‘Belangrijke stem over islam’ stopt met journalistieke werk

De Algerijnse schrijver Kamel Daoud (45) trekt zich terug uit het publieke debat na beticht te zijn van “islamofobie” en “koloniaal paternalisme”.

Algerijns schrijver Kamel Daoud Foto Ambo/Anthos

Hij was in nauwelijks een jaar tijd een van de belangrijkste nieuwe stemmen geworden in het debat over de islam en de Arabische wereld. Maar nu trekt de Algerijnse schrijver Kamel Daoud (45) zich terug. Nadat hij enkele weken geleden in Le Monde werd beticht van “islamofobie” en “koloniaal paternalisme”, liet hij afgelopen weekend weten zich nog slechts op de literatuur te storten en zijn journalistieke bijdragen te stoppen.

Daoud, al lang columnist bij de krant Quotidien d’Oran, brak in 2014 door met de roman Meursault, contre-enquête (in het Nederlands vertaald als Moussa of de dood van een Arabier), een antwoord aan Albert Camus. Hij geeft daarin de in Camus’ L’Étranger vermoorde Arabier een gezicht en een identiteit in het hedendaagse Algerije. Hij won er de Prix Goncourt du Premier Roman mee, de belangrijkste Franse literatuurprijs voor debutanten.

Recensie: Dit is geen wraak, maar een vloek

Keulen

In een opiniestuk in Le Monde, dat eerder in Italië en Zwitserland was gepubliceerd, legde hij eind januari een verband tussen de aan vluchtelingen toegeschreven handtastelijkheden in de Nieuwjaarsnacht in Keulen en de rol van de vrouw in de islam. Hij waarschuwde voor te snelle conclusies, maar ook voor “angélisme”: naïef optimisme.

“We moeten asiel aanbieden aan het lichaam”, schreef hij, “maar ook de ziel ervan overtuigen te veranderen.”

Lees ook het interview van Peter Vermaas met Kamel Daoud: ‘Je bent een vijand als je schrijft’

Volgens hem is de verhouding tot de vrouw de “Gordiaanse knoop” van de Arabische wereld.

“De vrouw wordt verloochend, afgewezen, gedood, verkracht, opgesloten en bezeten.”

Vluchtelingen komen naar het Westen op zoek naar vrijheid en het in Arabische landen onderdrukte vrouwenlichaam is daarvan het ultieme symbool.

Disciplinair project

Dat punt werkte hij later nog wat verder uit in The New York Times. Lang heeft het Westen het exotisme van de moslimwereld met “harems en buikdansen” als eigenaardigheid weten te waarderen, maar “nu met de laatste instroom van migranten uit het Midden-Oosten en Afrika, doet de pathologische relatie van sommige Arabische landen met vrouwen zijn intree in Europa”, schrijft hij.

De opmerkingen schoten een groep Franse wetenschappers in het verkeerde keelgat. ‘Kamel Daoud recyclet de meest sleetse westerse clichés’ stond er boven hun reactie die op 11 februari in Le Monde verscheen. Dat hij vindt dat vluchtelingen hun “ziel” moeten aanpassen is niet minder dan een “schandalig (…) disciplinair project”, dat doet herinneren aan de beruchte mission civilatrice uit de Franse koloniale tijd.

Fatwa

Daoud lag eerder onder vuur in eigen land, toen kort na het verschijnen van zijn roman een lokale geestelijke een fatwa over hem uitriep. Maar hoewel veel Franse intellectuelen hem toen uitnodigden in het vrijere Frankrijk te komen wonen, besloot hij gewoon in Oran te blijven. Dat nu juist een groep wetenschappers uit Frankrijk hem van islamofobie beticht noemt hij in zijn laatste column in de Algerijnse krant “immoreel”.

“Omdat ze niet in mijn huid leven, niet op mijn grond” vindt hij het “onredelijk zo niet schandalig dat enkelen me het vonnis islamofobie geven vanuit de veiligheid en het comfort van westerse hoofdsteden en hun terrasjes”.

De column, dit weekend overgenomen door Le Monde, is geschreven in de vorm van een brief aan de Amerikaanse journalist Adam Shatz, die Daoud uitgebreid portretteerde voor The New York Times. Hij had zijn vriend Daoud geschreven zich niet te kunnen voorstellen “dat je gelooft wat je hebt geschreven”. De ophef, antwoordde Daoud, bevestigt hem in zijn besluit om te stoppen met journalistiek en zich volledig op de literatuur te storten.

“Ik bespot niet de argumenten van de ander. Maar ik maak gebruik van mijn recht om vrij te zijn.”