Hij zegt altijd hetzelfde. Maar dan steeds harder

Is Geert Wilders in de loop der jaren radicaler geworden? Zijn Partij voor de Vrijheid bestaat vandaag tien jaar. En nog altijd weet hij met zijn uitspraken te choqueren.

foto's ANP

Voor Geert Wilders lijken de grenzen helder. Die worden, 1.027 kilometer lang – de kustlijn en de verfoeide Antillen niet meegeteld – gedeeld met België en Duitsland en moeten „nu dicht”. Veel minder duidelijk is waar Wilders’ eigen grenzen liggen, niet zozeer electoraal, maar in het politieke en maatschappelijke debat. Vrijwel wekelijks weet hij dat debat te domineren met weer een radicale uitspraak. De overtreffende trap is in de tien jaar dat zijn partij vandaag oud is – en de anderhalf jaar daarvoor als eenzaam van de VVD afgesplitst Kamerlid – zijn absolute handelsmerk geworden. 

In de zes weken die dit parlementaire seizoen nu lang is, wist Wilders al te choqueren met een plan om „alle mannelijke asielzoekers” op te sluiten, het aankondigen van een „revolte” en het uitdelen van „verzetsspray tegen islamitische testosteronbommen”. Ook noemde hij de Turkse president Erdogan een „islamofascist” en beschuldigde hij de PvdA ervan dat „als de kogel komt” de naam van die partij erop zou staan.

De vraag waar fractievoorzitters van andere partijen in Den Haag constant mee worstelen, is wanneer Wilders op zijn extreme standpunten en discriminerende uitspraken aanspreken zinnig of noodzakelijk is. En wanneer dat Wilders alleen maar meer aandacht en munitie geeft. Diederik Samsom (PvdA) zei daarover: „Als Wilders zichzelf herhaalt, ga ik daar niet op in. Als hij weer een nieuwe grens overgaat, vindt hij mij op zijn pad.” Maar ook Samsom is niet concreet in waar die grens ligt.

„De juridische grenzen zijn maatgevend in het openbare debat in de rechtsstaat”, zegt Carla Hoetink. Zij is onderzoeker politieke geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen en bestudeerde onder andere Hans Janmaat en Geert Wilders. „Het unieke van het parlement is dat daar geen grenzen zijn aan de vrijheid van meningsuiting: Kamerleden hebben immuniteit. Ze kunnen in het debat dingen zeggen die daarbuiten strafbaar zijn.” Wilders mag de Tweede Kamer, waar hij al meer dan 25 jaar werkt, dan een „nepparlement” vinden, het is wel zijn belangrijkste bescherming.

Een grens overgegaan

Wilders is vervolgd voor zijn uitspraken buiten de Tweede Kamer. In 2011 werd hij vrijgesproken. Teksten uit zijn film Fitna waren niet discriminerend of haatzaaiend. Maar binnenkort staat Wilders opnieuw voor de rechter, nu om de ‘minder, minder’-spreekkoren over Marokkanen die hij zijn fans op de avond van de laatste gemeenteraadsverkiezingen liet uitroepen. Daar is hij volgens strafrechtgeleerde Theo de Roos wél een grens overgegaan. „Zijn eerdere uitlatingen richtten zich tegen instituties van de islam, niet tegen mensen of groepen. Hoe beledigend het ook ervaren kan worden, dat is volgens de wet een cruciaal begrip. Het verschil is dat hij nu zijn aanval niet heeft gericht op Mohammed of de Koran, maar op Marokkanen; een etnische groepering waartegen hij haat zaait. Daarnaast zei hij minder Marokkanen te gaan ‘regelen’, daar gaat iets dreigends, opruiends van uit.” De kans op een veroordeling lijkt deze keer dus groter.

Was dit een uitzondering, of is Wilders in de loop der jaren ook radicaler geworden? Daar denken deskundigen verschillend over.

Volgens politiek socioloog Matthijs Rooduijn van de Universiteit van Amsterdam is Wilders „geradicaliseerd”. „Toen hij nog bij de VVD zat, was hij conservatief-liberaal, inmiddels is hij een rechts-radicale populist. Hij is negatiever over buitenlanders, nationalistischer, eurosceptischer en populistischer in zijn idee dat ‘het volk wordt uitgebuit door de elite’.” Op sociaal-economische onderwerpen is Wilders juist naar links opgeschoven. Waar hij in zijn ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ nog pleitte voor forse belastingverlagingen, een kleine overheid en een vlaktaks met hypotheekrenteaftrek, profileert hij zich nu als de hoeder van de verzorgingsstaat. Op het terrein van sociale zekerheid, pensioenen en zorg concurreert hij met de SP.

