Het taaie verzet tegen de paus

Paus Franciscus wilde orde op zaken stellen binnen het Vaticaan. Lees over de schandalen en de weerstand tegen hervormingen in het boek van Gianluigi Nuzzi, de man achter de Vatileaks-affaire.

Muurschildering in Rome van Paus Franciscus als Superman, gemaakt door de kunstenaar Maupal. Foto AFP/Tiziana Fabi

Bijna drie jaar geleden stapte een vrijwel onbekende man met een vriendelijk buonasera het hoofdbalkon van de Sint Pieter op. Habemus papam. Hij noemt zich Franciscus, naar de 13de-eeuwse heilige uit Assisi die wordt vereerd als vriend van de armen en die in een droom van God te horen kreeg: ‘Ga, Franciscus, repareer mijn huis, want je ziet dat het op instorten staat’.

De Franciscus uit Buenos Aires kreeg in de debatten kort vóór het conclaaf van veel van zijn collega-kardinalen een vergelijkbare opdracht mee. Het bestuursapparaat van de katholieke kerk was toe aan een grote schoonmaak. Een stroom schandalen en schandaaltjes had dat duidelijk gemaakt. Maar de weerstand binnen de Romeinse curie was groot. Zo groot, dat Franciscus’ voorganger Benedictus XVI, meer theoloog dan bestuurder, gefrustreerd en moedeloos het ongekende besluit nam om af te treden als paus, in de hoop dat zijn opvolger meer succes zou hebben. Zo begon wat de Italiaanse journalist Gianluigi Nuzzi omschrijft als ‘een oorlog achter gesloten deuren’. Machtige tegenstanders van Franciscus hebben zich ingegraven voor een soort loopgravenstrijd ‘zonder regels of beperkingen’.

Nuzzi was in 2012 de man achter de Vatileaks-affaire. Op basis van een aantal uitgelekte documenten schetste hij een gedetailleerde beeld van de sfeer van intriges en verdachtmakingen binnen het Vaticaan. Hij kon zich daarbij ook baseren op persoonlijke post voor de paus. Ongehoord. Wie had daar gelekt? De butler had het gedaan, zo bleek al snel, Paolo Gabriele, de persoonlijke assistent van de paus.

Gabriele ‘wilde de ongelooflijke moeilijkheden waar de Heilige Vader iedere dag voor staat, openbaar maken’, schrijft Nuzzi terloops in zijn nieuwe boek, De kruistocht. Kennelijk is Gabriele voor anderen een voorbeeld geweest, want Nuzzi heeft nog veel meer interne informatie vanuit het Vaticaan gekregen. Tot aan een geluidsopname toe van een cruciale bijeenkomst vier maanden na zijn verkiezing tot paus, waarop Franciscus in niet mis te verstane bewoordingen duidelijk maakt dat hij financieel orde op zaken wil stellen.

In Italië is het boek vooral gelezen als een opeenstapeling van schandalen. Voor heiligverklaringen worden enorme bedragen gevraagd. Kardinalen wonen voor een prikje in luxueuze appartementen. Veel bestuurlijke afdelingen binnen het Vaticaan hebben zwarte kassen. Hoe het geld wordt besteed van de Sint-Pieterspenning, de giften aan Rome vanuit bisdommen uit heel de wereld, is volslagen onduidelijk. En – zoals elke inwoner van Rome weet – in de aparte winkels van het Vaticaan wordt gesjoemeld met benzinebonnen, medicijnen en sigaretten.

De paus wil overzicht over de geldstromen

Het Vaticaan heeft impliciet meegewerkt aan deze lezing door een proces te beginnen. Nuzzi en een andere journalist zijn samen met drie voormalige medewerkers van het Vaticaan aangeklaagd wegens de publicatie van vertrouwelijke interne documenten, die op een onwettige manier zouden zijn verkregen. Juristen geven het Vaticaan weinig kans, en de auteurs zijn wel geïrriteerd, maar ook dankbaar voor de extra aandacht.

Maar die schandalen zijn niet het belangrijkste in Kruistocht. Het boek is vooral een reconstructie van hoe Franciscus in zijn eerste jaar als paus probeert een overzicht te krijgen van de geldstromen binnen het Vaticaan. Er bestond al weinig twijfel over of dit nodig was, maar het onderzoek door de Romeinse justitie van monseigneur Nunzio Scarano, een accountant op een sleutelpositie bij de ASPA, een afdeling die gaat over het onroerend goed en investeringen, vormde voor Franciscus een extra prikkel. Scarano werd verdacht van witwassen via de bank van het Vaticaan, het Instituut voor Religieuze Werken (IOR). Tekenend voor de nieuwe wind is dat het Vaticaan volledige medewerking toezegde aan de Italiaanse justitie. Eind juni benoemde Franciscus een commissie die de bank van het Vaticaan, het Instituut voor Religieuze Werken (IOR), moest doorlichten.

