Opinie

Een plaspauze om van het gezeik af te zijn

Remko Vrijdag als Twan Huys in 'Cojones'(VARA).

Remko Vrijdag als Twan Huys in 'Cojones'(VARA).

Het bleef het hele weekeinde onrustig op Twitter en de weblogs over de uitzending van College Tour (NTR) van vrijdagavond. Een enkeling nam het op voor Twan Huys, die volgens een verklaring achteraf van de redactie slechts zijn journalistieke plicht had vervuld, maar de meesten kozen partij voor kunstenaar Daan Roosegaarde.

Die had na het vierde filmpje waarin bekenden van hem negatieve kanttekeningen bij zijn succes plaatsten zo genoeg van „dit gezeik” dat hij opstapte voor „een plaspauze”. Na 18 minuten keerde hij terug om Huys te verwijten dat het hem „alleen om de kijkcijfertjes te doen was, en „een flauwe manier om iets dat kwetsbaar is in een verkeerd daglicht te stellen.”

De druppel die de emmer deed overlopen was een hard verwijt van Bob Ursem, wetenschapper van TU Delft, dat Roosegaarde pronkte met andermans veren en nooit zelf iets bedacht had. Maar wat vooral opviel was het totale misverstand tussen de interviewer en de kunstenaar, die van verschillende planeten leken te komen.

Nota bene in zijn eigen Rotterdamse studio en ten overstaan van zijn eigen studenten kreeg Roosegaarde steeds opnieuw te horen dat hij buiten zijn schoenen liep, te veel met hotemetoten omging en alleen maar andermans ideeën uitvoerde. Hoe hij ook probeerde uit te leggen dat een kunstenaar niet alleen op een zolderkamertje geniaal zit te wezen, dat al zijn werk in teams ontstaat en voortborduurt op wat anderen bedacht hebben en dat hij niet houdt van negatief geneuzel, Huys bleef maar terugkomen met psychologische platitudes en vermeende misstanden.

Huys spuugt niet op een mooi kijkcijfer, maar ik denk dat de oorzaak van dit conflict eerder gezocht moet worden in ijdelheid en wat Huys zelf al eens omschreven heeft als zijn Limburgse Calimerocomplex. Als we dan toch gaan psychologiseren, dan noem ik graag het recente interview waarin hij zichzelf omschreef als voormalig „tweederangs havist”, of het tv-programma waarin hij ooit vertelde te zijn opgegroeid in een Peeldorp, waarvan het dialect in Venlo al niet meer verstaan werd.

Dat verklaart wellicht de obsessie met de groten der aarde en Joe Jork. In Cojones (VARA) deed Remko Vrijdag een treffende imitatie van „Koning Klets, King Ouwe Hoer” die in een slime battle naar complimenten zat te vissen bij Hillary Clinton en Vladimir Poetin.

Naast al dat geslijm, ook in het Correspondents Dinner, moet je af en toe ook eens je tanden laten zien, en dan leek zo'n hooghartig plagiërend kunstenaartje een makkelijke prooi.

Quod non. Ook parlementair redacteur Frits Wester had in Jinek nog nooit van die Roosegaarde gehoord. Wie was dat dan helemaal?

Het echte establishment (burgemeester Aboutaleb, de koninklijke familie) kent Roosegaarde maar al te goed. Het is de onverdraaglijke lichtheid van de tv-sterren die zichzelf voor gek zet.

Als Huys Roosegaarde verwijt een narcistische showfiguur te zijn die anderen nadoet, dan is dat een kwestie van pot en ketel. Hij moet uitkijken dat het niet negatief gaat afstralen op zijn positie als anchor van Nieuwsuur.