Zonder pas, zonder pin. Zonder bank?

Samsung Pay en Apple Pay praten over hun introductie in Nederland. De mobiele telefoon vervangt de portemonnee. Hoe voorkomen banken dat ze zelf vervangen worden?

Illustraties studio nrc

‘U moet ’m wel boven het schermpje houden”, zegt de caissière bij het Utrechtse zwembad. En bliep, 4,75 euro contactloos afgerekend met een telefoon. Zonder pas, zonder pincode, zonder wachttijd – zo is het bijna leuk om te betalen.

Enkele tienduizenden Nederlanders gebruiken hun smartphone al als vervanging voor de bankpas. Waarschijnlijk worden het er dit jaar veel meer, als Samsung en Apple hun zin krijgen. Deze technologiebedrijven onderhandelen met de Nederlandse banken over de introductie van hun betaalsystemen.

Nederland is er klaar voor, zegt Billy Wright van Samsung Europa. De Brit is verantwoordelijk voor betaaldienst Samsung Pay. „We willen dit jaar in vier tot zes Europese landen uitbreiden en daar hoort Nederland bij.”

Samsung onderhandelt ook met bijvoorbeeld NS om de ov-chipkaart te kunnen toevoegen aan de digitale portemonnee. Consumenten kunnen hun pasjes thuislaten en hebben genoeg aan hun telefoon. 125.000 van de 325.000 pinautomaten in Nederland accepteren nu contactloze betalingen en dat aantal stijgt snel.

In tegenstelling tot Apple vraagt Samsung geen deel van de transactiekosten – vooralsnog. Waar verdient het bedrijf dan aan? Wright: „Samsung Pay is de basis van extra diensten die we op onze telefoons aanbieden.” Zo hoopt het bedrijf de neergang in de smartphonemarkt te keren. De prijzen van telefoons dalen, de concurrentie uit China groeit. Een digitale portemonnee lijkt de perfecte manier om consumenten aan het merk te binden, zodat ze in de toekomst weer kiezen voor een Galaxy-telefoon.

Als klanten hun bankpas aan je toevertrouwen, zullen ze ook makkelijker andere diensten afnemen, is het idee. Samsung bouwde ooit een eigen muziekdienst en een eigen chatnetwerk, maar trok daar wegens gebrek aan succes de stekker uit.

Op het Mobile World Congres, ’s werelds grootste telecombeurs die dit weekeinde in Barcelona begint, is betalen met je mobiel een van de hoofdthema’s. Niet alleen telefoonfabrikanten, ook mobiele aanbieders, sociale netwerken, betaaldiensten als PayPal en de creditcardmaatschappijen zien de telefoon als de vervanging van de portemonnee.

Ondertussen breiden Nederlandse banken hun eigen betaal-apps uit. Klanten van ING en Rabobank kunnen met een Android-telefoon contactloos betalen, zonder bankpas.

ING telde 50.000 downloads van de betaal-app die in december geïntroduceerd werd, volgens Rabobank gebruiken ruim tienduizend mensen de Mobile Wallet. Die is binnenkort ook geschikt voor klanten met een KPN-sim in hun toestel.

Verwarrend, al die verschillende apps

Wat kan er nu allemaal? Voor een consument kan het verwarrend zijn, al die verschillende apps die hetzelfde doen (namelijk: betalen).

Contactloos betalen in Nederland werkt alleen met Android-telefoons, niet met iPhones. De reden: Apple geeft de zogeheten NFC-chip (nodig voor contactloze betalingen) niet vrij.

Banken en creditcardmaatschappijen moeten dus Apple Pay gebruiken als ze willen dat hun klanten contactloos met een iPhone betalen. Met 20 procent marktaandeel in Nederland is de iPhone te groot om te negeren. Bovendien is het een prijzig toestel, dat voornamelijk gekocht wordt door kapitaalkrachtige klanten – voor banken extra interessant dus.

