Zonder liefde geen verandering

Jongeren op het Wibautcollege in Amsterdam nemen de straat mee de klas in. Hun mentor, Younes el Kaci, schrikt niet van extreme en ongenuanceerde ideeën.

Het Wibautcollege in Amsterdam. Foto Olivier Middendorp

Volgende week, zegt Younes el Kaci tegen zijn klas in Amsterdam-West, gaan we iets leuks doen. „Zwemmen?” roept Kevin (18). El Kaci: „Nee, we gaan naar een voorstelling.”

Kevin: „Dan blijf ik thuis.”

„De voorstelling is onder schooltijd en is verplicht”, gaat de docent verder. „Het heet jihad.”

„Ji-wat?” roept iemand.

„Ji-haat”, roept Kevin.

„Jihad!” antwoordt Umar.

„Wie weet wat dat is, jihad?” vraagt El Kaci terwijl hij het woord op het bord schrijft.

„Iets met moslims”, gokt Nelly (21).

„Iets met haat”, roept Kevin.

Umar (20): „Je hebt innerlijke jihad, die zit in jezelf. En een een uiterlijke jihad. Dat is als je land wordt aangevallen.”

„Dat zeg je mooi, Umar!” zegt El Kaci.

Het is onrustig in de mbo-klas van Younes el Kaci (25). Er zit een journalist in de klas. En Souhaila is er weer. Dat zorgt ook voor opwinding. Twee weken was ze ziek, maar net kwam ze de klas in. Ze geeft haar klasgenoten een boks. „Ga nou níet naast Kevin zitten”, zegt El Kaci. „Die moet zich concentreren.”

Het mag onrustig zijn, het is veel rustiger dan anderhalf jaar geleden, toen deze leerlingen binnenkwamen op mbo-niveau 2 van ROC TOP. Jongeren van 16 tot 23 jaar, die de straat meenemen als ze de school ingaan.

Het Wibautcollege (met niveau 1 en 2) is een onderdeel van ROC TOP (tien kleinschalige mbo-locaties in Amsterdam en Almere).

Younes el Kaci trekt de muts van het hoofd van Marlon (19). Maar als Marlon een pet uit zijn sporttas haalt en opzet, laat hij hem begaan. „Je kan het onbeschoft vinden, een pet op of jas aan in de klas”, zegt hij later. „Maar als die Woolrich-jas het enige is wat je hebt? Als die pet of jas je veiligheid biedt of status?”

Younes el Kaci is mentor. Niet een uurtje per week, maar elke dag. Het Wibautcollege heeft kleine klassen en extra begeleiding. El Kaci is ook een vriend. En een strenge vader. En leraar rekenvaardigheid en administratie. Hij maant zijn leerlingen hun stageverslag te schrijven. Leert ze dat je iemand aankijkt als je groet. En hij belt in het weekend met een jongen met zelfmoordneigingen. Hij schrikt niet van extreme of ongenuanceerde ideeën en gedrag. Dat hoort bij jonge mensen, en zeker bij zijn leerlingen. Het gaat niet alleen om radicale geloofsopvattingen. Daarover gaat het vooral in de media. El Kaci ziet allerlei uitersten: hard straatgedrag, agressie, tienermoeders – twee meisjes uit zijn klas zijn met zwangerschapsverlof – ongezond eten, ’s nachts leven, criminele schnabbels, depressies.

‘Heeft het nou met moslims te maken?’

Het is niet zo gek allemaal als je moeder aan de fles is, of als je geen thuis hebt, of als je vader hard werkt maar nooit met je praat. Veel van de leerlingen van het Wibautcollege hebben zichzelf opgevoed. Dat is geen opvoeding vol medeleven met de ander, maar vooral voor jezelf zorgen. Dat leven kan een kloof vormen tussen leerling en docent, zegt El Kaci. „Maar het hoeft niet. Je moet alleen niet boven hen maar náást hen gaan staan.” Trouwens, er zijn ook wel leerlingen die uit een warm nest komen maar die autistisch zijn, verslaafd of depressief. Ze hebben gemeen, zegt Younes el Kaci, dat ze zich miskend en niet gehoord voelen. „Dus zeggen we: wat fijn dat je er bent. We winnen vertrouwen, geven aandacht en liefde, bouwen aan een relatie. Pas dan kan je dingen veranderen.”

Handen geven, volwassenen met u aanspreken. Maar ook discussiëren over ideeën, naar elkaar leren luisteren. Zoals nu, terwijl ze praten over de jihadvoorstelling. El Kaci tegen Mohammed: „Stop met op je telefoon kijken, Mohammed. Heb respect voor elkaar. Wat komt er bij jou op als je denkt aan jihad?”

Mohammed (20): „Bij mij komt helemaal niets op.”

„Heeft het nou met moslims te maken?” vraagt Nelly.

Ja, zegt Umar. „De jihad met het zwaard vinden veel mensen het belangrijkste, maar voor de innerlijke jihad krijg je meer punten.”

Souhaila: „Heb je dat zelf bedacht?”

Younes: „Punten? Wat voor punten?”

Umar: „Punten in de hemel!”

De leraar: „Ik zie jihad vooral als een innerlijke strijd. Bijvoorbeeld: je loopt op straat en ziet iemand die bedelt. Een stemmetje zegt: geef die man wat geld. Een ander stemmetje zegt: daar gaat hij vast drugs mee kopen.”

Tegen Nelly: „Niet-moslims kennen dat ook, maar die noemen het anders.”

Maar nu even iets anders, zegt El Kaci. „Stel, op een dag kom ik binnen in een djellaba, en ik heb een baard. Ik geef Souhaila, Nelly en Riley geen hand. Ben ik dan geradicaliseerd?”

Kevin: „U moet het zelf weten hoor, of u een baard laat staan.”

Het gaat er niet om hoe je eruit ziet, zegt El Kaci, „het gaat erom wat je denkt en wat je doet. Het is belangrijk dat je goed nadenkt over je ideeën. En dat je luistert naar mensen met andere ideeën.”

Hij vraagt wie er wel eens naar het nieuws kijkt of luistert. „Ik niet hoor”, zegt Kevin. „Alles is altijd alleen maar slecht. Oorlogen, doden, rotweer.”

Ik wel, zegt Marlon. „Ik wil weten wat er gebeurt. Daar word je slimmer van.”

Umar: „Ik kijk alleen Turks nieuws.”

„Kijk naar zoveel mogelijk zenders”, zegt de docent. „Dan hoor je alles van verschillende kanten.”

Younes el Kaci studeerde bedrijfseconomie en werkte in het bedrijfsleven. Hij heeft geen spijt van de overstap, zegt hij als de leerlingen de klas uit zijn. Het lukt niet altijd, daarover is hij eerlijk. Maar voor elke leerling die hij erbij kan houden, is een wereld gewonnen.