidt Arthur Rimbauds Aude, waarin de ik-persoon in een waterval een godin herkent, haar sluiers oplicht en haar probeert te vangen. Componist Daan Manneke maakte van het erotisch geladen gedicht een spirituele beleving volgens de vaak door hem beproefde methode: orgel en groot koor in ruimtelijke opstelling, een gedragen tempo en sinds de Middeleeuwen populaire imitatietechnieken.

Aube, Symphonies pour quatre choeurs et orgue beleefde tijdens de ZaterdagMatinee de première – al gaf Manneke toe dat een kathedraal de meerkorige opstelling meer recht had gedaan. Het in vier groepen verdeelde Omroepkoor verhief onder Marcus Creed niettemin een grote spanningsboog.

Na een woeste introductie voor orgel (Leo van Doeselaar) werkte het aanvankelijk op één toon mediterende koor geleidelijk naar een tienstemmige stapeling van extase, vol golven en rimpelingen: elke in het gedicht weggetrokken sluier ontsloot een nieuwe klank. In trage stappen kromp Aube tenslotte ineen, berustend in een donker akkoord.

Hoewel lichter van gewicht dan het gemiddelde Russische ensemble, presenteerde het Groot Omroepkoor ook in Schnittkes Drie geestelijke koorzangen diffuse timbres en lijdzame smeekbedes die fel konden oplichten. Na zoveel rijkdom in klankkleur was Kodály’s nog best lange Missa brevis – hoewel met veel verzorging gezongen – wel wat recht voor zijn raap.

    • Floris Don