Wie pakt alle pakjes aan?

Mensen bestellen veel op internet en het aantal pakjes is dus toegenomen. Maar wie is er thuis om ze aan te nemen? Sjaan. Of Rob. Of Huub.

Foto ANP, bewerking fotodienst nrc

Tegen Kerst stonden er wel twaalf pakketjes in de flat van Sjaan. Kleine pakketjes, grote pakketten, een kerstpakket, de hele gang stond vol. Heerlijk!

Dat betekent dat ál die eigenaren bij haar zullen aanbellen! En een praatje zullen maken! Nou ja, sommigen dan, want veel mensen hebben tegenwoordig haast, dat is jammer, maar alleen aanbellen is ook al leuk. Zo kent Sjaan alle bewoners, ook van de derde en de vierde, en weet ze precies wie wanneer op vakantie is.

Sjaan Vrijland, 77 jaar, is het vaste laatste adres in haar flat voor de pakketbezorger van PostNL. En voor die van DHL, sinds die van de PostNL-man over Sjaan hoorde. Vrijwel elke dag belanden alle onafgeleverde pakketjes in de gang van haar appartement op de twaalfde verdieping van Residentie Over de Vesten in Schiedam. Die telt 99 appartementen. ’s Avonds tot negen uur, en niet later, mogen buren aanbellen om hun pakketje te vorderen.

Ze wil daar beslist niks voor hebben, ook geen bloemen. „Je moet niet overal iets voor willen krijgen.” Dat kerstpakket in de gang, dat werd maar niet opgehaald. Ze deed een briefje door de deur. Belde de buurman dat ze het mocht houden, hij ging toch op reis. Sjaan: „Hij werkt bij het Erasmus, er zaten allemaal van die gezonde dingen in. Sinaasappelsap enzo. En van die kopjes waar je drank warm in blijft. Ik heb het allemaal gelijk doorgeschoven, ik hoef het niet te hebben. Dan voel ik me bezwaard.”

Vindt ze het niet vervelend, die bel, en de hele tijd naar de deur moeten?

„Vervelend? Ben je mal!” En ze vindt het ook niet erg als zij de buren moet attenderen op een pakketje. Of dat er soms een pakket ter grootte van een wasautomaat wordt afgeleverd. Of dat de buren onder etenstijd bij haar zus op de tiende aanbellen. Die weten dat Sjaan daar elke avond eet. Dan loopt ze even mee naar de twaalfde en gaat ze daarna weer terug. Nou ja, lópen. Haar knieën zijn wel heel slecht, maar dat komt omdat ze allergisch is voor dokters.

Ze is, na bijna 51 jaar huwelijk, vier jaar weduwe en ze is gewoon heel sociaal. Wat ook helpt is dat de bezorger zo’n leuke knul is. Een echte charmeur, Surinaams ofzo, die altijd een beetje plagerig ‘nou, schat, bedankt’ zegt en heel beleefd is tegen iedereen.

Een maatschappij is een spinnenweb dat elke dag opnieuw geweven wordt, elke dag een beetje anders. De draden verschuiven, het midden hangt niet op dezelfde plek.

Nog niet zo lang geleden waren de pastoor en de vroedvrouw, de caissière en de pedicure het stralende middelpunt van dat web. De grote online retailers van nu, met hun bestelsites en bezorgers, weven dat web weer opnieuw. Ze creëren ongevraagd nieuwe knooppunten. En dat zijn niet de tweeverdieners die hun week stroomlijnen met Albert, Zalando en Bol.

Gewoon Rob

Het zijn de werklozen en de arbeidsongeschikten. De hoogzwangeren, de pas-bevallenen, de thuisblijfmoeders. De zzp’ers en de bejaarden, de zieken en hun mantelzorgers. De studenten en de nachtwerkers. Die krijgen de pakjes in hun gang en de buren aan hun deur. Zij zijn de nieuwe hotspots.

De nieuwe spil heet Sjaan. Of Rob, „gewoon Rob”, bijna 60, uit Den Haag. Rob heeft ook een vaste bezorger, Hawkar van Irakese afkomst. Hawkar heeft net „vier van de vijf pakketjes bij Rob kunnen afgooien” voor de Herderinnestraat. Erg fijn, want hij rijdt als zelfstandige voor PostNL. Dan is de regel: als je je pakje niet kwijt kunt, moet je het nog een keer proberen. En als het dan nog niet lukt, moet je terug naar het depot. Dan krijg je maar 16 cent in plaats van 1,30 of 1,40 voor dat pakje.

Dat is niet alleen onrendabel, het is ook heel demotiverend, vindt Hawkar. Hij bezorgt wel eens in een wijk naast het centrum van Den Haag waar veel Bulgaren en Polen en studenten wonen en die willen nooit iets voor elkaar aannemen. „Dan wordt je bus steeds voller in plaats van leger en denk je halverwege de dag: wat ben ik aan het doen?”

