Boymans heeft ’t gevoel weer: de ketchup komt los bij FC Utrecht

Na de eerste gaat ‘t vanzelf. De ‘flow’ van AZ-spits Vincent Janssen als inspiratie.

Fotoillustratie Ruben L. Oppenheimer

Dit was de Ruud Boymans zoals Willem II-coach Jurgen Streppel hem kent. „Duwend, trekkend. Hangend, wurgend. Tijdrekkend. Momenten kiezend. Scorend.” Mooie tijden hadden ze bij Willem II in het seizoen van promotie 2013/2014. Hij coach van het jaar, Boymans beste speler van de Jupiler League met 27 goals in 36 duels. Nu Boymans namens FC Utrecht Streppel dwarszit is er na afloop een dikke knuffel en een enkele schimpscheut. Streppel: „Man, volgens mij heb je drie minuten tijdgerekt en dertig ballen weggetrapt.”

Boymans lacht. FC Utrecht - Willem II (2-1) was een mismaakte wedstrijd waarbij de wind vrij spel had in de Galgenwaard, maar het kan hem niets schelen. Twee goals, wat wil je. Matchwinner. Samen met Utrechts topscorer ‘Seba’ Haller in de spits, knokken voor elke meter. Van oor tot oor loopt de grijns tussen de stoppels. Boymans (26) heeft weer ‘het gevoel’. Na een half uur: diepte zoeken, randje buitenspel, man uitkappen: 1-0. En vlak voor tijd: positie kiezen, compleet over de bal heen maaien, via je standbeen de bal weer voor je krijgen en binnenschuiven: 2-1. Boymans: „Het gaat niet altijd soepel. Maar ik kan snel schakelen en rustig blijven.”

Ketchupfles

Bij FC Utrecht liep hij negen uit negen vorig seizoen toen hij een enkelblessure opliep. „Elke kans was een goal. Daar hoop ik nu weer naar toe te leven.” Terugslag na terugslag had hij, tot hij in december – een jaar later dus – weer voor het eerst speelde tegen PEC Zwolle en scoorde. Nu, weken later: „Duels gaan beter, ik speel beter. Ik had er nog twee meer moeten maken.”

Dat ‘gevoel’, waar zit dat in? Boymans: „Je hebt gewoon een goal nodig. Ruud van Nistelrooij zei eens dat het werkt als een ketchupfles. Is echt zo. Je kunt zo hard schudden als je wil, en er komt niets. En dan ineens knalt het eruit en gaat het vanzelf. Als je die flow hebt moet je die vasthouden, zoals Vincent Janssen nu bij AZ.”

Op het veld gisteren in Utrecht stond iemand bij wie de ketchup al even vastzat in de flessenhals. Willem II-spits Bartholomew Ogbeche stond droog sinds hij eind januari overkwam van Cambuur. „Spitsen zijn geen machines, soms lukt het niet”, zei hij in VI. Bij zijn val na een charge van FC Utrecht-doelman Robbin Ruiter blesseerde Ogbeche zijn schouder zodanig dat hij niet verder kon. Maar voor hij uitviel, nam hij nog wel die zelfverdiende penalty. Toch die goal, daarna zeeg hij ineen van pijn.

Boymans is blij dat hij weer bij het gilde van goalgetters hoort. Vakbroeders Janssen (AZ), Lars Veldwijk (PEC Zwolle), zelfs Vincent Vermeij (De Graafschap) schieten met scherp. Ja, ze kijken naar elkaar, zegt Boymans, en op dit moment dus vooral naar Janssen die er negen in de laatste zeven duels maakte. Maar in de pikorde van de eredivisie staat PSV’er Luuk de Jong (17 goals) op eenzame hoogte. „Ik zet soms speciaal wedstrijden aan om te zien hoe De Jong voetbalt”, zei Janssen in VI. En allemaal bewonderen ze Klaas-Jan Huntelaar en Van Nistelrooij. Boymans: „Wat zij deden bij afronden, vrijlopen. In de eredivisie kan je daarmee net het verschil maken.”

Obsessief

Het zijn mannen van de getallen. Eén op één. Negen uit zeven. 27 uit 36. „Je moet oppassen dat ze daar niet obsessief in worden”, zegt Gertjan Verbeek, Boymans’ voormalig coach bij AZ. „Als je dan niet meer bezig bent vrij te lopen, om aanspeelbaar te zijn, verdedigers bezig te houden, dan houdt het op. Je moet ze overtuigen ook als teamspeler belangrijk te zijn. Dat scoren moet geen doel op zich worden. Bij Bas Dost [bij Heracles] vrat het missen van kansen echt aan zijn zelfvertrouwen.”

Verbeek weet waar hij het over heeft. Huntelaar, Afonso Alves, Dost, Jozy Altidore – hij had zo zijn toppers. Zijn geheim? „Ik ageer. Ik speel met druk op de helft van de tegenstander, veel via de zijkant. Als spits hoef je dan minder defensief werk te doen, en je staat in de omschakeling dichter op doel. Daarbij weten ze dat ze meer kansen krijgen per wedstrijd en dat neemt de druk weg bij ze als een keer missen. Dat is anders dan voor counterspitsen, die op één kans teren.”

Boymans bewaart geen beste herinneringen aan zijn AZ-tijd (2011-2013). Veel blessures, pittige concurrentie. Verbeek noemde hem ‘onredelijk’ toen hij meer speeltijd eiste, toen scheidden de wegen. Via NEC kwam hij uit bij Willem II. „Onder Streppel presteerde ik op de toppen van mijn kunnen. Ik had dat nodig om overtuigd te raken dat ik het een seizoen kon volhouden.” Daar kwam de Limburgse gevoelsjongen los met zijn ketchup. Nu moet de fles nog heel blijven.