Kantoor zonder lift? Geen rolstoel

Hoe pakt de nieuwe uitkeringswet in de praktijk uit? NRC gaat naar de sociale dienst. Vandaag: Zwolle, waar een speciale ‘adviseur’ langs bedrijven trekt die gehandicapten in dienst kunnen nemen.

Illustratie Anne van Wieren

Installatiebedrijf Breman heeft een klus van zes maanden: in flats in Leeuwarden moeten foto’s worden gemaakt van cv-ketels en de radiatoren moeten worden geteld. André Cossée, directeur van de Zwolse vestiging van Breman, dacht aan een bijstandsgerechtigde. Dat is een mooi aanbod voor de gemeente Zwolle, toch?

Hij kijkt tevreden. Tegenover hem zit Paul Kanis, adviseur van de gemeentelijke dienst ‘Werkgeverspunt Zwolle’. Kanis gaat langs bij bedrijven in de regio die gehandicapten uit het zogenoemde ‘doelgroepregister’ aan het werk kunnen helpen.

Want dat is een belangrijk doel uit de Participatiewet: gehandicapten moeten bij ‘gewone’ bedrijven aan de slag, met subsidie van de gemeente. Ze kunnen niet meer terecht in sociale werkplaatsen.

Als bedrijven de komende jaren niet 100.000 extra werkplekken creëren voor mensen uit het doelgroepregister, geldt er een Quotumwet die bedrijven verplicht om zo’n 2 procent van de werkplekken aan te bieden aan gehandicapten. Anders krijgen ze, elk jaar weer, een boete.

Het familiebedrijf Breman, met zo’n 1600 mensen in dienst, maakt zich daar geen zorgen over. Het streeft zelf naar 10 procent: allemaal werknemers die niet zonder hulp aan een baan zouden komen.

Maar wie zijn dat precies? En telt iedereen zomaar mee? Het antwoord is nee.

Paul Kanis weet hoe ingewikkeld werkgevers dat vinden. En dus begrijpt hij meteen dat Cossée met zijn aanbod denkt aan het doelgroepregister en de Quotumwet. Maar bijstandsgerechtigden, legt hij uit, staan daar niet in. Ook al hebben ze vaak ‘iets’ waardoor ze geen werk vinden. In het register staan alleen de mensen die nog op de wachtlijst stonden voor de sociale werkplaats en ook gehandicapten met een speciale Wajonguitkering.

Cossée: „Dus iemand met bijstand telt niet mee? Halen we die 100.000 banen dan wel?”

‘Waarom moeten we?’

Bij het detacheringsbedrijf Woodselect, vooral voor hogeropgeleiden, laat directeur Nico van Houten aan Paul Kanis zien waarom hij geen werknemers in een rolstoel zou kunnen aannemen: het kantoor is op de tweede etage, er is geen lift. Kanis knikt vriendelijk. Zijn rol is: uitleggen hoe het zit met de Participatiewet en vertellen wat de gemeente kan doen om werkgevers te helpen als ze een gehandicapte aannemen.

Elke regio heeft zichzelf een doel gesteld om met z’n allen de 100.000 te kunnen halen. Voor Zwolle is dat nu: 505 banen erbij vóór 1 januari volgend jaar. Tot nu toe zijn er 81 nieuwe werkplekken en via de sociale werkvoorziening, die ook functioneert als een soort uitzendbureau, kwamen er 355 nieuwe ‘uitleencontracten’ bij voor gehandicapten.

Van Houten zegt dat hij het raar vindt: het doet er voor de dreigende Quotumwet helemaal niet toe hoe ‘maatschappelijk verantwoord’ je al bent als onderneming. Zijn bedrijf heeft in 2013 vier mensen in dienst genomen die zelf in de bijstand zaten en nu andere bijstandsgerechtigden aan een baan proberen te helpen. Van de 500 werklozen die hij via de gemeente op bezoek kreeg, heeft zijn kantoor er al meer dan 100 aan het werk gekregen. Dat scheelt de gemeente een flink bedrag aan uitkeringen en het helpt kwetsbare mensen.

Woodselect verdient er zelf ook wat aan en Van Houten krijgt soms de kans om meteen ook hogeropgeleiden uit het eigen bestand geplaatst te krijgen. „Maar ik zou méér verdienen”, zegt Van Houten, „als ik de tijd die ik hieraan besteed in mijn gewone werk zou stoppen.”

Paul Kanis hoort het deze werkdag steeds van de ondernemers: waarom móéten we? En waarom kunnen we niet op andere manieren laten zien dat we van goeie wil zijn?

Cursus voor gehandicapten

Adjunct-directeur Karen Wever van De Langhenkel Groep, een ander detacheringsbedrijf in Zwolle, had al een keer aan Paul Kanis voorgesteld dat Langhenkel gehandicapten zou opleiden. Het bedrijf organiseert nu al cursussen, dus dat kan ook voor gehandicapten – die zo mogelijk sneller werk vinden. „Volgens mij is dat zinvoller dan het doel terugbrengen tot: zoveel mensen moeten een baan krijgen.”

Zwolle heeft ook een facilitair bedrijf, First Service One, waar werknemers kunnen worden ingehuurd voor schoonmaak, catering, beveiliging of beplanting. Een op de drie werknemers van dat bedrijf heeft een handicap.

In zijn gesprek met Paul Kanis zegt directeur Terry Honigh dat hij laatst een opdracht binnenhaalde van een bedrijf juist omdat hij gehandicapten langs kan sturen. Die tellen mee voor dat bedrijf, en niet voor First Service One. Honigh: „Als bedrijven er in een aanbesteding op kunnen selecteren, is dat alleen maar goed voor die mensen.” Voor bedrijven groeit dan de kans dat ze nooit verplicht worden om gehandicapten aan te nemen. Als dat op een dag toch zo is, heeft Honigh zelf wel een probleem – omdat de gehandicapten voor hém niet meetellen. „Dat los ik tegen die tijd wel op.”