Niet extreem, wel radicaal

Wilders wordt buiten Nederland als extreem-rechts beschouwd, ook gezien zijn samenwerking met partijen als Front National, Vlaams Belang, de Oostenrijkse FPÖ en Lega Nord uit Italië. Maar in de Nederlandse context is die kwalificatie vrijwel verdwenen. „Dat komt zeker niet omdat Wilders zijn standpunten gematigd heeft, maar omdat we anders over zijn gedachtegoed praten”, zegt Rooduijn. „Steeds meer politicologen en onderzoekers zeggen dat hij niet extreem-rechts is, want hij plaatst zich niet buiten de parlementaire orde, zoals bijvoorbeeld de Gouden Dageraad in Griekenland. Hij is radicaal-rechts, niet extreem-rechts. Een klein, maar belangrijk onderscheid. Ook politici zijn voorzichtig met hem fascistisch noemen, want als iemand hem wel zo wegzet, werkt het meestal meer tegen die persoon, dan tegen Wilders.” Inhoudelijk verschilt Wilders volgens Rooduijn weinig van zijn geestverwanten elders in Europa. „Zijn stijl is wel anders, polariserender en met heftiger taalgebruik.”

Carla Hoetink nuanceert dat Wilders geradicaliseerd is. „In 2006 had hij het ook al over een ‘tsunami van islamisering’. Zijn uitspraken worden wel extremer, maar met zijn stijl die volledig gericht is op expressiviteit en emotie moet hij steeds de volgende overtreffende trap vinden. Zijn succes is gebaseerd op zijn retorische kwaliteiten en taalvaardigheid.” Niemand weet de politiek zo tot slogans en kreten te reduceren als Wilders, en „kopvoddentaks” en „bedrijfspoedel” maken meer indruk dan nuances. „Hij leeft van hoe de media zijn uitspraken oppakken en hoe anderen erop reageren. Zijn standpunten zijn vrij consistent, maar de verpakking wordt steeds schreeuweriger”, aldus Hoetink.

Op de ‘minder minder’-actie na lijkt Wilders zelf beter dan wie ook te weten waar de grenzen aan de vrijheid van meningsuiting liggen. Zijn oproep tot „verzet” bedoelt hij „geweldloos en democratisch” en hij koos bewust het woord revolte in plaats van revolutie – een opstand in plaats van een omwenteling. Maar tegelijkertijd schuiven door Wilders’ uitspraken de grenzen aan wat als betamelijk en acceptabel beschouwd wordt ook op. Hij profiteert daarin vooral van Pim Fortuyn, die eigenhandig de politieke correctheid afbrak.

Hoetink: „In de tijd van Janmaat – die werd vervolgd en veroordeeld voor uitspraken die we nu normaal zijn gaan vinden – was artikel 1 van de Grondwet heilig. De bescherming tegen discriminatie werd belangrijker gevonden dan de vrijheid van meningsuiting. Dat is sinds de uitspraken van Fortuyn en vooral sinds zijn dood omgekeerd.”

Taboe doorbroken

Dat ziet Theo de Roos ook. „Het taboe op het benoemen van etniciteit is door Fortuyn doorbroken. De rechtspraak is gevoelig voor wat er in de maatschappij gebeurt en gaat daarin mee. De wet is niet veranderd, maar de interpretatie ervan wel.”

Volgens Matthijs Rooduijn zijn „de grenzen gigantisch opgeschoven en het lukt Wilders steeds ze een beetje verder op te rekken. Hij duwt de hele tijd tegen het randje van wat kan en mag, maar dat randje beweegt ook mee. Bij ‘minder minder’ zag je niet alleen dat hij strafrechtelijk een grens over ging, maar ook dat PVV’ers opstapten en Rutte zei dat hij niet meer met Wilders zal samenwerken. Dat had grote impact.”

Hoetink ziet „geen objectieve maatstaf. Het is een kwestie van normbesef, uiteindelijk bepaalt het electoraat of wat Wilders zegt acceptabel en wenselijk is.”