Cameron riskeert in eigen land alles

Analyse Verenigd Koninkrijk Nu Cameron een akkoord met de EU heeft, begint het eindspel, niet in de laatste plaats voor hemzelf. Gaan de Britten voor uittreden stemmen?

Boris Johnson, toen hij zondag zijn standpunt over de Brexit bekendmaakte. Foto Tim Ireland/AP

De toespraak was kort. Het referendum over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie zal op 23 juni worden gehouden, zei de premier. Hij verwees naar de veiligheid die samenwerking met de naaste buren bracht, en zei dat een vertrek uit de EU, een zogenoemde Brexit, een „sprong in het diepe” zou zijn. 

Niets verried dat met die woorden David Cameron zaterdag alles op het spel zette: zijn eigen toekomst, die van zijn partij, van de Britten in Europa en de wereld, en van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Want het is allerminst zeker dat met de „speciale status” die hij vrijdag op de EU-top voor de Britten kreeg, zij eind juni ook vóór Blijven kiezen. In de geaggregeerde peiling van WhatUKThinks is het verschil tussen blijven en vertrekken slechts 4 procent. Die minieme voorsprong kan zo verdwijnen door een goede campagne van het Brexit-kamp of door externe factoren; een stormloop op de eurotunnel bij Calais bijvoorbeeld, een nieuwe eurocrisis, of een voor de Britten ongunstig oordeel van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg.

Het feit dat Cameron niet wordt omringd door zijn hele kabinet en slechts door de helft van de Conservatieve Lagerhuisleden bemoeilijkt zijn boodschap dat lid blijven het beste is voor het land. Hij heeft een van zijn „beste en oudste vrienden”, minister van Justitie Michael Gove, niet kunnen overtuigen. Noch bijvoorbeeld de pragmatische staatssecretaris voor Energie Andrea Leadsom, de invloedrijke Graham Brady, voorzitter van de 1922-groep van Conservatieve Lagerhuisleden zonder regeringsfunctie, of Boris Johnson, de burgemeester van de meest pro-Europese stad van het land, Londen.

Ophouden met drammen

‘Europa’ is altijd Camerons zwakte geweest bij zijn partijmanagement. In 2009 beloofde hij dat de Conservatieven zouden „ophouden met doordrammen over de EU”. Aan die boodschap is nooit gehoor gegeven. Sterker nog: het Verenigd Koninkrijk is op het huidige punt aanbelandd omdat Cameron in 2013 de eurosceptische achterban wilde sussen met de belofte van een referendum.

Het gevolg is dat de spanning tussen Conservatieven onderling alleen maar zal toenemen naarmate de strijd vordert en verbitterd wordt. Het is onwaarschijnlijk dat de partij ongeschonden uit deze campagne komt, nu fundamentele verschillen in opvatting over de EU meer dan ooit bloot komen te liggen. Onderwijl moet het kabinet op andere terreinen eenheid zien te tonen. Dat is wellicht een luttele vier maanden vol te houden, maar niet nog vier jaar tot de verkiezingen van 2020, nadat ministers zullen zijn verdeeld in winnaars en verliezers. 

‘Europa’ is altijd Camerons zwakte geweest bij zijn partijmanagement

Cameron zegt partijleider te willen blijven. Maar zeker als het Brexit-kamp wint, zal hij moeten opstappen. En al beweert hij nu zelf het tegendeel, hij zal dan ook niet kunnen aanblijven als premier.

Een Brexit brengt het opbreken van het Verenigd Koninkrijk, twee jaar geleden nog voorkomen door een Schots ‘nee’ tegen onafhankelijkheid, namelijk dichterbij. Waar de Engelsen evenredig verdeeld zijn tussen blijvers en vertrekkers, is in Schotland (en Noord-Ierland) een ruime meerderheid van de kiezers voorstander van het EU-lidmaatschap.

Door hun aantal kunnen de 54,3 miljoen Engelse kiezers de 10,3 miljoen Kelten echter dwingen tegen hun wil uit de Europese Unie te stappen. De Schotse premier heeft al laten doorschemeren dan opnieuw een referendum over onafhankelijkheid te zullen houden. Andersom is ook mogelijk, al moeten de opkomstpercentages en voorstemmers in Schotland, Wales en Noord-Ierland uitzonderlijk hoog zijn om de Engelsen tegen hun zin in de EU te houden.

Blokken voor examen

Cameron heeft de afgelopen jaren bewezen dat hij kan winnen, als het er écht op aankomt. Hij is „goed in blokken voor een examen”, zeggen vriend en vijand. „Een houdini” die uit lastige situaties weet te ontsnappen, noemde een oud-minister hem ooit.

Weinigen dachten dat hij partijleider zou worden. Velen voorspelden dat de coalitieregering snel zou vallen. Sommigen geloofden dat hij Schotland zou wegjagen. Hijzelf geloofde niet dat hij de verkiezingen vorig jaar zou winnen – ’s avonds oefende hij naar verluidt de toespraak waarin hij zijn nederlaag erkende. Het winnen van het EU-referendum zou in dit rijtje kunnen passen.

    • Titia Ketelaar