Een week later was er een belangrijke bijeenkomst. Daar werd een brief besproken waarop twee van de vijf accountants die de boeken jaarlijks controleren, de paus wezen op het ‘gebrek aan transparantie’ op financieel gebied. Nuzzi heeft een geluidsopname van deze bijeenkomst. Hij beschrijft hoe Franciscus daar een donderspeech houdt, met lange stiltes om zijn woorden te onderstrepen: er moet financieel orde op zaken worden gesteld. Om te beginnen met een verbod op het aannemen van vriendjes en op het uitbetalen van onduidelijke rekeningen.

Maar de curie wil niet meewerken

Daarna benoemde hij een onderzoekscommissie, de Cosea. Acht mensen, onder wie maar één lid van de curie. Zij moesten in kaart brengen hoe de geldstromen lopen in en tussen de verschillende afdelingen van het Vaticaan.

De Cosea krijgt vergaande bevoegdheden, maar Nuzzi laat zien hoe ze heeft moeten vechten om medewerking te krijgen van de curie, het kerkelijke bestuursapparaat. Veel ideeën van de paus hierover zijn bekend. Iedereen heeft kunnen meeluisteren hoe Franciscus de afgelopen jaren heeft uitgehaald naar ‘prinsen’ van de kerk die leven in luxe en weelde. En hoe hij, in een vernietigende toespraak eind 2014, uithaalde naar de ‘geestelijke alzheimer’ en andere ‘ziektes’ binnen de curie. Veel minder bekend was hoe sleutelfiguren binnen de curie zich hebben verzet – om wanbeheer, corruptie, vriendjespolitiek te verbergen. Daar gaat Nuzzi’s boek over. Daarom doet de Nederlandse titel, De kruistocht, wat vreemd aan. Nuzzi schrijft niet zozeer over de strijd van de paus tegen financiële malversaties, maar meer over de weerstand tegen de paus. Het gaat eigenlijk over ‘de kooplui in de tempel’, de titel die de Engelse vertaling kreeg. Of over de ‘Kruisweg’ van de paus, waar de oorspronkelijke Italiaanse titel naar verwijst.

Nuzzi toont overtuigend hoe taai en geslepen het verzet is. Met twee kanttekeningen: hij beschrijft alleen de bestuurlijke kant van de hervormingsdrift van Franciscus. Zijn boek gaat niet over morele vraagstukken of het contrast tussen de officiële leer van de kerk en de pastorale barmhartigheid die Franciscus preekt. Bovendien baseert Nuzzi zich voornamelijk op informatie over en vanuit de Cosea – twee leden daarvan staan ook terecht in het proces. Die commissie is in mei 2014 opgeheven, overbodig geworden nadat Franciscus kort daarvoor als onderdeel van de bestuurlijke en financiële herstructurering van de bureaucratie een Secretariaat voor Economische Zaken had ingesteld. Dat kwam onder leiding van de Australische kardinaal George Pell.

Nuzzi’s boek stopt waar de echte hervormingen beginnen. Daarom kan hij zijn conclusie, dat er erg weinig terecht is gekomen van de hervormingen die Franciscus beoogt, niet hardmaken. Zoals gezegd is het geen boek over de paus, maar over zijn tegenstanders. Toch is het jammer dat Nuzzi er niet in slaagt een helder beeld te schetsen van Franciscus die als CEO van de katholieke kerk aan verandermanagement begint. De ene keer is de paus een harde bestuurder die binnenskamers tegen iemand kan zeggen: ‘Ik wil dat je morgen weg bent, dan zien we later wel waar naartoe.’ Het andere moment is hij een bedachtzame planner die nooit hard optreedt en geduldig afwacht tot de Italiaanse curiekardinalen die de harde kern vormen van zijn tegenstanders, met pensioen gaan. Maar één conclusie van Nuzzi blijft overeind na lezing van dit boek: ‘Franciscus had waarschijnlijk niet gedacht dat hij op zulk ingegraven en vasthoudend verzet zou stuiten.’

    • Marc Leijendekker