Commissie: Amsterdams stadsbestuur verwaarloosde financiën

Volgens de commissie was er sprake van “systeemfalen”. De politiek had te weinig interesse in financiën.

De drie Andreaskruisen van Amsterdam in de raadzaal van het stadhuis. Foto: Koen van Weel/ANP

Het Amsterdamse gemeentebestuur heeft de financiën van de stad jarenlang verwaarloosd. Dit kostte Amsterdam naar schatting enkele tientallen miljoenen euro’s per jaar. Dat is de belangrijkste conclusie van de commissie die de ‘financiële functie’ van de stad tussen 2002 en 2014 onderzocht en daarvoor duizenden stukken analyseerde en tientallen betrokkenen verhoorde.

Niet één persoon treft blaam, schrijft de commissie onder voorzitterschap van Marijke Shahsavari (CDA) in haar bijna 500 pagina’s tellende rapport. Er was in plaats daarvan sprake van systeemfalen: „Structureel en wijdverbreid onvoldoende presteren”. De politiek had, ondanks verschillende signalen over financiële problemen, te weinig interesse in financiën, waardoor ook de ambtenarij er weinig aandacht voor had.

Verbeterinitiatieven leidden niet tot resultaten, personeelsbeleid schoot tekort. Er was, en is, niet helder wie waar verantwoordelijk voor is. Het toezicht op en het functioneren van de financiële administratie is nog lang niet op orde. Bovendien is bij de gemeente sprake van „een grote mate van vrijblijvendheid” waardoor regels en afspraken niet worden nagekomen. Diensten stelden hun eigen belang voor het financiële belang.

Asscher

Toch spreekt de commissie harde woorden over de oud-wethouders van financiën, die onvoldoende geld en aandacht inzetten om de boekhouding van de gemeente te verbeteren.

Zo had de huidige vicepremier Lodewijk Asscher (wethouder van 2006 tot 2012) „een sterkere rol moeten spelen” in de pogingen om de administraties van de tientallen verschillende gemeentelijke diensten gelijk te trekken. Ook heeft hij „onvoldoende op verbeteringen” bij de Dienst Belastingen gestuurd – de dienst die in 2013 abusievelijk in totaal 188 miljoen euro in plaats van 1,88 miljoen overmaakte naar burgers. Hij bracht „de urgentie” van het verbeteren van de financiële functie „onvoldoende bij zijn collega-wethouders en de raad voor het voetlicht”, waardoor de financiën van de gemeente in zijn bestuursperiode gebrekkig bleven. Ook wethouders Dales (2002-2004) en Huffnagel (2004-2005) deden onvoldoende om de financiën op orde te krijgen.

De commissie doet de stad in het rapport vijftien aanbevelingen. Het bestuur zou de financiële huishouding prioriteit moeten geven. Er moet duidelijker worden wie waar verantwoordelijk voor is in de financiële functie van de gemeente. De wethouder van financiën moet zich vooral met financiën bezighouden. De raadsenquête is het zwaarste middel dat de raad kan inzetten. Amsterdam besloot hiertoe na een reeks gemeentelijke financiële blunders. Het onderzoek kost de stad 1,9 miljoen euro.