Apple Pay werkt in de VS, Canada, het Verenigd Koninkrijk en sinds deze week ook in China. De Nederlandse banken onderhandelen over Apple Pay, maar dat is een moeizaam proces. Banken moeten een gedeelte van de transactiekosten afstaan. Winkeliers of consumenten betalen niks extra – Apple Pay wordt betaald uit de interchange fee, het bedrag dat de bank van de verkoper betaalt aan de bank van de koper.

Apple zou in theorie miljarden kunnen verdienen met die paar basispunten. Voor betalingen met creditcards vraagt Apple 0,15 procent; bij debetkaarten is dat lager. Toch doet elke afdracht aan Apple pijn. Banken maken geen winst op pintransacties. Gijs Boudewijn van Betaalvereniging Nederland: „Ze lijden doorgaans licht verlies bij elke transactie, maar besparen uiteindelijk toch omdat verwerking van contant geld nog veel duurder is.”

De onderliggende techniek van de verschillende contactloze betaalmethodes is hetzelfde: informatie die normaal gesproken op de chip van de betaalpas staat, wordt bewaard in een beveiligd gedeelte van de telefoon. Europay, Mastercard en Visa (EMV) bedachten deze standaard.

Na het invoeren van een pincode of herkenning van een vingerafdruk stuurt de betaalapp een token: een tijdelijk wachtwoord waarmee de transactie wordt goedgekeurd. Dat wachtwoord wordt verzonden via NFC (nearfield communication chip) naar de pinterminal. NFC kan verwerkt zitten in het toestel, in de simkaart of in een sticker op de telefoonhoes.

Er zijn wat verschillen: met Samsung Pay kun je contactloos betalen bij kassa’s met een magneetstrip, maar dat werkt in Nederland niet – de magneetstrip is hier al lang verbannen. Met Apple Pay kun je ook betalen met een Apple Watch. Daarvoor moet je het horloge wel om hebben.

Er zitten nadelen aan betalen met je mobiel. Het werkt niet per se sneller. En is de accu van je telefoon leeg, dan zit je mobiele portemonnee op slot.

Een voordeel van mobiel betalen is wel dat het in principe veiliger is dan een contactloze bankkaart. Er moet vaak een extra handeling uitgevoerd worden om een tijdelijk token te genereren. Terwijl je zo’n contactloze bankkaart – waarvan er nu 15 miljoen in Nederland in omloop zijn – alleen maar even – bliep! – bij de terminal hoeft te houden om een bedrag tot 25 euro over te maken (maximaal 50 euro per dag zonder pincode). Je loopt met een contactloze pas ook het risico contactloos ‘geskimd’ te worden: iemand die in een drukke trein stiekem een mobiele pinterminal bij je jas of tas houdt. Bliep.

De beste overmaak-app wint

Betalen met een smartphone went snel. De telefoon, en niet de portemonnee, is het centrale punt in het leven van de gemiddelde consument. De banken merken dat al, door de populariteit van hun mobiele bank-apps. Voor alle duidelijkheid: dat zijn de programma’s waarmee je geld kunt overboeken en je saldo kunt checken. Je kunt er dus niet mee betalen in de winkel.

Uit recente cijfers van onderzoeksbureau Telecompaper blijkt dat de ING-app op 3,5 miljoen telefoons staat (Rabobank 3 miljoen, ABN Amro 1,9 miljoen). Rabobank zegt dat er nu meer transacties mobiel gedaan worden dan via internetbankieren op de computer. „Meer dan een miljoen Rabo-klanten gebruiken alleen hun mobiel”, zegt René Steenvoorden, verantwoordelijk voor ICT en innovatie bij de Rabobank.

Het luistert nauw, die apps. Ooit bleef je bij de bank waar je ouders een spaarbankboekje voor je openden. De nieuwe generatie bankklanten kiest hun bank bij hun telefoon, in plaats van andersom. Rentetarieven doen er weinig toe, gebruiksgemak des te meer. Vandaar dat Rabobank zo onaangenaam verrast was door kritische reacties op de nieuw vormgegeven versie van de Rabo-app. Steenvoorden noemt het een „leerzaam proces”: „Mensen vinden verandering vaak lastig maar we gaan de app verbeteren – suggesties van klanten nemen we mee.”