Hawkar is altijd op zoek naar iemand als Rob, maar dat lukt lang niet overal. Hij durft het niet uit zichzelf te vragen. Maar Rob had het na een paar keer zelf aangeboden: je kunt de pakjes wel bij mij kwijt. „Rob is fantastisch.” Nu plant hij zijn route erop in en neemt hij vijf minuutjes extra om bij Rob te zitten voor een praatje, want die zit toch altijd buiten op de stoep. Hij heeft Rob laatst verteld over zijn trouwdag. Alleen lastig dat voor zoveel pakjes tegenwoordig getekend moet worden. Zelfs voor een modem van Ziggo, waar slaat dat op? Aangetekende post mag zelfs Rob niet aannemen.

Zorgt de pakjesregen die het webwinkelen over de woonwijken uitstort voor nieuwe hotspots? Of waren de Sjaans en de Robs dat altijd al?

Rob wel. Rob zit na 45 jaar timmeren in de WW en is vrijwel altijd thuis. Hij is een soort buurtwacht. Hij bemiddelt bij ruzies, buren melden hem wanneer ze op vakantie gaan. En omdat hij een camera voor z’n deur heeft hangen, heeft hij volledig zicht op de gebeurtenissen in de straat. Vindt de politie ook handig. „Als er nieuwe mensen in de straat komen, zeg ik: als er iets is, tik je maar tegen het raam.” Die pakjes aannemen, van PostNL, DHL, DPD, dat is geen moeite, zegt hij. Hij doet het voor zijn buren en voor Hawkar, want die is aardig en beleefd.

Maar soms ontstaan er ook nieuwe sleutelfiguren. De contactgestoorde vrouw in de straat die opeens alle buren aan haar deur krijgt, de chagrijnige onderbuurman die wél behulpzaam blijkt. Toen een verder niet bijzonder opvallende meneer De Bruin overleed, liep plots de hele pakjesdistributie in de Claes de Vrieselaan in Rotterdam mis.

Lieve postbode

Er zijn ook mensen die de pakjes een plaag vinden. Zzp’ers die gewoon willen wérken overdag. Mensen die niet telkens naar de deur willen lopen, niet telkens naar de deur kunnen lopen. Die net een baby hebben gekregen en willen slapen. Die de pech hebben om op de begane grond te wonen. En soms wordt het gewoon te gek. Bij het Slaapbankencentrum in Rotterdam kwamen op den duur de onbezorgde pakjes voor de hele Goudsesingel.

Die mensen hebben zo hun verdedigingsmechanismen. Ze zetten de bel of de intercom uit. Ze hangen A4-tjes op het raam met „lieve postbode, ik heb net een baby”, of gewoon: „ik neem geen pakjes aan”.

Kil ja. Maar ze hebben een punt. Want redeneer mee. Grote retailers stunten met gratis bezorging, liefst binnen 24 uur. De concurrentie tussen posterijen is, door steeds minder papieren post, groot. De tarieven voor de bezorgers dalen en de voorwaarden gaan knellen: bezorgen in de avonduren, meer pakjes op een route moeten afleveren. Zelfstandige bezorgers krijgen het risico op niet-thuis op zich afgewenteld. Die zoeken dus welwillende afleveradresjes zoals Sjaan en Rob. En daarom krijgt Milou, die zelf overdag nooit thuis is, haar nieuwe jurk zo goedkoop bezorgd.

Heet dat sociale cohesie? Is dat participatie? Of zijn Sjaan en Rob, een tikje wrang, inmiddels gewoon onderdeel van het businessmodel? Sjaan en Rob, minima, bestellen in ieder geval nooit pakjes voor zichzelf.

Wrang? Net als Rob en Sjaan ziet Huub Bredero uit Rotterdam, 61 jaar, dat ook helemaal niet zo. Webwinkels, met hun spreadsheets en verdienmodellen, zijn ver weg, buren zijn dichtbij.

In de flat van Huub met achttien appartementen zijn er mensen die niet eens hun eigen adres online invullen, maar meteen zijn adres. Nee hoor, vindt hij niet gek, hij is er toch? Neem die werkende buurman die elke maand z’n diabetesmedicijnen bezorgd krijgt. Die moeten gelijk in de koelkast. Dat doet hij dan. Een set nieuwe stoelen tekent hij af.

Huub zorgt voor zijn invalide vrouw en daarom is hij vaak thuis. Hij was altijd gebouwbeheerder. Dat is hij eigenlijk nog steeds, al zit hij in de bijstand. Hij zat in de bouwcommissie van de flat. Nieuwe bewoners moeten zich eerst bij hem melden. Van iedereen heeft hij de sleutel en als mensen op reis gaan weet hij dat. „Wij gaan in de flat heel goed met elkaar om.” Als zijn vrouw valt, kan hij ook meteen de buurman om hulp vragen.

Kijk, sommige mensen kunnen de trap niet meer afkomen voor de bezorger. Dat snapt hij. Maar gewoon weigeren iets aan te nemen voor je buren? Nee. „Het komt aan op de mensen met de deur open.”

    • Carola Houtekamer