Banken veranderen in techbedrijven, zegt Van Steenvoorden. Het is wel moeilijk om nieuwe toepassingen binnenshuis te ontwerpen, dus steunt Rabobank eigen medewerkers en jonge bedrijven die financiële software ontwikkelen onder een andere merknaam. Het gaat bijvoorbeeld om administratiesoftware voor zzp’ers en een betaal-app voor groepen. Heeft zo’n app succes, dan kan die alsnog onder de Rabo-vlag verschijnen, zegt Van Steenvoorden.

Meer tech, minder bank

Banken mogen dan in techbedrijven veranderen, andersom is het ook waar: techbedrijven nemen de rol van banken over.

Nieuwe apps maken onderlinge betalingen tussen individuen mogelijk, zonder dat er een traditionele overboeking nodig is. Chatnetwerken (WeChat, Snapchat, Facebook Messenger) storten zich ook op de betaalmarkt. Vanaf 2019 zullen ze gebruik kunnen maken van de nieuwe Instant Payment-infrastructuur: het duurt dan geen werkdag meer voordat betalingen verwerkt zijn. Elke transactie, tussen wie dan ook, is meteen geregeld.

Softwarebedrijven azen op de lichtere vergunningen die de nieuwe Europese betaalwet mogelijk maakt. Geen vergunning om kredieten te verstrekken, zoals een echte bank. Wel een mogelijkheid om transacties te analyseren en te presenteren in overzichtelijke diagrammen. Zulke account information service providers nemen, stukje bij beetje, de rol over van de traditionele bank.

Willen banken relevant blijven, dan moeten ze het rechtstreekse contact met hun klanten behouden. Gijs Boudewijn van Betaalvereniging Nederland schetst het nachtmerriescenario van een bank die nog wel het saldo op een slapende rekening bewaart, maar geen zicht heeft op de ‘actie’. Betalingen, rekeningoverzichten, aanbiedingen op maat, worden verzorgd door andere apps. Het klantencontact is tot een minimum teruggebracht.

Banken verliezen zo niet alleen het monopolie op de betaalmarkt, ze lopen de kans onzichtbaar te worden. Je kunt het vergelijken met de telecomsector, die ondermijnd werd door de komst van WhatsApp. Opeens was er een app die belminuten en sms-bundels overbodig maakte. De telecombranche is daar niet per se slechter van geworden: we gebruiken onze telefoons immers intensiever dan ooit.

Dat staat de financiële wereld ook te wachten. Door het toelaten van nieuwe concurrenten, het verlenen van lichtere vergunningen en een flexibel direct-betalen-systeem zal het betalingsverkeer er alleen maar drukker op worden.

Voor banken geldt: hun eigen taartpunt mag dan kleiner worden, de totale taart wordt groter. Het is de kunst voor banken om diensten en apps te bedenken die van die ontwikkeling profiteren.

„De tijd dat banken hun eigen systemen helemaal dicht konden houden is voorbij”, geeft René Steenvoorden van de Rabobank toe. Maar hij denkt wel dat de traditionele banken nog altijd het meeste vertrouwen van de consument genieten – ondanks alle negatieve verhalen over de financiële sector.

Maar dat vertrouwen heeft een keerzijde, zegt Gijs Boudewijn: „Consumenten willen dat banken extra voorzichtig met hun gebruikersdata omgaan.”

Het is een rare spagaat. We delen makkelijk gegevens met Facebook of Google, maar accepteren dezelfde nieuwsgierigheid niet van onze bank. Dat maakt het voor Rabo en ING nog moeilijker om te concurreren met de technologiebedrijven die zich op onze digitale portemonnee storten.

    • Marc Hijink